Robots Smit bergen Ehime Maru

Smit Internationale haalde vorige maand de Ehime Maru boven water. Een Japanse vissersboot die was geramd door een Amerikaanse onderzeeër. De boot lag 600 meter onder de zeespiegel. ,,Van zo'n diepte is nog nooit een boot geborgen.''

Kort nadat de Japanse vissersboot Ehime Maru bij Hawaii door een Amerikaanse onderzeeboot was geramd, kreeg de Nederlandse berger Smit Internationale een telefoontje van de Amerikaanse marine. ,,De vraag was: is het mogelijk de boot te bergen? Wij zeiden: `Het is niet makkelijk, maar wel mogelijk'. Dat was het enige antwoord dat op dat moment politiek van belang was'', zegt Hans van Rooij van Smit. De Amerikaanse regering was op dat moment namelijk nog druk bezig om de Japanse woede te sussen.

Het contact resulteerde vorige maand in de berging door Smit van de Ehime Maru, een opleidingsschip voor de Japanse visserij. Van de 35 opvarenden van de boot zijn in februari negen mensen verdronken: vier studenten, twee leraren en drie bemanningsleden. Als zoenoffer aan Japan besloten de Verenigde Staten de boot te laten optakelen om de lichamen te kunnen bergen en te laten begraven in Japan. In de ondiepe wateren waarheen Smit de Ehime Maru heeft versleept zijn acht lichamen geborgen bij de zoektocht. Eén lichaam is niet teruggevonden.

Het lichten van de Ehime Maru, dat volgens Van Rooij ,,enkele tientallen miljoenen dollars'' heeft gekost, is een mijlpaal in de bergingsgeschiedenis. De boot is met een lenge van 60 meter en een gewicht van 900 ton niet bijzonder zwaar, maar lag wel op 600 meter diepte. ,,Van zo'n diepte is nog nooit een boot geborgen'', denkt Van Rooij. Toch kreeg de berging weinig publiciteit. Dat kwam door de bijna gelijktijdige berging van de Russische onderzeeboot Koersk die veel aandacht wegzoog, terwijl ook de Amerikaanse marine niet zat te wachten op uitgebreide persaandacht.

Smit is al zo'n twintig jaar preferred contractor voor de Amerikaanse marine, die de wereld heeft opgedeeld in verschillende werkgebieden. ,,Elke vijf jaar moeten wij weer meedingen voor een vijfjarig raamcontract voor werkzaamheden in de Stille Oceaan'', vertelt van Rooij. Zo'n raamcontract houdt in dat Smit af en toe voor een kosteloos advies wordt gebeld, maar ook als eerste wordt gevraagd voor een klus. Zo heeft Smit de wrakstukken geborgen van een neergestort toestel van TWA bij Canada en van een vliegtuig van Egyptian Air, dat twee jaar terug crashte bij New York. ,,Het ging dan uitsluitend om heel kleine wrakdeeltjes, die wij in tientallen containers hebben afgeleverd bij de FBI'', zegt van Rooij.

De berging van de Ehime Maru is dan ook geheel geregisseerd door de Amerikaanse marine. ,,Het is in dit geval niet zo geweest dat wij de klus aannamen voor een bepaald bedrag, maar dat wij elke uitgave die we wilden doen vooraf moesten voorleggen voor toestemming'', licht Van Rooij toe. ,,Dat is een beetje bureaucratisch, maar je weet wel waar je aan toe bent.'' Aan het einde van de rit volgt dan nog een performance fee, die kan oplopen tot 10 procent van de totale som. Voor de Ehime Maru moet die nog worden berekend.

Doordat de visserboot zo diep lag, was het haast onmogelijk om met duikers te werken. Smit heeft de berging dan ook gedaan met zogeheten ROV's, op afstand bestuurbare robots, die alles deden: van het maken van de eerste videobeelden van het wrak tot het bevestigen van de hijskabels. Medewerkers van Smit bestuurden de robots vanaf het bergingsschip Rockwater, waar op videoschermen de gangen van de robots waren te volgen. ,,Een erg lastig karwei, doordat je driedimensionale handelingen moet volgen op een tweedimensionaal scherm. Bovendien kan een duiker altijd improviseren, terwijl voor een robot alles van tevoren moeten worden berekend'', zegt Van Rooij.

Het oorspronkelijke plan, dat ook de voorkeur had van de Amerikanen, was om twee kabels onder de boot door te trekken. Dat gebeurt door een holle, metalen buis door de zeebodem onder de boot door te persen, vast te maken aan een kabel en de buis weer terug te trekken – de kabel komt dan onder de boot. Dat leek een goede mogelijkheid, omdat de boot keurig recht op de bodem lag. ,,Maar er zaten te veel stenen in de bodem waardoor de buis steeds vastliep'', vertelt Van Rooij over de operatie die in augustus begon.

De bergers weken uit naar het tweede scenario, waarbij twee lange, stalen platen onder de boot werden gelegd. Om de achterste plaat te bevestigen, werd met kabels de achtersteven van de boot opgetild bij de schroef. Daarbij zakte de voorsteven dieper in de bodem weg. Om die reden werd bij de bevestiging van de voorste plaat de voorkant van de boot niet alleen opgetild, maar dertig graden gedraaid naar een harder stuk zeebodem. ,,Het is een bekende methode, maar een die alleen mogelijk is als het schip nog sterk genoeg is – anders trek je het uit elkaar'', zegt Van Rooij, ,,maar wij schatten in dat het wel kon.''

De platen werden bevestigd aan een hijsframe dat door zijn drijfvermogen kon `zweven' boven de Ehime Maru. Pas later zou het bovenframe, met de twee hijskabels, worden bevestigd. Doordat de zee half oktober erg ruw was, moest dat de laatste keer worden uitgesteld. Toen de frames eenmaal in elkaar waren geklikt hesen de twee draailieren de boot moeiteloos op. Van Rooij: ,,De boot is nooit boven water geweest, dat wilden de Amerikanen niet. We hesen een stukje en verplaatsten de boot dan en aldus de zeebodem steeds volgend brachten we de Ehime Maru naar water van 30 meter diep, waar de duikers er makkelijk bij kunnen.'' Als de berging van de lichamen is voltooid, laten de Amerikanen de boot zinken in 1.800 meter diep water. ,,Wij hebben weer technologieën in de praktijk kunnen testen'', zegt van Rooij tevreden. En bovendien hebben de robots een slag gewonnen in de concurrentie met de duikers. Nadat twee jaar terug de olietanker Erika verging voor de Bretonse kust, liet de Franse regering Franse duikers de olie wegpompen. ,,De olie is er nog niet helemaal uit. Wij hebben met robots dit jaar de chemische lading gepompt uit de gezonken Ivoly Sun in het Kanaal'', zegt Van Rooij: ,,En nu hebben we met robots de Ehime Maru geborgen.''

    • Karel Berkhout