`Kabinet staat uiterst zwak in zaak van Euro-subsidies'

Het kabinet staat ,,uiterst zwak'' als het probeert bij het Europees Hof van Justitie de terugvordering van 447 miljoen gulden uit het Europees Sociaal Fonds (ESF) door de Europese Commissie ongedaan te maken. Dit betoogt afdelingshoofd documentatie en onderzoek R. Barents van het Europees Hof in Luxemburg in een volgende week te verschijnen artikel in het Nederlands Tijdschrijft voor Europees Recht.

,,Met grote mate van waarschijnlijkheid'' moet voor de periode 1994-1996 minimaal 415 miljoen gulden terugbetaald worden, stelt Barents. Over de terugbetaling van de overige 32 miljoen bestaat al geen discussie meer tussen Nederland en Brussel. Over 1997-1999 doet zich volgens Barents vermoedelijk eenzelfde financiële tegenvaller voor. ,,Er doemt dan een horrorscenario op, waarvan de lezer het bedrag zelf kan inschatten.''

Barents, tevens hoogleraar Europees recht in Maastricht, wijst erop dat het enige voordeel voor Nederland is dat de ware omvang van het ESF-probleem pas in de volgende kabinetsperiode blijkt. ,,De (politieke) troostprijs bij dit alles is dat deze financiële tijdbommen zullen doortikken tot op een moment na de verkiezingen.''

Volgens Barents blijkt uit het rapport van H. Koning, oud-president van de Algemene Rekenkamer, dat al tijdens de uitvoering van het ESF vanaf 1994 ,,een algemeen vermoeden van onregelmatigheid'' bij alle betrokkenen aanwezig was. Hij wijst erop dat het ministerie van Sociale Zaken toen al een rapport had over de problemen met de uitvoering.

Volgens hem draagt ,,de lidstaat de volle verantwoordelijkheid voor uitgaven die objectief in strijd zijn met de daarvoor geldende algemene en specifieke inhoudelijke en procedurele regels''. Als ,,hoofdverantwoordelijke'' kan Nederland alleen nog een terugvordering ontlopen als het bewijst dat alle uitgaven correct waren. Omdat veel ESF-administratie zoek is, is dit echter onmogelijk. Barents meent dat de Commissie correct heeft gehandeld door via een steekproef de omvang van de terugvordering te bepalen. ,,Uit de rechtspraak'' blijkt volgens hem dat de Commissie dit mag doen als ,,systeemgebonden gebreken'' zijn gebleken. ,,Het is dan vervolgens de lidstaat die gedetailleerd en volledig moet bewijzen dat die twijfels niet gerechtvaardigd zijn.''

    • Tom-Jan Meeus
    • Herman Staal