`Tot de dood ons scheidt' is slechts intentie

Het gezin is voor velen geen bestemming meer, maar een levensfase die wordt uitgesteld en voorbijgaat, aldus cijfers van CBS en Gezinsraad.

De oplossing voor de vergrijzing blijkt eenvoudig: verbied echtscheidingen, zoals de ChristenUnie dit weekend bepleitte als er kinderen jonger dan twaalf in het spel zijn. Want wat blijkt uit de gisteren verschenen studie van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en de Nederlandse Gezinsraad over de wijze waarop Nederlanders samenleven? Nederland is de laatste halve eeuw al een miljoen jonge burgers misgelopen door echtscheidingen en verbroken relaties.

Het CBS spreekt in gisteren verschenen rapport Samenleven van `verloren kinderen'. Zij zouden geboren zijn als vrouwen geen `gezinsvormende jaren' hadden gemist door scheidingen en instabiele relaties. Dat de Nederlandse bevolking zonder scheidingen één miljoen groter was geweest, is een ruwe schatting, vermeldt het CBS er nadrukkelijk bij.

De berekening is gemaakt aan de hand van de groep vrouwen die nu tussen 40 tot 52 jaar zijn. Zij zouden 150.000 kinderen meer hebben gekregen als hun relatie goed was gebleven. Dat is slechts vijf procent meer dan ze werkelijk hebben gekregen, maar over een halve eeuw gerekend komt het CBS op 750.000. En als daarbij nog wordt opgeteld hoeveel `virtuele' kinderen hadden kunnen komen van de `verloren kinderen', belopen de gevolgen van scheiden meer dan één miljoen.

Hoe staat het ondertussen met de gevolgen van scheiding voor de wél geboren kinderen? Kinderen van gescheiden ouders verlaten eerder het ouderlijk huis dan in het harmonieuze twee-ouder-gezin, blijkens het CBS-rapport – gebaseerd op een omvangrijke steekproef onder meer dan 10.000 personen uit 1998. Vooral de relatie met de vader komt onder druk te staan. Slechts vijftien procent van de kinderen van gescheiden ouders gaat bij vader wonen, tachtig procent bij moeder. Ruim een kwart van de kinderen heeft na de echtscheiding helemaal geen contact met hun vader, en een kwart noemde de relatie met hem slecht.

`Tot de dood ons scheidt' is in de loop der tijd meer een intentieverklaring dan een belofte geworden, aldus het CBS. De scheidingskans steeg van minder dan tien procent rond 1955 tot bijna 25 procent in de jaren tachtig. Daar lijkt het wel bij te blijven, stelt het CBS. Maar over de reden zijn de onderzoekers onduidelijk. Het zou komen doordat samenwonen nu vaak als `proefhuwelijk' geldt. Degene die uiteindelijk kiezen voor het huwelijk zouden een stabielere relatie hebben. Maar verwarrend is dat het CBS een paar pagina's verder constateert dat het `proefhuwelijk' geen enkel effect heeft op het welslagen van het `echte' huwelijk.

Wat zeggen deze `kale' gegevens nu precies over onze samenleving? De sociaal-demograaf J. Latten, die het onderzoek vanuit het CBS heeft geleid, constateert in een samenvattend essay dat de wens van de vrouw om een stabiele relatie te hebben, tegenwoordig lijkt te zijn beperkt tot de tijd waarin kinderen opgroeien. Het proefhuwelijk maakt het mogelijk een relatie ,,permanent te evalueren'' zolang er geen kinderen zijn. Na hun vijftigste scheiden vrouwen makkelijker, als de kinderen groot zijn.

Latten ziet dergelijke ontwikkelingen als uiting van een ,,revolutionaire maatschappelijke ontwikkeling''. Hij schetst het beeld van een samenleving waarin mensen zich niet meer richten op ,,uitgestelde behoeftebevrediging'', maar op vervulling hier en nu. Relaties en seks worden ook vanuit dit oogpunt beschouwd. Driekwart van de stellen vindt nu dat kinderen niet vanzelfsprekend zijn en dat die hun vrijheid beperken. Latten: ,,Kinderen krijgen is een keuze geworden die moet concurreren met allerlei andere doelen.''

Om de opkomst van deze berekenende houding te verklaren, verwijst Latten naar drie ontwikkelingen. De opkomst van de pil en de veranderende relaties op de arbeidsmarkt hebben vrouwen onafhankelijker gemaakt. Daarnaast is volgens Latten het ,,verdwijnen van het hiernamaals'' belangrijk. In het Nederland van nu – volgens Latten ,,een permanente kermis''– vinden mensen tussen winter- tot zomercarnaval altijd wel een dansfestijn om zich in de hedonistische hemel op aarde te wanen. Honderd jaar geleden had het échte hiernamaals, dat ná het leven begint, nog een belangrijke zingevende rol voor 98 van de 100 Nederlanders. Aan het einde van de vorige eeuw vond zeven op de tien Nederlanders vooral genieten van het leven belangrijk.

Behalve tot een groter aantal scheidingen en andere omgang met gezinsplanning heeft dat geleid tot een `vagere' ontwikkeling van de levensloop. Zo betekent `het huis uit gaan' voor kinderen nu vaak niet meer dan verhuizen van een kamer binnen het ouderlijk huis naar een kamer elders, terwijl aan de relatie met de ouders weinig verandert: moeder blijft de was doen. Bovendien zijn de stapjes op weg naar volwassenheid minder onomkeerbaar. Zo zijn er veel `boemerangkinderen' die, eenmaal uit huis, toch teruggaan naar de ouders.

De Nederlandse demografie behoort de Europese doorsnee, concludeert het CBS. Alleen in het katholieke Ierland en Zuid-Europa is het ,,gezinstraditionalisme'' nog sterk.

    • Herman Staal
    • René Moerland