Tandenknarsen naar de toekomst

Een straatbeeld uit Kabul, 1972. Drie jonge vrouwen wandelen op een foto die afgelopen zaterdag in de Volkskrant werd afgedrukt in gestrekte pas door een moderne winkelstraat, lachend, gekleed volgens de laatste westerse mode en de ogen zelfbewust gericht op de camera. Op naar de toekomst. Geen burka te bekennen. Zo dichtbij was Afghanistan dus, voordat de Russen kwamen (daar wèl) om het land plat te schieten en de Talibaan de gedemoraliseerde bevolking een enkele reis nieuwe Middeleeuwen konden opdringen.

Het is een bijna even indringend beeld als de foto die NRC Handelsblad kort na elf september publiceerde van de Saoedische zakenfamilie Bin Laden op bezoek in Scandinavië, ook aan het begin van de jaren zeventig: een hurkende groepsfoto van Osama met zijn broers en zussen, vrolijke tienerjongens en uitgelaten meisjes in spijkerbroeken met wijde soul-pijpen. De toekomstige nieuwe Hitler stond er zelf bij in, zo te zien, een stretch-truitje. Ook hij leek de toekomst goedgemutst tegemoet te zien, en je kunt alleen maar raden wat er in zijn brein gebeurd moet zijn om dit half verwesterde elitekind te transformeren tot een islamitische wraakengel.

Het beeld van de montere vrouwen in Kabul, en dat van Osama's uitstapje naar Zweden, maakt wel iets duidelijk van de culturele breuklijn waarop dat deel van de islamitische wereld zich bevindt. Altijd herinnerd aan de grandeur en de superioriteit van hun verleden, worden moslims geconfronteerd met de snelle en onstuitbare opmars van de westerse moderniteit. Eén stap naar voren kan dan al snel worden gevolgd door twee naar achteren. Het glorieuze verleden is immers altijd beschikbaar, als gouden meetlat, en wat betreft de toekomst doet de islam een beroep op de mens: dit grote geloof denkt niet in staten of nationaliteiten (Turkije en het Perzische Iran zijn de belangrijke en met het oog op de toekomst relevante uitzonderingen), maar in een universele gemeenschap van gelovigen, die met Gods zegen zal heersen op aarde.

Uit die psychologische frictie tussen een achterhaald zelfbeeld en de dreiging van een rijke, maar westerse toekomst moet de agressieve jihad-ideologie zijn geboren van zowel de Talibaan-leiders als Bin Laden. Ze zijn niet de eersten, want de geschiedenis van de islam is al sinds de burgeroorlog na de dood van de Profeet rijk aan theologen die een beroep doen op revitalisering met hulp van het verleden, en de dynamiek van een jihad die niet in de eerste plaats persoonlijk wordt geïnterpreteerd als de strijd voor een beter leven, maar als de plicht tot een daadwerkelijke oorlog voor het geloof.

Hoe anders is de verhouding tussen verleden en toekomst in die andere grote cultuur, die zo wordt gehaat door Bin Laden (en niet alleen door hem; waar zijn de polemieken tegen de apocalyptische commercialisering die ons bedreigt vanuit het land van Coca Cola opeens gebleven?). In Amerika is het verleden ook iets om kracht uit te putten zie de mythe van de pionier maar je moet er ook weer niet te lang bij stil staan, of het te letterlijk nemen. Vorige week bleek uit een onderzoek naar de turbulente presidentsverkiezingen van 2000 bijvoorbeeld dat we waarschijnlijk nooit zullen weten wie er nu, als alle stemmen op de juiste manier waren uitgebracht en geteld, `eigenlijk' president had moeten worden, Gore of Bush. De Chicago Tribune publiceerde maar liefst negen scenario's met wisselende uitkomsten. De scholastiek van het stembiljet bereikte opnieuw onafzienbare hoogtes. En zoals dat gaat met scholastiek, moet de conclusie luiden dat we het niet weten. Hoe dichter we onze neus op de werkelijkheid drukken, op zoek naar het onfeilbare Oog van God, hoe meer we erachter komen dat de werkelijkheid ons ontglipt.

Alleen, wat doet dat ertoe? Lang voor elf september hadden de Amerikanen de rijen alweer, soms met tegenzin, gesloten. We moeten tenslotte vooruit, en het gaat uiteindelijk om een politieke kwestie, een nationale leider, en niet, zoals in religieuze zaken, om de rechtmatige opvolging van de Profeet. En de werkelijkheid mag dan ten diepste onkenbaar zijn in Europa zijn er hele filosofische stromingen aan gewijd dat is nog geen reden om bij de pakken neer te zitten.

Die praktische en toekomstgerichte aanpak blijkt ook in de Afghanistan-crisis. Opvallend in de Amerikaanse pers is bijvoorbeeld, zelfs in kranten waar buitenlands nieuws doorgaans wordt afgezonken tussen advertentiebalken, de nuchtere manier waarop de vijand wordt bekeken. Juist in het land waar de vijfduizend doden vielen, vinden we niet de paniekerige en handenwringende theologisering van het conflict die te zien is in Europa, misschien wel vooral in Nederland. Ja, de Amerikanen zijn diep verontrust, maar een empirische geest heeft nu eenmaal weinig aan domineesbetogen zoals dat van onze Gerrit Manenschijn in Trouw, die de islam het radicale kwaad noemt waarbij vergeleken de bomaanslagen en sluipmoorden tussen christenen in Noord-Ierland hooguit `onderling getreiter' waren. Je moet maar durven. Of Leon de Winter die, in dezelfde krant, nauwelijks lijkt te kunnen wachten tot de eerste kernaanval een feit is, en alvast zelf maar de derdewereldoorlog uitroept. Je zou bijna zeggen dat het Nederlandse debat over de islam inmiddels vooral zelf secularisering nodig heeft.

Natuurlijk is de situatie ernstig. Maar zwartkijken en doemdenken vertroebelen juist het zicht op de werkelijkheid, zeker als die zelf al gevaarlijk genoeg is, en bevredigen misschien wel diepe emotionele angsten, maar verlammen het vermogen om de broodnodige energie en daadkracht te mobiliseren. Dan liever de Amerikaanse benadering, die tot nu toe, terwijl Europa tobt en tandenknarst, trefzeker en zorgvuldig is gebleken.

Na het voorlopige, en nog onzekere, succes tegen de Talibaan en Al-Qaeda, zouden de Amerikanen (en de Verenigde Naties) de boel niet opnieuw de boel moeten laten. Ook dat is voor een deel psychologie, want niets werkt zo goed als succes. Het doel moet zijn om de massa ontwortelde gelovigen die zich aangesproken voelt door de boodschap van Bin Laden hun existentiële held die zich de rijkdom van het westen kon toeëigenen maar die vrijwillig van zich afschudde te laten voelen dat dat een nederlagenstrategie is. Hun moet, met het voorbeeld van Turkije en zelfs Iran voor ogen, een andere toekomst worden geboden dan die van het verleden.

    • Sjoerd de Jong