Op zoek naar eenheid in Afghaanse lappendeken

De conferentie van Afghaanse leiders die maandag in Berlijn begint moet de verschillende etnische bevolkingsgroepen in het land bij elkaar brengen. Het lijkt het begin van een lange weg naar een nieuw Afghanistan.

Politieke besprekingen in Afghanistan – het heeft iets weg van een contradictio in terminis. Na ruim twintig jaar van oorlogen, verwoesting, terreur en onderdrukking, een periode waarin Afghaanse leiders beduidend behendiger waren in het gebruik van een mortier of het laden van een machinegeweer dan in het uitwisselen van argumenten, kan geen mens zich een voorstelling maken van een ordelijk, vreedzaam en wapenloos Afghanistan.

Tegen die achtergrond wordt in Berlijn een eerste poging gedaan om eenheid te smeden in de lappendeken van etnische, tribale en religieuze groeperingen, waarin loyaliteiten en coalitie per definitie tijdelijk lijken te zijn. Typerend voor de uiterst complexe Afghaanse realiteit is dat de speciale VN-gezant voor Afghanistan, Lakhdar Brahimi, gisteren de wens uitte dat ,,niet minder dan dertig Afghaanse leiders'' een snelle beslissing moeten nemen over de samenstelling van een brede overgangsregering in Afghanistan.

De val van de Talibaan dwingt hen plotseling na te denken over zaken die twee maanden geleden nog ondenkbaar waren: de verdeling van de macht.

De eerste politieke schermutselingen stemmen weinig hoopvol. De enige inhoudelijke reactie op de aanstaande top in Berlijn van oud-president Rabbani was dat de besprekingen ,,symbolisch'' zullen zijn.

Zijn sombere bespiegeling is niet zo vreemd. Behalve miljoenen landmijnen, talloze wapens, kapotgeschoten steden en een gewonde bevolking heeft Afghanistan niets meer: geen wettelijk gezag, geen grondwet, geen politieke structuur, geen infrastructuur, geen geld, geen ziekenhuizen, geen industrie, en geen vertrouwen in de toekomst. De macht wordt al jaren op de grond verdeeld, niet achter de vergadertafel.

De politieke wederopbouw begint al met de vraag wie precies naar Berlijn zullen komen. De VN nodigen vier hoofdgroeperingen uit de maatschappij uit. Dat impliceert allerminst dat het daarmee ook om homogene bevolkingsgroepen gaat. In tegendeel.

Allereerst komen er vertegenwoordigers van de Noordelijke Alliantie, of het Verenigd Front, zoals ze zichzelf vaak noemen, naar Berlijn. De alliantie, onder de politieke leiding van de etnische Tadzjiek Rabbani, bestaat uit een bonte verzameling van etnische minderheidsgroeperingen uit het noorden en midden van Afghanistan, zoals de Oezbeken, de Hazara's en de Tadzjieken – groepen die in het verleden herhaaldelijk en uiterst bloedig met elkaar slaags zijn geraakt, maar zich tijdelijk verenigden in de strijd tegen de Talibaan. De alliantie wilde aanvankelijk alleen in Kabul praten over de toekomst van Afghanistan, maar stemde uiteindelijk schoorvoetend, onder druk van Amerika, in met een conferentie in Duitsland.

De Rome-groep bestaat uit aanhangers van Zahir Shah, de oud-koning die in Rome leeft. Zijn aanhangers, uit allerlei Afghaanse regio's, zien in hem een figuur die de oppositionele facties kan verenigen. De Cyprus-groep is een groep van vluchtelingen die al jaren buiten Afghanistan leven, vooral in Iran, en die een aantal keren bijeen zijn gekomen op Cyprus. Ten slotte zijn ook de Pathanen uitgenodigd, de grootste etnische groep, maar ook zij vormen een groepering die is onderverdeeld in talloze substammen. Ook de meeste Talibaan behoren tot de Pathanen. Zij zijn niet uitgenodigd.

VN-gezant Brahimi denkt na eerste gesprekken met vertegenwoordigers van al deze groeperingen dat ,,er echte consensus bestaat onder alle Afghanen dat er een grote raad moet komen, maar eerst een kleine autoriteit die het land op tijdelijke basis bestuurt''. Over die laatste overgangsregering hoopt Brahimi in Berlijn overeenstemming te krijgen. Daarna wil Brahimi een zogenoemde loya jirga bijeenbrengen, een grote vergadering van etnische leiders en stamhoofden, die zich moeten uitspreken over de samenstelling van een brede Afghaanse regering.

Een belangrijke vraag is wie er precies naar Berlijn zullen komen. Het wantrouwen onder de Afghaanse leiders zit mogelijk zo diep dat zij het gewonnen territorium niet willen verlaten en liever een vertegenwoordiger sturen. Sommigen, zoals gouverneur Ismail Khan die een grote aanhang heeft in het westen van het land, zijn nog volop betrokken bij oorlogshandelingen tegen de Talibaan. De situatie in steden als Kabul of Jalalabad, waar meerdere facties azen op de macht, illustreert hoe instabiel Afghanistan op dit moment is.

Daarbij komt dat de uitgangsposities van de groeperingen ver uiteen liggen. De Tadzjieken, met aan het hoofd een figuur als Rabbani die nog steeds het presidentschap claimt, staan met hun troepen in de hoofdstad Kabul beduidend sterker dan de ballingen in het buitenland, of de Pathanen die sympathieën hebben (gehad) met de Talibaan. Toch zal ieder van de facties zijn deel van de taart opeisen nu er zaken moeten worden gedaan. Daarmee lijken alle ingrediënten aanwezig die de verdeling van de macht in Afghanistan tot zo'n ingewikkeld proces maken.

    • Rob Schoof