Voetnoot Pronk

Minister Pronk heeft weer eens van zich doen horen. Afgelopen vrijdag uitte hij in het televisieprogramma Barend en Van Dorp zijn twijfels over het militaire optreden in Afghanistan. Slapeloze nachten had Pronk ervan gehad en hij kon ook begrip opbrengen voor GroenLinks. Eigenlijk niets nieuws; immers Pronk is Pronk. Het was zeker niet de eerste keer dat hij zich manifesteerde als politiek geweten.

En toch ligt juist hier het probleem. Pronk heeft een gave ontwikkeld zich als medeverantwoordelijke met schone handen te ontpoppen. Zijn ogenschijnlijk principiële stellingname die hij eerder bij andere onderwerpen demonstreerde geeft hem veel krediet bij delen van de PvdA-achterban, maar brengt eveneens veel schade aan in zijn collegiale omgeving. Het in de openbaarheid beklemtonen van zijn eigen twijfels, wekt de indruk dat andere ministers die worstelingen in het geheel niet hebben.

Pronk heeft verklaard dat hij niet voor het beginnen van de bombardementen op Afghanistan was. Aan de andere kant erkent hij verantwoordelijk te zijn voor het kabinetsbeleid, dat bestaat uit het steunen van de Amerikaanse militaire acties. Om dat laatste gaat het natuurlijk. Ook Pronk kan volledig op het kabinetsbeleid worden aangesproken.

Pronk heeft al eens eerder laten blijken te zweren bij het `burgemeester-in-oorlogstijd-principe'. Dat was toen hij als minister van Ontwikkelingsamenwerking moest toestaan dat op zijn budget werd gekort, maar desondanks aanbleef. Ook in de kwestie Afghanistan is Pronk blijven zitten, omdat hij volgens eigen zeggen dan nog een beetje kon meepraten en meesturen. Maar meepraten en meesturen behoort tot de taakopvatting van alle ministers.

Het gaat erom dat ministers, als het besluit is gevallen, de volle verantwoordelijkheid voor dat besluit nemen. Pronk wil zich daarbij manifesteren als voetnoot. Dat is een positie die in het Nederlandse staatsbestel niet voor ministers voorradig is.