Eisen bij nieuw Nederlanderschap

Het Nederlanderschap is minder vrijblijvend dan ooit. Minister Van Boxtel schreef een nota vol voorwaarden waaraan nieuwkomers moeten voldoen. Zelfs imams worden ingeburgerd.

Toekenning van het Nederlandse staatsburgerschap als het ultieme bewijs van geslaagde integratie en burgerschap. Minister Van Boxtel van integratiebeleid wil migranten die het tot die finish brengen, meer geven dan alleen een simpele administratieve handeling op het stadhuis, zo schrijft hij in de nota Integratie in het perspectief van immigratie, die volgende week in het kabinet wordt besproken.

Van Boxtel wil dat nieuwe Nederlandse staatsburgers ten minste kennis hebben van de grondbeginselen van de democratische rechtsorde. Het moet onderdeel worden van de naturalisatietoets, voorafgaand aan de officiële uitreiking van het Nederlandse paspoort. De nieuwe staatsburger moet zich verbonden weten met de Nederlandse samenleving en haar elementaire waarden accepteren, zo schrijft Van Boxtel.

Het Nederlanderschap verhoudt zich volgens de minister ook niet klakkeloos met het recht van nieuwe staatsburgers om ook zijn oorspronkelijke nationaliteit te behouden, zoals de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) vorige maand bepleitte.

De WRR stelde voor om het dragen van meervoudige nationaliteit ongeconditioneerd toe te staan. Daar gaat volgens Van Boxtel het signaal van uit dat verwerving van het Nederlandse staatsburgerschap een handig middeltje is om de bij die status horende rechten te verwerven. Internationaal recht en door Nederland afgesloten internationale verdragen maken het mogelijk om dubbele nationaliteit te dragen, maar het mag van Van Boxtel geen automatisme zijn.

In de notitie stelt Van Boxtel strenger beleid in het vooruitzicht voor asielzoekers die hun heil in Nederland zoeken.

De nieuwe Vreemdelingenwet 2000 brengt de procedure voor de beslissing om nieuwkomers al dan niet een tijdelijke verblijfsstatus te verlenen, terug van een termijn van drie à vijf jaar, tot een jaar. Die veel kortere duur van de procedure maakt het voor het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA) mogelijk uitgeprocedeerde asielzoekers veel sneller voor te bereiden op terugkeer naar het land van herkomst. Dat moet `hospitalisering' voorkomen van asielzoekers in opvangcentra die onder de oude Vreemdelingenwet hun verblijf na afwijzing door procedures nog jaren konden rekken. Volgens van Boxtel is inmiddels in het dagprogramma van de opvangcentra ,,oriëntatie op terugkeer'' expliciet opgenomen. Wie wel een voorlopige verblijfsstatus bemachtigt, moet, in afwachting van huisvesting, al in het opvangcentrum in de gelegenheid worden gesteld om Nederlands te leren en lessen maatschappijoriëntatie te volgen.

Wie vervolgens het inburgeringtraject in gaat, moet zich de waarden en normen van de Nederlandse samenleving eigen maken. Kennis van waarden en normen van de Nederlandse samenleving ,,behoort naar het oordeel van het kabinet tot zwaarwegende onderdelen van het traject''. Uiteindelijk, zo schrijft Van Boxtel, behoudt elke immigrant altijd het recht op terugkeer naar het land van herkomst. De vorig jaar van kracht geworden remigratiewet biedt die mogelijkheid, de regering verplicht zich daarin om remigranten daarbij ook zoveel mogelijk steun te verlenen.

Van Boxtel wil gemeenten dwingen om meer prestaties te leveren bij inburgeringscursussen. Gemeenten krijgen nu geld aan de hand van het aantal cursisten die de inburgering afrondt. In de toekomst wordt bij de subsidievaststelling ook rekening gehouden met uitvalpercentages. Vanaf januari volgend jaar moeten ook buitenlandse imams met een tijdelijk verblijfsvergunning aan die inburgeringcursussen deelnemen. Ook oude immigranten worden tot inburgerinsgcursussen verplicht. Van Boxtel wil de vrijblijvendheid bij die deelname doorkruisen door deelnemers bij aanvang van het cursuspakket een borgsom te laten betalen die na succesvolle deelname inclusief een extra bonus, wordt terugbetaald.

Voor wetenschappelijk onderzoek naar het Nederlandse integratiebeleid moet het kabinet volgens Van Boxtel het derde generatiecriterium accepteren, zo stelt Van Boxtel verder voor. Dit `grootouder-principe' houdt in dat ,,degene die ten minste twee buiten het Europese deel van het Koninkrijk geboren grootouders heeft, als allochtoon kan worden geregistreerd''. Allochtonenorganisaties in het land vinden dat mensen zelf moeten kunnen kiezen of zij zich `allochtoon' noemen en als zodanig worden geregistreerd. Van Boxtel houdt nu vast aan de afwijzing van dit standpunt, dat hij te subjectief vindt.

Overigens becijfert Van Boxtel dat hij de komende drie jaar miljoenen tekort komt voor de financiering van zijn integratiebeleid. Alleen al volgend jaar gaat het om een tekort van meer dan 5 miljoen gulden.

    • Jos Verlaan