Koe in de wei moet landschap fraai houden

De gemeente Oostburg wil veehouders verplichten hun koeien 's zomers in de wei te laten grazen. De boeren verzetten zich. Toch heeft een koe ruimte nodig.

In een enkel weiland vlakbij de Bakkersstraat in Oostburg grazen nog koeien, ook al nadert de winter. Op de achtergrond is de witte kerktoren van het Zeeuws-Vlaamse dorp zichtbaar. ,,Een prachtig tafereel, Hollandser kan het niet'', zegt de passerende fietser J. Dekkers. ,,Ik hoop dat het zo blijft, maar ik vertrouw het niet.'' Steeds meer boeren willen hun vee op stal houden, het hele jaar door, vertelt ze. ,,Gelukkig verzet onze gemeente zich tegen dat idee.''

De gemeenteraad van het 16.000 zielen tellende Oostburg besloot vorige week unaniem dat de plaatselijke koeien 's zomers in de wei moeten staan. De beslissing is volgens woordvoerder W. Naessens genomen om ,,ons landschap mooi en kleurrijk te houden''. ,,Ze is bovendien bedoeld om het welzijn van de runderen te bevorderen.'' De maatregel, opgenomen in een ,,onherroepelijk bestemmingsplan'', raakt niet alleen nieuwe veehouders, veelal afkomstig uit Brabant, maar ook talrijke plaatselijke boeren die van de landbouw naar de lucratievere veeteelt willen overschakelen.

De regeling heeft geleid tot verzet. De belangenvereniging Agrarisch West Zeeuws-Vlaanderen meent dat de gemeente ,,te ver'' gaat door zich met de bedrijfsvoering van melkveehouders te bemoeien. De land- en tuinbouworganisatie LTO betwijfelt of de verplichting tot weidegang ,,juridisch houdbaar'' is. Het ministerie van VROM zegt dat Oostburg de maatregel niet door middel van een bestemmingsplan kan nemen: ,,Een bestemmingsplan bepaalt, kort gezegd, alleen wat je waar bouwt'', aldus een woordvoerder. Het ministerie van Landbouw bevestigt dat: ,,Een veehouder mag zijn kudde het hele jaar op stal houden.''

Tal van melkveehouders doen dat al: de zogenoemde zero grazing-stal wint terrein, onder meer als gevolg van de hoge grondprijzen en de steeds strengere milieueisen. De verwachting is dat over twintig jaar veel koeien uit het Nederlandse landschap zijn verdwenen. Voorzitter J. Kodde van de Vakgroep rundveehouderij kring Zeeland, zelf ook ,,koeienboer'', begrijpt dat: ,,Als de dieren op stal staan, scheelt dat de boer veel tijd bij het melken en het voederen. Bovendien heeft hij een betere controle op de mest.'' Maar Kodde zou het ,,spijtig'' vinden als ,,de prachtige koe'' ,,uit beeld'' raakt. ,,Deze dieren geven het landschap een mooier aanzien. Wat dat betreft sta ik helemaal achter de gemeente Oostburg. Maar ze kan de veehouders tot niets verplichten, ze kan hun geen vergunning weigeren.''

Hoe goed hebben de koeien het op stal? Melkveehouder E. van Dijk uit Nistelrode vertelde eerder in deze krant dat ze zich daar ,,happy'' voelen, en wees op de glimmende vacht van zijn beesten. Elsbeth Noordhuizen-Stassen, dierenarts en hoogleraar relatie mens en dier aan de faculteit diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht, zegt dat er ,,in termen van gezondheid en welzijn'' verschillen zijn tussen het verblijf in de stal en in de wei. ,,Specifiek aan koeien is hun exploratief gedrag. Als deze koppeldieren naar buiten gaan, onderzoeken ze meteen het weiland. Dan doen ze en groupe. Het is prettig dat ze dat kunnen doen. Daar komen ook hun onderlinge, sociale verhoudingen optimaal tot uiting.''

Noordhuizen-Stassen doet momenteel met een team onderzoek naar klauwaandoeningen en bewegingsstoringen onder koeien. Ze zegt dat de dieren op stal ,,nogal eens'' klauwaandoeningen oplopen, onder meer als gevolg van bacteriën in de mest. ,,De ene keer is het ernstiger dan de andere keer. We onderzoeken in hoeverre ze daar last van hebben. In de wei is dat minder.'' Ze omschrijft de koe als ,,een echte ligger'', die slechts een half uur tot een uur per etmaal slaapt: ,,Ze ligt negen tot twaalf uur per dag. Dan herkauwt ze. Buiten is een goede ligplaats voortdurend gegarandeerd. Een koe heeft verder veel bewegingsruimte nodig om op te staan en te gaan liggen. In de stal met zijn ligboxen kan dat problemen geven.''

Maar Noordhuizen-Stassen ziet ook de bezwaren van de wei. ,,Daar is de voeding minder makkelijk te sturen naar de behoefte van het individuele dier, dat gemiddeld zo'n 8.000 liter melk moet geven. Verder is een koe een thermolabiel dier. Ze kan slecht tegen hitte, de wei moet dus goed zijn ingericht, met bomen bijvoorbeeld.''

Fietser J. Dekkers bij de weilanden in de Bakkersstraat van Oostburg: ,,De kippen en de varkens zitten al binnen, het hele jaar. Laten we de koeien toch zichtbaar houden. Straks hebben we helemaal niks meer.''