Zelfbewuste en trotse koploper

Het Hongarije van minister János Martonyi van Buitenlandse Zaken is een trotse koploper temidden van de kandidaat-lidstaten in Midden-Europa. Hongarije voldoet aan de politieke eisen die de EU aan het lidmaatschap stelt en heeft de overgang naar een vrije markteconomie voltooid. "Als Hongarije vasthoudt aan zijn koers is het land op korte termijn in staat om stand te houden binnen de competitieve marktmechanismen van de Unie", aldus het voortgangsrapport dat de Europese Commissie vorige week uitbracht.

Het onderhandelingsteam van Martonyi werkt volgens een strak schema en zoekt niet graag de schijnwerpers. Wat de Hongaarse diplomatie betreft geen stemmingmakende lekken naar de pers of luidruchtige, politiek geïnspireerde uitspraken. "Wij zullen eind 2002 klaar zijn; wij hopen dat de EU dat ook is", is het motto tegenover de buitenwereld.

Voor eigen publiek slaat de regering vaak een andere toon aan. Premier Viktor Orbán speelde in zijn reactie op het voortgangsrapport – dat onvermijdelijk ook kritiek bevat – duidelijk in op anti-Europese gevoelens in zijn land. "Wij schrijven ook geen voortgangsrapporten over andere landen en het is mij dan ook niet helemaal duidelijk waarom andere landen een onbedwingbare neiging hebben om ons de maat te nemen", aldus de stemmingmakende premier die de Hongaren voorhield dat het "belangrijkste is wat we van ons zelf vinden".

De kritiek die de Commissie dit jaar op Hongarije heeft is dan ook voornamelijk van politieke aard. Zo maakt de Commissie zich zorgen over de eenzijdige samenstelling van de Raad van Toezicht op de overheidsmedia. Ook plaatst de Commissie kanttekeningen bij uitspraken van politici over rechterlijke vonnissen. De Commissie dringt aan op een antidiscriminatie wetgeving en vertegenwoordiging van Hongaarse minderheden in het parlement. Brussel prijst de initiatieven die genomen worden om de Hongaarse Roma te integreren, maar vindt wel dat er nog meer moet gebeuren.

De Commissie is zeer uitgesproken tegen de plannen van de Hongaarse regering om wetgeving in te voeren die drie miljoen etnische Hongaren in de buurlanden een speciale status zou geven. "Verschillende bepalingen in de wet zijn in tegenspraak met de bestaande Europese standaard voor de bescherming van minderheden." Brussel acht de wet in strijd met het principe van niet-discriminatie en verlangt aanpassing.

Hongarije wordt geregeerd door een coalitie van rechtse partijen onder leiding van Orbán. De coalitie heeft door onenigheid binnen de partij van de Kleine Boeren haar meerderheid in het parlement verloren. In mei zijn er verkiezingen. De rechtse Fidesz Burgerpartij van Orbán ligt in de peilingen nek-aan-nek met de sociaal- democratische MszP. Om zich van een meerderheid in het nieuwe parlement te verzekeren zoekt Orbán stemmen onder de radicale rechtse partij van de nationalist István Csurka. Overigens steunt zestig procent van de Hongaren toetreding van hun land tot de Europese Unie.

Vierde deel in een serie over EU-kandidnten die sinds 15 november dagelijks in de krant staat.

    • Renée Postma