Harnoncourt laat rusteloze ziel Beethoven weerklinken

Frans Brüggen en zijn Orkest van de Achttiende Eeuw hadden er dit jaar al een uniek Beethoven-project opzitten: in Utrecht weerklonken alle pianoconcerten van Beethoven op verschillende authentieke instrumenten, gespeeld door Paul Komen, Stanley Hoogland en Ronald Brautigam. Met keizerlijke allure vertolkte Brautigam toen het Vijfde pianoconcert op een Conrad Graf vleugel. Gisteravond stond er een roodbruine Böhm voor hem klaar, waarop Brautigam aanviel met Beethoviaanse allure én een aanstekelijke obsessie voor het Ultieme Uitdiepen van de bescheiden klankmogelijkheden van de pianoforte.

Dapper en energiek spoorde Brautigam zijn oude Böhm aan tot optimale dialogen met het orkest. Maar ondanks de transparante klank van het authentiek begeleidende Orkest van de Achttiende Eeuw, verdween de schuwe stem van de Böhm in de te Grote Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw in het niets. Toch viel er, voor wie bereid was met zijn oren in te zoomen op de briljant en parelend solerende Brautigam, nog veel te genieten tijdens de fluisterzachte weergave van Beethovens `Keizerconcert'.

De componist zélf zou echter zeker de voorkeur gegeven hebben aan Pierre-Laurent Aimards zangerige lezing van zijn Eerste pianoconcert in C, op. 15. Want Beethoven ergerde zich aan de beperkte klankmogelijkheden van de pianoforte, en de met veel temperament door Nikolaus Harnoncourt en het Chamber Orchestra of Europe aangevuurde Aimard opteerde zaterdag in dezelfde zaal voor de Steinway. Dit majestueuze instrument verleende zijn Eerste pianoconcert de keizerlijke allure, die eigenlijk zijn Vijfde zou toekomen. Het blijft schipperen met oude instrumenten in grote zalen.

Wel zo interessant waren daarom de grote verschillen in stijl waarmee Harnoncourt en Brüggen zich op Beethovens symfonische oeuvre stortten. Brüggen maakte zich sterk voor een `schone' interpretatie van de Zevende symfonie, die in de loop der tijden bedolven raakte onder de romantische dweepzucht en de pathetische heroïek van zijn uitvoerders. Neem de beroemde `dodenmars', het aangrijpende tweede deel, dat doorgaans in een tergend langzaam tempo wordt uitgevoerd om tot tranen toe te ontroeren. Brüggen herstelde het originele tempo in ere, allegretto, en plotseling klonk het deel bijna vrolijk. Ook Harnoncourt stortte zich met een verbluffende energie op de essentie van Beethoven, maar daarbij leek hij zich minder druk te maken over relatieve `uiterlijkheden' als de tempi.

In zijn tot het uiterste samengebalde interpretatie van de Ouverture Corolian en in zijn diabolische vertolking van de Vijde symfonie, stelde de geniale Harnoncourt alles in het werk om de dynamiek van de muziek tot uitdrukking te brengen. Inhoud en vorm vielen bij Harnoncourt volledig samen: hier weerklonk de rusteloze ziel van Beethoven, ontdaan van alle aardse belemmeringen, vrij stromend en vloeiend, boordevol hartstocht en tegelijkertijd heroïsch en adembenemend teder.

Grof gesteld manifesteerde Brüggen zich als de gewetensvolle architect van Beethovens ruwe notenmateriaal, waarbij hij met veel aandacht voor (tegen)accenten en dynamische nuances als het ware muzikale blokken op elkaar stapelde. Harnoncourt daarentegen bracht met een meesterlijk gevoel voor timing, klankkleur en spanningopbouw de onuitputtelijke stroom van emoties aan het licht, waaruit Beethovens muziek is opgebouwd. En zo klonk de aangrijpende Beethoven van Harnoncourt en het Chamber Orchestra of Europe bezield én melodisch, terwijl de Beethoven van Brüggen en zijn Orkest van de Achttiende Eeuw nogal eens in fragmentarische `klankbeelden' bleef steken.

Concert: Matinee: Chamber Orchestra of Europe o.l.v. Nikolaus Harnoncourt, m.m.v. Pierre-Laurent Aimard (piano). Programma: Werken van Beethoven. Gehoord: 17/11 Concertgebouw Amsterdam. Radio 4: 20/11 20.30 uur. Concert: Orkest van de Achttiende Eeuw o.l.v. Frans Brüggen, m.m.v. Ronald Brautigam (fortepiano). Programma: Werken van Beethoven. Gehoord: 19/11 Concertgebouw Amsterdam.

    • Wenneke Savenije