`Gasgebouw' ingrijpend vertimmerd

De tijd begint te dringen voor het ombouwen van de Nederlandse gassector, ofwel het gasgebouw. Minister Jorritsma (EZ): `Als je het gasgebouw wil verbouwen, dan moet je wel oppassen dat het niet in elkaar stort.' Maar de staat wil niet een te grote rol spelen.

De eerste grote stap in de verbouwing van de Nederlandse gassector werd gisteren gezet met het uitkopen van het belang van chemieconcern DSM in de sector. De rest van de verbouwing zou wel eens snel kunnen volgen, wellicht voor de Tweede Kamer-verkiezingen van 15 mei volgend jaar. De tijd dringt, de Europese gassector moet in 2005 geliberaliseerd zijn.

De staat maakte gisteren bekend dat het de belangen (certificaten) van chemieconcern DSM in de aardgassector heeft opgekocht voor 2,7 miljard gulden. Deze stap brengt de liberalisering van de gassector iets dichterbij en maakt de organisatie van de publiek-private samenwerking in de sector in ieder geval overzichtelijker. Hoe minder spelers, des te sneller de besluitvorming, luidt het adagium van minister Jorritsma.

Nu DSM is uitgekocht, heeft de staat alleen nog met de energieconcerns Koninklijke/Shell en ExxonMobil te maken. De twee bezitten elk 25 procent in Gasunie en ieder de helft van de NAM, de Nederlandse Aardoliemaatschappij. Shell en ExxonMobil, de grootste twee beursgenoteerde energieconcerns ter wereld, zijn al sinds 1947, toen de NAM werd opgericht, betrokken bij de gaswinning in Nederland. Eind jaren vijftig boorde de NAM het grote gasveld van Slochteren in Groningen aan, naar nu bekend is het grootste gasveld van Europa.

Om de verkoop en het transport van de grote gasvoorraden goed te regelen, werd in 1963 de Gasunie opgericht. De NAM zal buiten de verbouwing van het `gasgebouw' blijven, er zal vooral worden gekeken naar de structuur van de Gasunie. Het bedrijf is al bezig zich juridisch op te splitsen in een transport- en een handelsorganisatie. De vrije toegang tot het net voor derden is een van de cruciale randvoorwaarden van de Europese liberaliseringsrichtlijn, en dat valt niet te rijmen met één bedrijf dat zowel over de winning als over het netwerk gaat.

In de elektriciteitssector heeft de staat onder druk van de Tweede Kamer het hoogspanningsnet opgekocht, maar het lijkt onwaarschijnlijk dat dit ook in de gassector zal gebeuren. ,,Doel van het opknippen van het gasgebouw is dat het voor zowel bedrijven als consumenten transparanter wordt. Nieuwe toetreders moeten dezelfde rechten op transport hebben als de huidige aanbieders'', zo zei Jorritsma.

Om een eerlijke gashandel te garanderen, is een aparte toezichthouder voor de energiemarkt opgericht (DTe) als onderdeel van de Nederlandse mededingingsautoriteit (NMa). ,,Het directe aandeelhouderschap van de staat daarin is niet meer nodig. Het beheer van het gasnet moet onafhankelijk zijn. We hebben nu 50 procent van het hoofdnet, en ik ben niet van plan er nog meer van te kopen'', aldus de minister, die daarmee de mogelijkheid openlaat dat bedrijven als Shell en Exxon een aandeel blijven houden in het netwerk. Jorritsma voegde eraan toe dat de hele reconstructie ,,budgettair neutraal'' moet gebeuren.

De gasbaten hebben sinds 1963 een belangrijke rol gehad in het opbouwen van de welvaart. Ook dit jaar wordt er weer een fors bedrag, 12,5 miljard gulden, op de rekening van de overheid bijgeschreven. Het veranderen van de structuur van de gaswinning zal niet leiden tot lagere baten, aldus Jorritsma. Alhoewel Gasunie de laatste jaren marktaandeel verspeelde, vooral door de import van Brits gas, verwacht de minister dat Gasunie, als het straks de handen vrij heeft, mee kan doen op de internationale commerciële gasmarkt en een volwaardige speler kan worden op deze markt. Gasunie verloor vorig jaar 36 procent van zijn marktaandeel waardoor de overheid anderhalf miljard gulden misliep.

Het is onwaarschijnlijk dat de staat betrokken zal blijven bij de handelspoot van Gasunie. De overheid zou dan zowel handelaar als toezichthouder zijn in de sector. De onderhandelingen met ExxonMobil en Shell over de toekomstige structuur van Gasunie verlopen langzaam.

Het ministerie had gehoopt de Tweede Kamer samen gisteren een compleet toekomstvisie voor Gasunie te presenteren, maar de gesprekken met de energiebedrijven werden niet op tijd afgerond, hoewel er wel ,,voortgang'' werd geboekt. Jorritsma verwacht trouwens niet dat de gesprekken nog erg lang zullen duren. ,,Het moet makkelijk mogelijk zijn om de splitsing van Gasunie nog voor de verkiezingen (15 mei 2002) voor elkaar te krijgen'', aldus de minister.

    • Egbert Kalse
    • Heleen de Graaf