Stammenstrijd

Wat is groot nieuws? Voor mij dat er vier journalisten zijn doodgeschoten in Afghanistan en automatisch zoek ik op internet bij persbureaus naar Europese of Amerikaanse namen om te kijken of ik hen ken. De stand van de afgelopen twee weken is zeven dode journalisten. Verhoudingsgewijs is dat veel.

Hun werk is gevaarlijker dan dat van geallieerde militairen. Die vliegen in bommenwerpers of worden zwaarbewapend met helikopters afgezet en opgepikt. Ze zijn jarenlang getraind. Maar journalisten zijn er meestal vrijwillig en moeten het zelf uitzoeken, gewapend met notitieboek of camera, afgaand op hun ervaring en intuïtie. Soms onderschatten ze het gevaar of raken ze er te veel aan gewend. Vorige week werden drie journalisten doodgeschoten, terwijl ze op het dak van een pantserwagen meereden. De militairen zaten erin. Er bestaan geen trainingskampen voor oorlogscorrespondenten. Ze zoeken elkaar op voor steun en reizen vaak in colonnes, tegen betaling beschermd door wat lokale krijgers.

Er ontstaan soms scoop-achtige situaties waar door redacties opgejutte hordes achter hetzelfde onbelangrijke propagandaverhaal aanzitten terwijl het echte nieuws zich juist elders afspeelt. Dat was te zien in de gevaarlijke burgeroorlog in El Salvador. Toch zouden de democratieën die in deze oorlog een rol spelen zonder de media in het duister tasten, overgeleverd aan wat de oorlogvoerende partijen uitkomt om te vertellen. Journalisten spioneren voor de burgers.

Op het zes-uur-Journaal verschijnt Wouter Kurpershoek per satelliettelefoon. Eerder die dag heeft hij met zijn cameraman in dezelfde colonne van Jalalabad naar Kabul gezeten maar hij werd op tijd gewaarschuwd door angstige, terugkerende chauffeurs die op gewapende Talibaanstrijders waren gestuit. ,,Zo laten we zien dat wij er nog zijn'', zeiden die tegen de chauffeurs, nadat ze de journalisten uit de auto hadden gesleurd. De Talibaan hadden zichzelf beter kunnen laten filmen, dan te moorden.

In de bergpas was de colonne uit elkaar gevallen, zodat de Talibaanstrijders met de eerste auto's hun gang konden gaan. Philip Freriks vraagt later aan Kurpershoek wat dat incident betekent voor de algemene situatie. Dat het nog een chaos is, antwoordt die, ook in Jalalabad waar hij is teruggekeerd: ,,Er zijn veel gewapende mensen. Dat doet het ergste vrezen''.

Het Journaal is goed vertegenwoordigd. Vanuit Herat in het noordwesten meldt Thomas Loudon hoe gewapende mannen zich in de stad verzamelen voor de eindstrijd tussen twee krijgsheren. Een van hen nodigt iedereen met scholing uit om deel te nemen aan zijn bestuur. Maar die geschoolde Afghanen zijn natuurlijk allang weg. Erwin Hoffmann van 2 Vandaag is al een paar dagen in Kabul. Hij kon met een hulp-jeep meerijden en had geluk. Hij bracht een uitgebreide reportage over de benarde voedselsituatie in Afghanistan. De rivier oversteken in een met een koeienhuid gebouwd vlot. Mensen die tentjes opzetten.

Het BBC-nieuws, dat zijn correspondenten over heel Afghanistan heeft uitgezet, maakt om zeven uur helemaal geen melding van doodgeschoten journalisten. Ik sta versteld. Hoe is het mogelijk? Waarom niet? Alleen bij Newsnight wordt het terloops tijdens de uitzending verteld. ,,Er sterven bij deze oorlog heel wat Afghanen en dat is tragisch. Onder hen zijn vandaag ook vier journalisten die zijn gedood in een hinderlaag'', zei de presentatrice. En zo daalde ik met beide voeten op de grond.

De BBC is een mondiale zender die ook wordt bekeken door Afghanen, dus zij wil niet de ene dode extreem meer aandacht geven dan de andere. Of kwam het omdat er geen Brit was onder de gedode journalisten? Een oorlog vol morele valkuilen. Een BBC-correspondent die met de Talibaan meereisde door de provincie Kandahar liet besneeuwde tenten van vluchtelingen zien langs de weg. ,,Geen voedsel en geen water'', zei hij, dus velen zullen sterven en anders dan oorlogscorrespondenten hebben zij hun eigen lot niet gekozen. Maar Kurpershoek is een beetje de gezant van onze stam in Afghanistan.

    • Maarten Huygen