Het wordt stil op het postkantoor

De bezoeker van Nederlandse postkantoren hoeft in de toekomst niet meer aan te kloppen voor bankzaken. ,,Een rek en wat folders'' is wat overblijft op ruim vijfhonderdvijftig postagentschappen.

Rob van Hees heeft tien gewapende overvallen overleefd, maar de landelijke reorganisatie van `postagentschappen' (postkantoortje in een winkel) overleeft hij niet. Hij heeft vorige week zijn boekwinkel met postagentschap in Breda verkocht, na 23 jaar als postagent.

Het nieuwe servicepunt deed hem de das om. Postkantoren BV wil dat Van Hees, net als ruim 550 andere postagenten in het land, zijn agentschap reduceert tot servicepunt. Een servicepunt verkoopt postzegels en strippenkaarten en neemt post aan. Meer wil de klant niet, zegt Postkantoren. Bankzaken (pinnen, storten, advies) verdwijnen, net als verzekerd post versturen. ,,Een rek en wat folders'' is wat overblijft, zegt Van Hees (62). De omzet van zijn agentschap zou volgens hem dalen van 85.000 gulden per jaar tot 15.000 gulden. De bedragen variëren per postagentschap, maar volgens de Vereniging van Postagentschappen zullen er honderden fors in inkomen op achteruitgaan. Van Hees heeft zijn huis verkocht en gaat leven van de opbrengst.

Met zo'n honderd collega-postagenten uit het hele land heeft Van Hees vorige week een nacht vergaderd om een standpunt te bepalen: nemen ze genoegen met het servicepunt dat Postkantoren hen sinds begin dit jaar biedt? Ja, concludeerden ze. Want als zíj het niet doen, krijgt de supermarkt om de hoek dat servicepunt. En dan zijn de postagenten nog verder van huis.

Dat is hun grootste bezwaar: ze zullen minder klanten krijgen als ze servicepunt worden. Want de uitgebreide post- en bankzaken trekken klanten. Het huidige agentschap genereert gemiddeld slechts eenderde van de omzet, maar doordat mensen er voor post- en bankzaken móéten komen kopen ze ook even sigaretten, kranten, loten, verjaarskaarten. Als de postagenten bedanken voor een servicepunt, zullen ze nóg minder klanten krijgen. Die gaan dan voor postzegels en alle andere boodschappen naar de supermarkt.

Deze traffic (jargon voor passerende klanten) geldt zeker in een arbeiderswijk zoals die van Van Hees. Elke dag komen zo'n honderd mensen contant geld bij hem storten. De huur, de telefoonrekening, gas en licht. ,,Mensen betalen hier altijd op het laatste moment en dan moet je contant storten. Wij faxen dan ook even naar de betrokken instantie dat het geld er is. Dan worden ze niet afgesloten.'' Voortaan zullen zij naar het echte postkantoor moeten, 2,5 kilometer verderop. Net als de oude vrouw die vanmiddag met een rollator naar het winkelcentrum schuifelt. Van Hees: ,,Zulke mensen hebben een postagent in de buurt nodig. We beantwoorden vragen over aanmaningen en aanbiedingen. Dat doet de pinautomaat niet.''

De reorganisatie is onvermijdelijk, zegt Postkantoren, dat voor de helft van de Postbank (ING) is en voor de helft van PTT (TNT Postgroep). Steeds minder klanten maakten gebruik van de post- en bankdiensten van agentschappen. Klanten pinnen op straat bijvoorbeeld, en een gemiddeld Nederlands gezin verstuurt maar één keer in de tien jaar een pakket naar het buitenland. Veel minder aanloop zal de gemiddelde postagent niet hebben nadat hij zijn assortiment heeft beperkt, zegt de woordvoerder. ,,Bovendien krijgt hij meer ruimte in de winkel.''

Altijd die gemiddelden, Van Hees wordt er moe van. In zijn boekwinkel voltrok hij 60.000 post- en bankhandelingen per jaar. Bovendien ontvingen postagenten tot nu toe een vast bedrag per handeling. Zo'n 65 cent voor een aangetekende brief, 88 cent voor het storten van geld, 1,50 gulden voor een visvergunning. De vergoeding was berekend door Postkantoren op grond van het gemiddelde aantal seconden dat de klant van achter de rode lijn naar de balie stapt en vervolgens weer opzij stapt. Van Hees: ,,In de praktijk gaat de klant natuurlijk eerst in zijn portemonnee staan rommelen en die seconden telden niet mee.'' Maar hij wil niet klagen, want de postagent kreeg ten minste íets.

Voortaan, in het servicepunt, krijgt de postagent geen vergoeding meer. Hij krijgt een vast bedrag van 4.500 gulden per jaar en de marge over postzegels en strippenkaarten. Het werk voor een servicepunt is zo licht, redeneert Postkantoren, dat de sigarettenverkoopster dat wel naast haar werk kan doen.

De Tweede Kamer had in april al eisen gesteld aan een andere kant van de reorganisatie: die van de klanten. Postkantoren wilde in het jaar 2005 achthonderd volledige postkantoren overhouden. Dat vond de Kamer te weinig. Ouderen zouden op het platteland dan ver moeten reizen. De postwet eist dat iedere burger voor alle postzaken terecht kan bij een postkantoor binnen een straal van vijf kilometer. Het voormalige staatsbedrijf PTT ging akkoord met een compromis: 902 winkels om de bereikbaarheid te garanderen. De rest wordt servicepunt.

Tijdens de bijeenkomst vorige week hebben de postagenten overwogen massaal het contract op te zeggen met Postkantoren. Als dreigmiddel. Dan zou Postkantoren niet meer voldoen aan de postwet, want er zou niet meer één kantoor in elke straal van vijf kilometer staan. Het voorstel is verworpen.

Van Hees: ,,We hebben geen collectieven contracten, maar individuele. Iedere agent moet voor zichzelf de keuze maken. En de kans dat de supermarkt in zijn buurt aast op een servicepunt-contract is groot. Dus hij zwicht toch.''

    • Frederiek Weeda