Britten: `accentverschil' met VS

De Britse regering ontkent een serieus verschil van mening te hebben met de Verenigde Staten over de inzet van grote contingenten grondtroepen in Afghanistan. Maar de vluchtige militaire en diplomatieke situatie brengt wel ,,accentverschillen'' aan het licht, zeggen Britse regeringsbronnen.

De Amerikaanse regering zou sceptisch staan tegenover het Britse plan voor een zogeheten `stabilisatiemacht'. Die macht moet volgens Londen een begin van orde scheppen in afwachting van een latere VN-macht. Ook moet zij wegen repareren en hulpkonvooien begeleiden. Premier Blair heeft daartoe vorige week 6.000 soldaten beschikbaar gesteld, die binnen 48 uur oproepbaar zijn. Maar hun inzet is voor onbepaalde tijd opgeschort, nadat de Noordelijke Alliantie bezwaar maakte tegen het gebruik van het vliegveld van Bagram, bij Kabul. Een voorhoede van zo'n honderd Britse commando's landde daar afgelopen donderdag om de komst van de stabilisatiemacht voor te bereiden.

Volgens een hoge militaire bron, vanochtend geciteerd in The Independent, bestaat in Amerikaanse militaire en politieke kringen bezwaar tegen de aanwezigheid van grote hoeveelheden Britse troepen, onder meer omdat ze de campagne ,,een Amerikaanse show'' vinden. Downing Street zegt dat bezwaren van de Noordelijke Alliantie geen rol spelen en dat de Amerikanen bepalen hoe Britse grondtroepen worden ingezet.

Volgens de Amerikaanse minister van Defensie Rumsfeld is Amerikaanse deelname aan een ,,semi-permanente vredesmacht niet te verwachten.''. Lord Charles Guthrie, de voormalige Britse chefstaf, zegt in The Daily Telegraph vanochtend dat de VS peacekeeping ,,werk voor watjes'' vinden.