Pappano laat koor heftig smeken in Missa solemnis

Achteraf is Beethovens Missa solemnis, gisteravond in het Amsterdamse Concertgebouw de opening van de Koorserie, te beluisteren als een vocale symfonie. In de geschiedenis van de symfonie zou de Missa solemnis een nog revolutionairder werk zijn dan Beethovens Negende symfonie. Die Negende – met voor het eerst een vocaal deel – heeft slechts in het slotdeel een aantal beroemde koren, waaronder het `Alle Menschen werden Brüder'.

De zesdelige Missa solemnis is één majestueus koorwerk van tachtig minuten, waarvan de muziek telkens associaties oproept met die zoveel bekendere Negende. Beide werken werden dan ook vlak na elkaar geschreven: de Missa solemnis tussen 1819 en 1823, de Negende symfonie in 1823 en 1824.

In de uitvoering van de Missa solemnis door de Nationale Opera Brussel o.l.v. Antonio Pappano, lag aanvankelijk de nadruk op dat vocaal-symfonische karakter. Daarbij werden de stemmen van koor en de vier solisten vooral `instrumentaal' ingezet, zonder al te veel expressie van religieuze gevoelens, die Beethoven `uit het hart naar het hart' wilde doen gaan. Niettemin: het `miserere nobis' in het Gloria klonk alsof Onze Lieve Heer in den Hoge werkelijk dringend moest worden bewogen zich over ons te ontfermen.

Wat veelal goed klonk, was de complexe structuur van het werk. Pappano wist met een georganiseerde dynamiek in koor en orkest de lagen in de Missa geserreerde bloot te leggen, al kon het resultaat hier niet op tegen de bijna ideale uitvoering van Herreweghe op cd (Harmonia Mundi). Helderheid stond bij Pappano wel voorop: telkens luide en machtige koorpassages snel terugnemend tot zacht en intiem, het monumentale geheel verbijzonderend tot het individuele, met de vier uitstekende solisten als voorposten van het koor.

Voor niet regelmatige bespelers van het Concertgebouw is de befaamde akoestiek vaak verraderlijk. Het koor was te groot, maar het probleem dat de luidste passages soms te luid klonken was snel opgelost. En vanaf de zeer beeldend uitgevoerde kruisdoodspassage in het Credo stond ook de indringende expressie voorop, in een bewogen langzaam Sanctus, een etherisch Benedictus en een soms aangrijpend Agnus Dei, opnieuw met een heftig smekend `miserere nobis'.

Het hoogtepunt was het Benedictus met de serene bijdragen van soloviool en fluiten. Opmerkelijk was ook de extra aandacht voor de vioolpartij, door de prachtig spelende concertmeesteres te laten staan en zich zo te laten aansluiten bij de vier vocale solisten.

Hier benadrukte Pappano op zeer aansprekende wijze de transcendentale wending in de Missa solemnis. Met die verstilde hemelse gloed, zou men het werk ook kunnen interpreteren als een Requiem – het eindigt ook met `dona nobis pacem' – `geef ons vrede'. Beethoven componeert hier al op het thema `Tod und Verklärung', rond 1900 de grondslag van veel symfonische muziek, zoals die van Mahler: de bevrijding van het aardse door het goddelijke.

Concert: Orkest en koor van de Nationale Opera in de Koninklijke Muntschouwburg Brussel o.l.v. Antonio Pappano m.m.vv. Angela Denoke, Randi Stene, Glenn Winslade Forbis en Frans Josef Selig. Programma: L. van Beethoven: Missa solemnis. Gehoord: 20/11 Concertgebouw Amsterdam.

    • Kasper Jansen