Na Zalm neemt ook CPB afstand van eigen raming

Minister Zalm (Financiën) nam gisteren openlijk afstand van de ramingen van het Centraal Planbureau. Dat is in dit geval verstandig, zo erkent het CPB ook zelf.

Hij zei het nu hardop. Het CPB zit er in zijn jongste ramingen naast. De groei zal dit jaar niet 1,5 procent bedragen, zoals het planbureau onlangs voorspelde, maar eerder rond de 1 procent.

Gerrit Zalm, ex-directeur van het Centraal Planbureau (1989-1994) en inmiddels ruim zeven jaar minister van Financiën, verwees de ramingen van 's Rijks eigen economische `glazen-bol-specialist' naar de prullenbak.

De reden dat Zalm afstand nam had meer te maken met een kennisvoorsprong dan met kritiek op de methode die het CPB hanteert voor zijn voorspellingen. Enkele dagen vóór Zalms uitspraak meldde het CBS namelijk dat de economie in het derde kwartaal 2001 is gekrompen (met 0,4 procent). Een simpele optelsom van de dit jaar gerealiseerde cijfers (resulterend in een jaargroei van tot nu toe 1,1 procent ten opzichte van het vorige jaar) leert dan dat er in het vierde kwartaal een hele forse versnelling van de groei moet zijn, wil de CPB-voorspelling worden gehaald. Dat wordt door niemand realistisch geacht.

Toch kan zo langzamerhand de vraag gesteld worden hoe zinnig de elkaar snel opvolgende ramingen van het planbureau nog zijn voor beleidsmakers en politieke partijen. Immers, het CPB is nog steeds de hofleverancier voor de aannames waarop partijprogramma's, begrotingen en regeerakkoorden worden gebaseerd.

De ramingen van jongstleden Prinsjesdag bleken bij publicatie op 18 september achterhaald door de aanslagen in de VS precies een week eerder. De bijgestelde ramingen voor 2001 en 2002 die in november uitkwamen zijn inmiddels ingehaald door de cijfers van het CBS. En het driemaandelijkse CPB-report van aanstaande december zal wederom nieuwe cijfers bevatten over de toestand van de economie, zo meldt het CPB desgevraagd. Drie bijstellingen in drie maanden tijd, daar valt simpelweg niet mee te rekenen.

In het Centraal Economisch Plan (CEP) 1999 analyseerde het CPB zijn eigen trefzekerheid van ramen. De conclusie: vergeleken met andere nationale ramingsinstituten zit het CPB in de middenmoot. De planbureaus van Italië en Zweden deden het gemiddeld genomen beter dan het CPB in de afgelopen vijftien jaar.

Voor de ramingsfouten uit het verleden zijn best verklaringen te geven, zo analyseerde het CPB. Schommelingen in wisselkoersen, verkeerde schattingen van de wereldhandel, en ook weersomstandigheden en politieke veranderingen voert het ter verdediging aan.

Zoals uit het CEP 1999 blijkt zijn bijzondere schokken in de wereldeconomie een belangrijke bron van `voorspelfouten'. ,,Bij de grotere ramingsfouten in het verleden is altijd wel een element aan te wijzen dat een grote invloed had die redelijkerwijs niet voorzien kon worden'', aldus het CPB. Juist die grote internationale conjuncturele onzekerheden spelen ook nu weer een dominate rol in de cijfers. Tenslotte is de Nederlandse economie de laatste jaren afhankelijker geworden van de wereldmarkt.

Een verwijt dat het CPB gemaakt kan worden is dat het teveel uitgaat van de harde realiteit van modellen en cijfers en onvoldoende rekening houdt met `de echte wereld'. ,,Toen Zalm nog CPB-directeur was'', zo memoreerde Nyfer-econoom Bomhof in 1999 in deze krant, ,,nam hij zonodig zonder problemen afstand van het rekenmodel.'' Zijn opvolger Henk Don kruipt volgens Bomhof veel dichter aan tegen het rekenmodel en maakt zichzelf tot spreekbuis voor berekeningen die kant noch wal raken.

Nyfer-econoom Arjan Soede voegt daar aan toe: ,,Het planbureau gaat uit van `geprikte parameters' als import, export en werkgelegenheid. Wij kijken meer naar indices als de beurs, de rente en de inkoop. Die reageren sneller op grote schommelingen en zijn dus adequater op korte termijn'', aldus Soede. Nyfer heeft overigens op de lange termijn ongeveer dezelfde foutmarge in zijn voorspellingen als het CPB. ,,Maar bij grote conjuncturele onzekerheden scoren we beter'', zegt Soede.

Maar een raming blijft een raming. Het jaar dat de raming precies overeenkomt met de realisatie zal wel nooit aanbreken. Recente aanpassingen van het CPB-rekenmodel leiden wel tot een steeds verdere verfijning van de voorspellingen. Maar zoals het CPB zelf al in 1999 constateerde: ,,Ook voor de ramingen geldt dat in het verleden behaalde resultaten geen garanties bieden voor de toekomst.''

    • Egbert Kalse