Mieke Telkamp leeft voort in tijdmachine

Natuurlijk is het eerder gedaan. Na tientallen jaren terugkeren naar de plaats waar ooit een foto werd gemaakt, en dezelfde plaats opnieuw fotograferen. Verleden en heden naast elkaar, zoek de verschillen. Het Amsterdamse Gemeentearchief trok veel bezoekers met foto's van Jacob Olie, die rond de vorige eeuwwisseling de straten van Amsterdam vastlegde, omdat de vergelijking met het hedendaagse straatbeeld zo aantrekkelijk is. Nostalgie is onvermijdelijk: ach, wat was het anders en wat is er veel moois verdwenen.

Op de tentoonstelling van Jacques Meijer (Delft, 1934) in de Rotterdamse Kunsthal is van nostalgie geen sprake, en van eenduidig vergelijken evenmin. Volgens de Kunsthal is het een uniek experiment, want hier keerde de fotograaf zelf terug. De expositie Dynamisch Archief toont veertig dubbelfoto's: links het zwart-wit van de Rolleiflex uit eind jaren 50 en begin jaren 60, rechts de recente kleuren van een kleinbeeldcamera. Opmerkelijk is de schijnbare waardenvrije benadering: het is niet duidelijk of Meijer wilde laten zien hoeveel er in veertig jaar tijd is veranderd, of hoeveel er gelijk is gebleven.

De overeenkomsten zijn opvallender dan de verschillen. Soms omdat Meijer dat zichtbaar beoogde. Mariska van Kolck, opgemaakt voor haar optreden in de musical 42nd Street, lijkt op Mieke Telkamp in de Snip en Snap-revue uit 1964. Hun blik in kleedkamer van Carré is dezelfde. Ook op het podium is weinig veranderd: de dansmeisjes met blote benen van revue en musical ontlopen elkaar niet veel. In 1964 poseerde Wim Kan voor de ingang van Diligentia in Den Haag met een reclamebord van zijn eigen voorstelling, in 2000 doet Sanne Wallis de Vries hetzelfde. Wat hier opvalt is dat Meijer in het verleden betere, minder platte foto's maakte dan nu.

In het theater bleef veel gelijk, op het strand ligt dat anders. Het volledig geklede echtpaar – allebei met hoed, hij met horlogeketting, zij met handschoen – steekt geweldig af tegen Tine K. en Ben B. op het naaktstrand. Het echtpaar is betrapt of negeert de fotograaf, Tine en Ben doen erg hun best om ongedwongen naar de zee te turen. Hier lijkt eerder honderd dan veertig jaar overbrugd. Erg veranderd zijn ook de mensen die Meijer toen en nu portretteerde, waaronder kunstenaars als Jan Cremer, Hans van der Lek en Anton Martineau. Verrassend is dat niet, veroudering is in elk prive-fotoalbum te zien.

De mooiste foto's, zij die dit dynamisch archief interessant maken, zijn de `lege' foto's: foto's van locaties waar niets gebeurt. Kamer 7 van Hotel Hage in Scheveningen bijvoorbeeld, auto's op de Prinsengracht, een kruispunt in Mechelen. Of die werkkamer in de Tweede Kamer, met twee schoonmaaksters en nog steeds een schilderij en een kalender aan de muur. De telefoon is platter geworden, de typemachine veranderd in een computer en het secretaressetafeltje verdwenen. De twee kassajuffrouwen op de kermis hebben op het eerste gezicht weinig gemeen, maar ze worden verbonden door hun naar niets starende blik, hun afwachtende handen. Die overeenkomst overwint het gewijzigde perspectief.

Juist in die ogenschijnlijk betekenisloze beelden werkt de tijdmachine het best, omdat het anders-zijn van het verleden wordt ontkend. Daar wordt het verleden dichterbij gehaald in plaats van exotisch gemaakt. Exotisch verleden is leuk voor ah en oh, maar het is ook onschadelijk, niet van ons. Waarschijnlijk niet toevallig zijn de foto's van nu hier net zo spannend als die van toen. Het zijn de combinaties waar Meijer het minst heeft gesjoemeld met standpunten en composities, waar hij het meest trouw is gebleven aan zijn artistieke keuze van destijds. In zijn beste foto's erkent Meijer dat hij toen een betere fotograaf was dan nu, en dat maakt zijn expositie tot een moedig experiment.

Tentoonstelling: Jacques Meijer, Dynamisch Archief. T/m 13/1/2002 in Kunsthal Rotterdam. Open di-za 10-17u, zo 11-17 u. Catalogus: ƒ 29,75. Inl. 010-4400301 of www.kunsthal.nl