Een Yes-meisje wil het liefst heel gewoon zijn

Yes is meer dan alleen maar een meisjesblad over mode en verliefdheid. Het leidt vrouwen in de `moerasleeftijd' naar de volwassenheid, zegt promovendus Annette van der Mooren.

Groot feest, afgelopen zaterdag. Bijna vijfduizend Yes-lezeressen waren in Bataviastad, de grote factory outlet bij Lelystad, om het vijftienjarig bestaan van hun blad te vieren. Hartverwarmend, zegt Yes-hoofdredacteur Leontine van den Bos (44). Fantastisch om te zien dat al die jonge vrouwen precies zo zijn zoals wij ze zien.

Licht afwachtend waren ze, niet blasé, dolblij met hun Yes-tasje met twee presentjes. Meisjes tussen de 17 en 24, sommigen met elkaar, een paar met hun moeder. Ze gingen niet uit hun dak op de muziek van Judith, Abel of Fontane, ze dansten voorzichtig op de maat mee. Een ontvankelijke groep, zegt Van den Bos. Een groep die je nog een plezier kunt doen.

Communicatiewetenschapper Annette van der Mooren (34) heeft een proefschrift over Yes geschreven. Ze hoopt er volgende week op te promoveren aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. Haar promotie valt toevallig precies in de jubileummaand van het blad. Yes, schrijft zij, gaat over mode, beauty, vrije tijd en relaties. Maar Yes is meer dan een `vrijdagmiddagmoment' voor de lezeressen. De schijnbaar oppervlakkige onderwerpen hebben een diepere laag, een latente betekenisstructuur. De lezeressen lezen het blad niet alleen, ze beléven het. Het blad biedt feitenkennis, gedrag- en omgangsregels én ontspanning. Yes, concludeert zij, draagt bij aan de ontwikkeling van de identiteit van jonge vrouwen op weg naar volwassenheid.

De wetenschappelijke conclusie sluit precies aan bij wat de redactie van Yes al dacht. De hoofdredacteur: ,,Wij hebben een onvoorstelbare verantwoordelijkheid.'' Ze legt uit waarom. Yes bereikt meer dan een half miljoen jonge vrouwen. Dat is de helft van álle Nederlandse vrouwen in die leeftijd. Vrouwen in de ,,moerasleeftijd'', waarin belangrijke beslissingen worden genomen over werk, studie en relaties.

Niemand bereikt deze groep vrouwen, zeggen Van den Bos en Van der Mooren. De doorsnee Yes-lezeres zit niet meer op de middelbare school, ze werkt of volgt een opleiding, kiest vaak een verzorgend beroep, leest geen krant. Ze kijkt wel televisie, naar de commerciële zenders, maar daar heeft ze geen band mee. Wil je dé Nederlandse jonge vrouw leren kennen, zeggen zij, dan moet je Yes lezen. De adverteerders in Yes bereiken deze groep beter dan welke overheidscampagne ook.

De Yes-vrouw is geen trendsetter zoals de Viva-vrouw. Ze is voorzichtiger, braver. Ze is niet hoog- maar ook niet laagopgeleid. Haar twee grootste hobby's zijn muziek en shoppen. Uit de analyse van de SOS-rubriek, waarin lezeressen vragen stellen, blijkt dat haar grootste angst is niet normaal te zijn. ,,Ik heb soms fantasieën over andere jongens als ik met mijn vriend vrij. Is dat wel normaal?'' De Yes-lezeres zoekt naar waarden en normen, naar gedragsregels, ze heeft behoefte aan bevestiging. En Yes geeft haar op een `vriendelijke, positieve en milde' manier een `steuntje in de rug', aldus Van den Bos en Van der Mooren.

In haar proefschrift haalt Van der Mooren feministen aan, bijvoorbeeld uit Opzij, die zeggen dat bladen als Yes de ouderwetse rollenpatronen bevestigen. De meisjes worden niet uit hun keurslijf gehaald, maar er juist dieper ingeduwd. De wetenschapper en de hoofdredacteur zijn het daar niet mee eens. Ja, in de jaren tachtig, toen Yes net begon, was het misschien een beetje zo. Zeker als het over vriendjes ging. Van der Mooren: ,,Toen ging Yes over: hou krijg ik hem, hoe hou ik hem, hoe verwen ik hem.'' Dat is nu heel anders.

In 1997 is Yes vernieuwd: de leeftijd van de doelgroep werd verhoogd: van 13 naar 17 en ouder. De uitgever, VNU, legt in een brochure aan de adverteerders de reden van de vernieuwing uit: oudere meisjes hebben meer geld te besteden. En de merken en producten die ze zo rond hun negentiende kopen, blijven ze later min of meer automatisch kopen.

Yes is veranderd, maar het Nederlandse meisje ook, zegt Van den Bos. ,,Ze zit niet meer te wachten op de prins met het witte paard, ze heeft zelf de teugels in handen.'' Het onderhouden van de relatie is haar taak geworden, maar ze mag van Yes haar grenzen stellen. Wil hij iets wat zij niet wil, dan moet erover gepraat worden. Gaat hij vreemd, dan mag ze zich rustig afvragen of ze met zo'n jongen nog wel verder wil. Gaat het uit, dan is het geen ramp. (Tijdelijk) single zijn heeft ook voordelen.

De hoofdredacteur pakt de laatste nummers erbij. Een verhaal over werken in een mannenwereld, een meisje vertelt over haar stage in het buitenland, een artikel over of een hoog salaris belangrijk is. Yes-meisjes, staat in het proefschrift, willen niet meer alleen voor het huishouden opdraaien als ze samenwonen. Ze zien zichzelf werken, en als er kinderen komen, zijn ze hooguit van plan daar even mee te stoppen. Onder het oppervlak, zegt Van den Bos, voltrekt zich een revolutie. Van der Mooren concludeert hetzelfde wetenschappelijk: Yes, zegt zij, is ,,licht-emancipatoir''.

Het gemiddelde Nederlandse meisje ziet haar moeder nu voor het eerst een baantje krijgen, zegt Van den Bos. Yes heeft meer invloed dan docenten, ouders, overheid of wie dan ook. ,,Wie kunnen haar voorzichtig stimuleren? Zeggen dat een opleiding belangrijk is, dat het fijn is je eigen geld te verdienen. Ze zal nooit op de barricades gaan staan. Mode, uiterlijk en haar vriend blijven belangrijk.'' En dus zal Yes daar ook over blijven gaan. Onze zorg, zegt Van den Bos, is: ,,Hoe krijg ik haar, hoe hou ik haar, hoe verwen ik haar.''

    • Rinskje Koelewijn