Overvolle taxiplaatsen

De taxistandplaatsen in Amsterdam zijn sinds de invoering van de nieuwe taxiwet vorig jaar overvol.

Vooral in de weekeinden levert dat vaak problemen op. De politie heeft niet voldoende mogelijkheden om hierbij effectief te kunnen optreden. Dat concludeert het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam.

Sinds de invoering van de taxiwet zijn taxistandplaatsen wettelijk voor alle centrales toegankelijk. Het gevolg is dat er te veel taxi's zijn voor de beschikbare standplaatsen.

Vooral in de binnenstad leidt dit tot overlast. Het college vreest dat de problemen volgend jaar januari toenemen als de huidige vervoersgrenzen tussen de taxiregio's verdwijnen. De verwachting is dat veel taxi's naar de hoofdstad trekken, omdat die wordt gezien als een lucratieve plek.

Als gevolg van de taxiwet staan taxi's van verschillende centrales en bedrijven op de standplaatsen door elkaar. Het idee is dat de klant zijn eigen taxi kan kiezen, maar in praktijk werkt dit nog niet, omdat de taxi's veelal nog in rijen staan opgesteld en de eerste wagen de klant krijgt.

Om de druk op de standplaatsen te verminderen wil wethouder Bruines (Taxizaken) dat laad- en losplaatsen in de binnenstad 's avonds en 's nachts gebruikt kunnen worden als standplaats. Ze wil ook maatregelen nemen om taxichauffeurs te stimuleren om klanten ook op straat (buiten de standplaatsen) op te pikken.

Het college wil een permanent `taxihandhavingsplatform' om overtredingen van chauffeurs tegen te gaan. In dit platform moeten onder meer de politie, de Belastingdienst, de Inspectie van Verkeer en Waterstaat en de Sociale Dienst vertegenwoordigd zijn.

Het college wil de minister van Verkeer en Waterstaat, die verantwoordelijk is voor het taxibeleid, ook vragen om de geldigheidsduur van een chauffeurspas terug te brengen van vijf tot drie jaar. Zo kan eerder worden ingegrepen bij eventueel wangedrag van de chauffeurs.