Dansfeestje

Weer zijn het afgelopen weekend twee mensen in het ziekenhuis opgenomen na het innemen van ghb-pilletjes op een nachtfeest in Zaandam. Die dance-feesten hebben iets akelig decadents. Doordat ze zo lang duren – van elf uur 's avonds tot elf uur 's ochtends, maar je hebt ze ook van 24 of 48 uur aan een stuk – verplichten ze de bezoeker als het ware tot het slikken van pillen. Zonder stimulerende of roes-opwekkende middelen valt zo'n marathon immers niet uit te dansen. Met alcohol alleen redt de feestganger het niet. Wie zich beperkt tot bier, breezers of wodka is na een uur of zes down en out. Je moet daarnaast wel xtc, cocaïne of andersoortige pep consumeren om het fysiek vol te houden.

Het decadente zit in het oeverloze uitdijen van het dansfeestje, dat niet alleen de nacht in beslag neemt, maar ook de volgende dag verzwelgt. De zondag wordt op zo'n manier effectief om zeep geholpen, bestaat niet meer als zodanig, want wordt in semi-coma in bed doorgebracht om te recupereren voor de komende werk- of schoolweek. De zondag is de burgerlijkste aller dagen, met z'n kerkbezoek, al doet daar bijna niemand nog aan, met z'n saaie familiebezoek, z'n treurige colonnes langs winkelparadijzen en pretparken, z'n keurige natuurexcursies. De dance-marathon is een langgerekt, bonkend protest van 120 decibel tegen het bestaan van de zondag.

Deze feesten leggen de grenzen van het gedogen bloot. Dit gebeurde onlangs op een wel heel schrijnende manier met de dood van een politieagente, die in haar onnozelheid de verkeerde xtc had geslikt, namelijk ghb, een drug die kennelijk lastig te doseren is. Zij was met drie collega's op het feest, van wie er eentje ook in coma raakte, maar met meer geluk dan wijsheid aan de dood ontsnapte. Dit incident roept de vraag op waarom de overheid feesten tolereert die voor bepaalde beroepsuitoefenaars verboden terrein zijn. Het is natuurlijk absurd dat een politieagent zich overdag bezighoudt met het jagen op drugshandelaars en xtc-producenten en 's nachts zich aan dezelfde stuff te buiten gaat. Het is even absurd als middelbare-schoolleraren, die door de week geacht worden leerlingen drugsvoorlichting te verschaffen (in het vak verzorging) op zo'n feest oog in oog met diezelfde leerlingen staan te housen.

Politieagenten, leraren en medici kunnen zich niet met goed fatsoen op zo'n feest vertonen. Politici en bestuurders zouden zich in een chantabele positie manoeuvreren. Maar voor al die anderen (bakkers, slagers, studenten, scholieren) gelden andere regels. Voor hen wordt een oogje dichtgeknepen. Als zij weekend in weekend uit met honderden/duizenden tegelijk verboden substanties naar binnen werken om mateloos uit hun dak of bol te gaan, worden er ter plekke ambulanceposten ingericht en jongerenwerkers opgetrommeld om het geheel in goede banen te leiden. Zolang er geen dooien vallen vindt de overheid het best. De tijden van het zedenmeesterschap zijn allang vervlogen.

Maar die drugs zijn nog steeds illegaal. Wat moeten ouders zeggen tegen hun zestienjarige zoon of dochter die dancefeestbezoek in de vrijetijdsbesteding heeft opgenomen? Ze kunnen niet wijzen op de illegaliteit van drugs, want zoals de jongeren terecht aanvoeren: niemand wordt geverbaliseerd of gearresteerd. Het interesseert geen enkele gezagsdrager en de uitbaters zijn alleen geïnteresseerd in geld verdienen.

Legaliseren zou een ideologisch correcte oplossing zijn, ware het niet dat we dan in Nederland de hele internationale drugs- en misdaadwereld over de vloer krijgen, die hier toch al is oververtegenwoordigd. Nederland is te klein voor het extreme liberalisme van je-zoekt-het-zelf-maar-uit. Al is dat wel precies de praktijk van het gedoogbeleid. Allerlei dingen zijn volgens de wet verboden, maar handhaving van de wet heeft weinig prioriteit. Het is een illusie om te denken dat drugsgebruik en -handel ooit uitgebannen kunnen worden. Maar het is het andere – cynische – uiterste om grootschalige drugsfeesten openlijk te tolereren.

Burgemeerster Vreeman trok de vergunning in voor de afterparty's. Een eenzame stem tegen het geweld van de illegale commercie. Toch lijkt het nogal voor de hand te liggen dat openbaar toegankelijke dansfeestjes geen dealers- en gebruikersmarkt zouden moeten zijn. Ophouden met gedogen is ook een vorm van voorlichting.

    • Beatrijs Ritsema