`Opmars van adviseurs is niet te stuiten'

Het aantal externe adviseurs bij de rijksoverheid en lagere overheden groeit, ondanks afspraken om hun rol terug te dringen. Het wetenschappelijk bureau van GroenLinks bepleit een gedragscode.

Externe adviesbureaus en overheidsinstanties moeten afspraken maken over de kwaliteit van adviezen en de gehanteerde tarieven. Een gedragscode moet een einde maken aan de vaak kritiekloze en onduidelijke wijze waarop lagere overheden adviseurs inschakelen. Overheden moeten ook periodieke overzichten publiceren over extern verstrekte adviesopdrachten, de gemaakte kosten en de resultaten.

Dat bepleit het wetenschappelijk bureau van GroenLinks in het vandaag gepubliceerd rapport `De staatsgreep van de zesde macht'. Ondanks de in het regeerakkoord uitgesproken wens om de invloed van externe adviseurs te verkleinen is hun aandeel juist gestegen, zo wordt in het rapport vastgesteld. Departementen melden een jaarlijkse groei van 8 procent per jaar, in kringen van adviesbureaus circuleren cijfers van 12 tot 15 procent.

Het fenomeen van de `draaideurambtenaar', topambtenaren die na ontslag in dienst treden van adviesbureaus en voor een veel hoger salaris terugkeren op hun oude plek, komt volgens de opstellers van het rapport nog steeds voor. Alleen al de gemeente Utrecht had begin dit jaar vijf voormalige topambtenaren op die manier aan het werk.

Inhoudelijk staat het werk van adviesbureaus ten onrechte nauwelijks ter discussie, zo wordt in het rapport vastgesteld. In Dordrecht onderzocht de lokale rekenkamer onlangs 23 projecten waarbij externe bureaus betrokken waren. Bij 17 projecten was het uitgebrachte advies onder de maat of gebeurde er niets mee.

Er bestaan nu nauwelijks regels voor het inschakelen van adviseurs. Het wetenschappelijk bureau wil dat in een gedragscode de onafhankelijkheid van de externe adviseur expliciet wordt vastgelegd. Zo mag de opdrachtgever niet tevoren aangeven wat de gewenste uitkomst van het onderzoek moet zijn. Ook moeten openbaarheid en publieke verantwoording over verrichte prestaties gegarandeerd zijn. Om het fenomeen van de draaideurambtenaar tegen te gaan, mogen voormalige rijksambtenaren minstens drie jaar na hun ontslag niet worden ingehuurd door hun voormalige werkgever. Nu is die termijn twee jaar.