Meldplicht bedreigt de rechtsstaat

In NRC Handelsblad van 13 november suggereert dr. H.J.R. Kaptein in een artikel naar aanleiding van de Europese anti-witwasrichtlijn dat advocaten misbruik van hun vertrouwensfunctie maken door de rechtsstrijd te voeren met ,,alle middelen ongeacht de kwaliteit van het resultaat''. Dit laatste is, hoe voorzichtig ook gesteld, misleidend.

Geheimhouding en de bijbehorende verschoning zijn wettelijk geregeld. Wie zijn geheimhoudingsplicht schendt is strafbaar. De vraag is of er omstandigheden zijn waaronder de geheimhoudingsplicht terzijde gesteld moet worden. Vroeger zagen velen geheimhouding als absoluut: nooit iets melden aan welke derde dan ook, inclusief de overheid. Tegenwoordig stelt menigeen dat het beroepsgeheim doorbroken mag worden als er een mensenleven op het spel staat al is deze opvatting nog nooit met zoveel woorden door de Hoge Raad bevestigd.

De sprong die Kaptein maakt van dood of leven naar witwaspraktijken is volstrekt uit den boze. De geheimhoudingsplicht voor advocaten is essentieel voor de rechtsstaat. Er is meer nodig dan witwassen om die plicht te doorbreken. Dood door misdrijf is door de onherroepelijkheid en meestal het ontbreken van andere middelen ter voorkoming ervan, van een andere categorie dan witwassen, ook al kan betoogd worden dat witwassen deel kan uitmaken van de handel in drugs, die ook mensenlevens kan kosten.

Waarom is het beroepsgeheim van advocaten zo belangrijk? Niet vanwege de kunstmatige ingewikkeldheid van het recht waarover Kaptein filosofeert, maar vanwege drie hoofdvoorwaarden voor een goed functionerende rechtsstaat: toegang tot het recht voor iedereen, een eerlijk proces, en de mogelijkheid om met gelijke wapenen te strijden. Zeker bij dit laatste element speelt de advocaat een belangrijke rol. Hij zorgt ervoor dat de cliënt zich kan beroepen op alle regels voor een redelijke en eerlijk verloop van het proces, of dit nu gebaseerd is op het burgerlijk recht, het strafrecht of het bestuursrecht. De cliënt moet achteraf nooit kunnen zeggen dat hij bij gebrek aan kennis zijn zaak heeft verloren of veroordeeld is. Pas als iemand veroordeeld is met inachtneming van alle regels functioneert onze rechtsstaat. Emoties zoals die nu bij vrijwel iedereen na 11 september de kop opsteken, mogen wel een drijfveer vormen om de wetten aan te scherpen, maar nooit om essentiële waarborgen te verzachten of om zeep te helpen.

Al te vaak heeft het grote publiek een stuk of tien `top'-advocaten op het netvlies, alsof er niet bijna elfduizend andere advocaten zijn die dagelijks door cliënten in vertrouwen worden genomen. Vrijwel al die advocaten hebben dezelfde ingebakken afkeer als iedere andere burger van burenruzies, echtscheidingen, geweigerde vergunningen, aanrandingen en drugshandel. Maar hoe hij ook tegenover de zaak staat, hij zal met al zijn mogelijkheden zoeken naar datgene wat in het voordeel van de cliënt is. Dat is zijn taak. Hij is vrij om de zaak te weigeren of tussentijds neer te leggen, maar als hij de cliënt bijstaat, ontstaat er een vertrouwenssfeer van waaruit het ondenkbaar is om iets melden, ook als het gaat om witwassen.

De Hoge Raad kiest in dit spanningsveld van belangen tot nu toe steevast voor bescherming van het beroepsgeheim, dus de kant van de rechtzoekende. Het algemeen belang van de waarheidsvinding moet wijken voor het eveneens algemene belang dat men in een rechtsstaat de hulp van een advocaat kan inroepen zonder bevreesd te hoeven zijn dat bekend wordt wat vertrouwelijk dient te blijven. Zeer bijzondere omstandigheden kunnen tot een andere afweging leiden. Een gebod tot melding, zoals nu aan de orde is, is echter een stap terug in de civilised society die wij willen zijn. Als bovendien de terreur in Amerika de beslissingen in Europa ten aanzien van beperking van het beroepsgeheim van de advocaat heeft geolied – en daar lijkt het wel op – dan hebben wij ons wel heel gemakkelijk door terroristen laten intimideren.

Prof. mr. L.H.A.J.M. Quant is advocaat te Utrecht en bijzonder hoogleraar advocatuur aan de Universiteit van Amsterdam.