Fusie cruisebedrijven tot 's werelds grootste

Wat in de aangeslagen luchtvaart almaar niet lukt is vandaag in de cruisevaart, een sector die niet minder door de nasleep van 11 september wordt geteisterd, wel totstand gebracht: een fusie van twee van de grootste spelers.

Het Britse P&O Princess en het Amerikaanse Royal Caribbean zullen fuseren tot de grootste cruisemaatschappij ter wereld ter waarde van 6 miljard dollar (15 miljard gulden). Dat hebben beide maatschappijen vandaag bekendgemaakt.

Samen hebben ze een vloot van 41 cruiseschepen, accomodatie voor in totaal 75.000 bedden, 40.000 man personeel, een omzet van vijf miljard dollar en drie miljoen passagiers.

P&O Princess, de nummer drie in de wereld met een marktwaarde van 3,11 miljard dollar, krijgt 50,7 procent. Royal Caribbean, de nummer vier met een marktwaarde van 2,89 miljard dollar, krijgt de resterende 49,3 procent in de nieuwe maatschappij, die ze een ,,fusie van gelijken'' noemen. Een nieuwe naam is nog niet gevonden. De fusie moet over een jaar een besparing opleveren van jaarlijks 100 miljoen dollar.

Royal Caribbean (nettowinst in de twaalf maanden tot 1 oktober 2001: 324 miljoen dollar) heeft sinds 11 september 43 procent van zijn beurswaarde verloren, maar P&O (nettowinst in dezelfde periode: 266 miljoen dollar) won 12 procent.

P&O Princess, hoofdkantoor in Londen, dat vaart op Alaska, Europa, het Panamakanaal en exotische oorden, is in 2000 afgesplitst van de Peninsular and Oriental Steam Navigation Company, en kreeg toen als onafhankelijke maatschappij een beursnotering in Londen en New York.

Royal Caribbean, hoofdkantoor in Miami, dat tegenwoordig over de hele wereld vaart, werd in 1969 opgericht door drie Noorse rederijen. In 1998 fuseerde het met Admiral Cruises. Een van de drie rederijen kocht de andere twee uit. Twee nieuwe eigenaren kwamen erbij, de familie Pitzker, die de hotelketen Hyatt bezit, en de familie Ofer, eigenaar van een van de grootste rederijen ter wereld.

In 1993 kreeg Royal Caribbean een notering aan Wall Street. In 1999 werd het door de Amerikaanse autoriteiten veroordeeld tot een boete van 18 miljoen dollar omdat het olie in zee had geloosd.