Trots op het Fries, in principe dan

`Jo hawwe it rjocht yn `e sittingssaal Frysk te praten.' Kleine bordjes sieren sinds kort de wanden van elke zittingszaal van de Leeuwarder rechtbank. Initiatiefnemer Oebele Brouwer, officier van justitie, streed er een half jaar voor. Hij noemt het een kleine stap in de emancipatie van de Friese taal in het rechtsverkeer. Verdachten hebben sinds 1956 (Wet Donker) het recht om Fries te spreken in de rechtszaal, maar er zijn maar weinig Friezen die zich van hun memmetaal bedienen.

,,Veel verdachten schakelen onmiddellijk over op het Nederlands'', weet Brouwer. ,,Ze denken dat het hun zaak schaadt als ze Fries spreken.'' Jammer, vindt Brouwer. En onnodig, want alle rechters en officieren in Leeuwarden verstaan Fries. De meesten volgen een cursus, zodat ze de Friese taal passief beheersen.

Dat was vijftig jaar geleden ondenkbaar. Afgelopen vrijdag werd in de Friese hoofdstad `Kneppelfreed' (Knuppelvrijdag) herdacht. Op die dag, 16 november 1951, dreven politie en brandweer zeker 500 betogers voor het Leeuwarder gerechtshof met gummiknuppel en waterslang uiteen. Binnen verantwoordde de Friese dichter, schrijver en journalist Fedde Schurer (1898-

1968), zich voor zijn hoofdredactioneel commentaar in de Heerenveense Koerier. Daarin zou hij zich beledigend hebben uitgelaten over de Heerenveense kantonrechter S.R. Wolthers. De opstootjes van Kneppelfreed markeren het beginpunt van de erkenning van het Fries in het rechtsverkeer. De gebeurtenis wordt in Friesland herdacht met een tentoonstelling, herdenkingsbijeenkomst, een schooltelevisieprogramma en een speciale editie van het Friese jongerentijdschrift LinKk.

Wolthers liet de Friessprekende dierenarts Sjirk van der Brug tijdens een zitting in augustus 1951 weten dat deze best Fries mocht spreken. Maar dat de rechter alleen het Nederlands gesprokene `rechtens' zou laten gelden. Drie jaar ervoor had Wolthers twee melktappers, die moesten voorkomen omdat ze op hun melkbus het Friese woord `molke' hadden gezet, tijdens hun rechtszaak afgeblaft en bevolen Nederlands te spreken. Schurer betichtte Wolthers van `kleinzielige plagerij'. Hij sprak van een `openlijke provocatie van het Friese volk' en bestempelde Wolthers als `de laatste man van de Zwarte Hoop', een Saksische bende die Friesland in de Middeleeuwen onveilig maakte.

Schurer, die Fries sprak tijdens de zitting, ontkende de aanklacht en verklaarde dat hij opkwam voor zijn volk. Niettemin werd hij veroordeeld tot een voorwaardelijke celstraf van veertien dagen met een proeftijd van drie jaar.

Tijdens de rechtszaak ging het buiten mis. Veel mensen die de zitting wilden bijwonen, moesten noodgedwongen buiten wachten, omdat er geen ruimte was in de kleine zaal. Het was toch al druk op die vrijdag: de wekelijkse vrijdagmarkt en veemarkt brachten honderden mensen op de been. Buiten werden spreekkoren aangeheven: ,,Wy wolle Wolthers net''. En ,,Fryslân frij''.

De politie greep in en deelde met de gummiknuppel enkele rake klappen uit. Charges werden uitgevoerd en in de commotie werd Schurer na afloop door een raam van een notariskantoor geduwd. Getuige-deskundige Pieter Wijbenga, voormalig verzetsman en chef-redacteur van het Friesch Dagblad, kreeg een tik op zijn hoofd met de gummistok. Zeventig vooraanstaande Friezen zonden direct een protesttelegram naar de minister van Binnenlandse Zaken over `het volstrekt onnodige en brute politieoptreden'. Peter Boomsma, schrijver van het boek Kneppelfreed, gevecht om de taal met wapenstok en waterkanon (1998) stelt dat de politie de situatie niet goed inschatte: ,,De communicatie tussen politiecommissaris Houwing en politie-inspecteur verliep niet goed en de politie was niet bedacht op demonstraties.''

De gebeurtenissen, in de Leeuwarder Courant bestempeld als `de slag op het Zaailand', kregen ruime aandacht in de landelijke pers. Kneppelfreed plaatste de Friese taalstrijd in één keer op de vaderlandse agenda. Boomsma: ,,In Den Haag had men door dat er met de Friezen niet te spotten viel. De regering zou zelfs bang zijn geweest voor Fries separatisme.'' Drie ministers van Justitie, Onderwijs en Binnenlandse Zaken reisden af naar Leeuwarden. Boomsma: ,,Er werd een `poldermodel avant la lettre' op de Friese kwestie losgelaten. Twee commissies werden ingesteld voor het Fries in het onderwijs en het rechtsverkeer, die uitmondden in de Wet Cals (1955) en de Wet Donker.''

Iedereen heeft sindsdien het recht de eed in het Fries af te leggen en Fries te spreken tijdens de zitting. Dat dit zo weinig gebeurt, is te wijten aan de Fries zelf, denkt Boomsma: ,,Friezen staan in zekere zin apathisch ten opzichte van hun eigen taal. Trots is er wel, maar men vindt overdrijven niet goed.'' De nu 85-jarige politie-inspecteur Kammeijer, zelf aanwezig op de herdenkingsbijeenkomst afgelopen vrijdag in het Leeuwarder gerechtshof, ging onlangs nog op Friese les. Boomsma: ,,Zijn hulp mag alleen nog maar Fries tegen hem spreken. Hulde!''

Tentoonstelling in het Leeuwarder stadskantoor. Tot 7 dec.ber. www.kneppelfreed.nl Tel. 058-2338399