Oezbeken blij met dood staatsvijand nummer één

De mogelijke dood van Dzjoema Namangani, leider van de islamitische IMU, heeft in Oezbekistan voor opluchting gezorgd. ,,Vernietiging van de IMU is ons zeer welkom.''

,,Als het waar is, is het de voltrekking van het vonnis dat het Oezbeekse hooggerechtshof bij verstek tegen hem heeft uitgesproken: de doodstraf.'' Dat zei gisteren in Tasjkent, de hoofdstad van Oezbekistan, duidelijk tevreden de woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken van Oezbekistan, Bahodir Oemarov, op het nieuws dat Dzjoema Namangani, leider van de Islamitische Beweging van Oezbekistan (IMU) gisteren zou zijn gedood in de gevechten rond de Afghaanse stad Kunduz.

De dood van Namangani is voor Oezbekistan meer dan goed nieuws: het is het beste dat Oezbekistan kon overkomen. De 32-jarige Namangani was staatsvijand nummer één, en de belangrijkste reden waarom Oezbekistan zich bij de internationale alliantie tegen het Afghaanse Talibaan-regime heeft aangesloten.

De strijd tegen het Talibaan-regime in buurland Afghanistan, zegt Oemarov, is voor Oezbekistan een topprioriteit. Vandaar, zo onderstreept hij tot drie keer toe, dat het land van de Amerikanen ,,geen prijs heeft gevraagd'' voor deelname aan de coalitie, al zou hij het ,,wel logisch'' vinden als er later een tegenprestatie wordt geleverd in de vorm van economische hulp. Voor Oezbekistan is de val van het Talibaan-regime belangrijk omdat ,,een stabiel en vreedzaam Afghanistan de markten in Zuid- en Oost-Azië voor Oezbekistan toegankelijk maakt'', aldus Oemarov. ,,De normale weg naar zee, naar Karachi, loopt via Afghanistan. We zouden er een venster op de wereld bij krijgen.''

Bovendien hoopt Oezbekistan af te raken van de enorme stroom drugs die vanuit Afghanistan via Oezbekistan naar het Westen worden vervoerd. Maar nog belangrijker is volgens Oemarov de vernietiging van de IMU en haar helpers, de Talibaan. ,,Als de VS niet alleen Al-Quaeda maar ook de IMU vernietigen is ons dat zeer welkom.''

Vrees voor terroristen is ook de reden waarom Oezbekistan nog steeds de grens met Afghanistan bij Termez niet voor hulpkonvooien heeft geopend. Oemarov: ,,De val van Mazar-i-Sharif betekent niet dat Noord-Afghanistan van terroristen is gezuiverd. De brug over de de rivier Amoe Darja gaat pas open als aan alle voorwaarden op het gebied van veiligheid is voldaan. Dat is nu nog niet het geval. De hulpgoederen moeten dus nog even per boot de rivier over, naar Afghanistan.''

Namangani sloot zich in 1992 aan bij het islamitische verzet in het buurland Tadzjikistan, dat toen was verwikkeld in een burgeroorlog tegen de neo-communisten. Toen die oorlog in 1997 eindigde in een akkoord, dat voorzag in een machtsdeling tussen de radicale islamieten en de neo-communisten, richtte Namangani zich, met zijn in 1998 opgerichte IMU, op zijn vaderland Oezbekistan. Dat resulteerde in terreuracties in februari 1999, toen in de hoofdstad Tasjkent vijf zware autobommen explodeerden. Later, in 2000, pleegde de IMU enkele gijzelingen in het buurland Kirgizië, die het Kirgizische leger maandenlang bezighielden.

De IMU, bestaande uit terroristen uit alle Centraal-Aziatische republieken, is nauw verbonden met de Talibaan. Vorige week werd in Tasjkent gezegd dat hij met zijn manschappen in Kunduz was ingesloten en zwaar werd gebombardeerd door de Amerikaanse luchtmacht en de Noordelijke Alliantie.

Of de dood van Namangani tevens het eind van de IMU is, staat te bezien. De IMU is in de jaren negentig groot geworden met een reeks moorden, gewapende roofovervallen en bomaanslagen op woningen van gegoede burgers in Oezbekistan, en met diefstal ter financiering in het kader van de ,,Baytoemol'' (van het Arabische Bayt At-Mal, aalmoezen voor de armen. In dit geval onder het motto: steel wat is gestolen). De filosofie geniet nog steeds een zekere populariteit in het Fergana-dal, het oostelijk deel van Oezbekistan, de regio waaruit Namangani afkomstig was, en de regio die voor alles bekend staat om zowel zijn islamitische vroomheid als zijn sociaal-economische problemen.

    • Peter Michielsen