Een censuurdienst die nooit kraste

De censuurdienst van het leger houdt ermee op. Al sinds de oprichting eind jaren veertig heeft ze een slapend bestaan geleid.

Bangil, 3 november 1949.

Lieve moeke, wij hebben het hier in dit nieuwe kampongplaatsje nogal druk. Het barst hier van de militairen. De hele dag loop je hier zo'n beetje met een helm op. Toen het werkelijk gevaarlijk was, werd er niet op gelet hoe je je kleedde. Over een halfuurtje moeten we in hinderlaag om een paar rampokkers of zoiets te pakken. En om twaalf uur vannacht moet ik op wacht. Veel liefs.

Misschien wist deze militair het niet, maar hij brak met zo'n beetje álle voorschriften voor het schrijven van een brief aan het thuisfront, zegt historicus Sjak Draak van het Legermuseum in Delft. Hij geeft gedetailleerde militaire informatie, noemt de plaatsnaam en geeft een mopperige indruk van de stemming. Draak: ,,Toch is deze brief ongeschonden aangekomen. Er zijn uit Nederlands-Indië geen voorbeelden bekend van gecensureerde brieven.''

Binnenkort doet de laatste medewerker van de censuurdienst van de Koninklijke Landmacht het licht uit op het kantoor in Fort De Bilt. Hij is overbodig geworden, zegt een woordvoerster van de landmacht. ,,De dienst is een overblijfsel van de Koude Oorlog, een beetje achterhaald.'' Reden voor de landmacht om zowel de censuurdienst (1 man) als het 838 veldpostcensuurdetachement (alleen op papier) op te heffen.

Bij de oprichting van de censuurdienst aan het einde van de jaren veertig was voor de medewerkers een belangrijke taak weggelegd, al zijn er nooit veel mensen aangesteld. Volgens de instructies uit 1947 moesten ze voorkomen dat `gegevens over nationaal of bondgenootschappelijk oorlogspotentieel in handen komen van de vijand'.

Verder moesten `berichten die de burgerbevolking zouden kunnen alarmeren' worden onderschept en moesten censoren `waardevolle gegevens voor de oorlogsinspanning' verzamelen. Bovendien moesten zij `de vijandelijke inlichtingendiensten neutraliseren'. Draak: ,,Ze waren als de dood voor spionnen.''

Maar het is er nooit echt van gekomen, zegt Draak. ,,De dienst heeft altijd een slapend bestaan geleid.'' Alleen uit de brieven van Nederlanders die ten tijde van de Koude Oorlog in West-Duitsland gelegerd waren is geografische en militaire informatie verwijderd. Draak: ,,De Russen mochten niet weten waar geoefend werd.''

Voor de rest konden militairen zonder problemen hun veldpost naar huis sturen, beaamt kolonel b.d. Leendert Schreuders. Tussen 1950 en 1951 vocht hij onder de vlag van de Verenigde Naties in Korea. ,,Onze brieven werden ongeopend bezorgd in Nederland.'' Logisch, zegt de landmacht. De censuurdienst was voor tijden van oorlog opgericht. En Nederland was in Korea formeel niet in oorlog. En er was dan misschien geen censuur, regels over het schrijven van een brief waren er wel. Ja, zegt historicus Draak, ,,maar daar werd niet op toegezien''.

    • Guus Valk