Zwevende doos op een populierenbos van aluminium

Gebouwen van één materiaal zijn in de mode. Maakten modieuze architecten in het midden van de jaren negentig nog bonte collages van hout, baksteen, glas, metalen en allerlei andere materialen, tegenwoordig geven ze de voorkeur aan monomateriële gebouwen. Zo staan aan de Arena Boulevard in Amsterdam een door Frits van Dongen ontworpen bioscoop en muziekhal naast elkaar die allebei saaie gevels hebben gekregen van grijs metaal. Onlangs werden in de Vinex-wijk Ypenburg huizen van MVRDV voltooid waarvan de gevels en puntdaken telkens uit één materiaal (rode dakpannen, blauw metaal, enzovoort) zijn vervaardigd. En in een andere Vinex-wijk, Zenderpark bij IJsselstein, staan huizen die van nok tot grond buitenkanten van glanzende dakpannen hebben gekregen.

Grappig genoeg hebben de twee opzienbarendste monomateriële gebouwen die totnutoe in Nederland zijn gebouwd niets te maken met de nieuwste mode. Zowel het glazen huis Laminata in Leerdam als het Aluminium Centrum in Houten zijn het resultaat van prijsvragen voor gebouwen die om andere dan modieuze redenen zoveel mogelijk van één materiaal moesten worden vervaardigd. In het ene geval was dat glas, omdat het huis kwam te staan in Nederlands glasstad bij uitstek Leerdam, in het andere geval was het aluminium omdat het Aluminium Centrum de opdrachtgever was. In 1997 won de Amsterdamse architect Micha de Haas de prijsvraag voor een nieuw onderkomen voor het Aluminium Centrum, dat, overeenkomstig het voornaamste doel van dit centrum, de vele mogelijkheden van aluminium moest laten zien.

Het nieuwe Aluminium Centrum, dat donderdag officieel wordt geopend, doet dit op een ronduit spectaculaire manier. De ongelooflijk scherpe, strakke vormen van het gebouw contrasteren scherp met het omringende bedrijvenpark, dat het aanzien heeft gekregen van een oude vesting, compleet met gracht en kasteelachtige bedrijfsgebouwen. Het Aluminium Centrum staat gedeeltelijk in de vestinggracht.

De Haas is erin geslaagd om het centrum vrijwel helemaal van aluminium te bouwen. Alleen de vloer is gedeeltelijk van beton en enkele binnenwanden en uiteraard de ramen zijn ook niet van aluminium. Maar alle 368 kolommen waarop het gebouw rust zijn wel van aluminium. Maar liefst zes meter hoog zijn deze palen. Ze dragen een platte doos waarin kantoren, vergaderzalen en een expositieruimte zijn ondergebracht. De dunste kolommen zijn niet dikker dan 9 centimeter en hoewel hun aantal groot is, geven ze de doos dank zijn hun ijlheid een wonderlijk zwevend karakter. Alle kolommen zijn dragend; voor de stabiliteit zijn sommige scheef gezet, wat de indruk van een echt, beetje rommelig bos van aluminium bomen versterkt.

Volgens eigen zeggen heeft De Haas zich voor zijn eerste grote gebouw laten inspireren door de populierenbossen die in het Nederlandse polderlandschap staan. Hieraan hoeft niet te worden getwijfeld, maar vermoedelijk heeft De Haas bij het ontwerpen ook gedacht aan het werk van Le Corbusier, dé architect van de vorige eeuw. Le Corbusier is tenslotte de man van de `pilotis', zoals hij kolommen noemde. Pilotis in plaats van dragende muren gaven een architect een ongekende vrijheid, aldus Le Corbusier, en maakten een `plan libre', een vrije plattegrond, mogelijk. Dit was bijvoorbeeld het uitgangspunt voor Le Corbusiers beroemde Villa Savoye in Poissy uit 1931, die bestaat uit een platte doos op pootjes.

Het Aluminium Centrum zou kunnen worden beschouwd als een radicale uitvoering van de Villa Savoye uit 1931. Om een of andere reden vond Le Corbusier de begane grond minder geschikt voor bewoning. Daarom had hij hier bij de Villa Savoye alleen de ingang en een klein vertrek voor het dienstpersoneel gesitueerd. De Haas heeft Le Corbusiers afkeer van de grond in het Aluminium Centrum tot het uiterste doorgevoerd: op de begane grond zijn alleen een glazen liftschacht en twee trappen te vinden. Verder staat er niets in het aluminium bos dat dag en nacht publiek toegankelijk is. 's Avonds worden de trappen ook nog eens omhooggetrokken om onverlaten buiten te houden.

Maar tegelijk is het Aluminium Centrum ook een parodie op de Villa Savoye. Was Le Corbusier een architect die het economisch gebruik van materiaal predikte (al hield hij zich zelden aan zijn eigen leer), de 338 kolommen met een gemiddelde hoogte van zes meter zijn het complete tegendeel van efficiënt materiaalgebruik. Een stuk of tien, vijftien ferme palen waren ook voldoende geweest. Ook het gebruik van ruimte is overvloedig. Alle gewenste vertrekken vereisten strikt genomen een oppervlakte van niet meer dan 600 vierkante meter, maar het aluminium bos bestrijkt nu 1000 vierkante meter. Dit komt doordat de doos drie lichthoven heeft, die ervoor zorgen dat elke ruimte daglicht krijgt. Omgekeerd is vanuit elk vertrek de lucht te zien en de grond of het water. Zo is het Aluminium Centrum ondanks het messcherpe interieur én exterieur een overtuigende en schitterende ontkenning geworden van het beruchte en nog steeds vaak aangehaalde architectuuradagium `less is more'.

Gebouw: Aluminium Centrum, Houten. Architect: Micha de Haas. Opdrachtgever: Aluminium Centrum. Ontwerp 1997, voltooiing 2001. Bouwkosten (inclusief inrichting): 6 miljoen gulden.