Toch nog nostalgie op Goddess van Mick Jagger

De cd `Goddess In The Doorway', die vandaag uitkomt, is het vierde solo-album van Mick Jagger. De veteraan van The Rolling Stones zingt met oude rockvrienden en met pophelden van nu, die zijn muziek eigentijds maken. Niettemin klinkt er een vleugje country.

In de cd-winkel aan de Rozengracht veroorzaakte het nieuws nauwelijks enige opwinding: Mick Jagger was gesignaleerd in de kledingzaak om de hoek. Popsterren houden van Amsterdam omdat ze er met rust worden gelaten. De zanger van de Rolling Stones verbleef een etmaal in de hoofdstad om met een handvol interviews aandacht te kweken voor zijn vierde solo-album Goddess In The Doorway dat vandaag verschijnt.

Jagger (58) sprak onder meer met Sonja Barend, die hem in de vrijdag uitgezonden editie van Barend & Witteman kon vertellen dat ze Marianne Faithfull nog in haar programma had gehad met het Stonesnummer As tears go by. Een paar jaar geleden toen Faithfull er een nieuwe versie van had opgenomen, veronderstelde Jagger. Nee, hielp Sonja (61) hem uit de droom: in 1964 toen het plaatje voor het eerst uitkwam.

`I always hate nostalgia' zingt Mick Jagger in het nummer Too far gone van zijn nieuwe cd. Niet de zucht om rijk en beroemd te worden, maar liefde voor (blues)muziek heeft hem indertijd doen kiezen voor het onzekere bestaan van popmuzikant.

Na bijna veertig jaar aan het hoofd van de `Greatest Rock'n'roll Band on Earth' maakt Jagger het strikte onderscheid tussen de rockmuziek van de Rolling Stones en de pop-cd's die hij als solist wil maken. Daarom schakelde hij voor Goddess In The Doorway niet alleen zijn oude rockvrienden Pete Townshend en Jeff Beck in, maar ook hedendaagse pophelden als Lenny Kravitz, Bono van U2, Rob Thomas van Matchbox 20 en producer Wyclef Jean van The Fugees, die het nummer Hide Away van een contemporain hiphopsausje voorzag.

De meningen over de kwaliteit van Goddess In The Doorway zijn vooralsnog verdeeld. In het voor de kerstaankopen cruciale decembernummer van het Amerikaanse muziekblad Rolling Stone geeft hoofdredacteur Jann S. Wenner het maximale aantal van vijf sterren aan het album dat volgens Wenner `in samenhang, vakmanschap en muzikaal experiment al zijn voorgaande solowerk en alle Rolling Stones-platen sinds Some Girls (1978) overtreft'. In het Nederlandse blad Oor daarentegen hekelt recensent Herman van der Horst een cd met `twaalf karakterloze rockpopdeunen die nergens beginnen en nergens heen gaan' en `popmuziek die niet drijft op noodzaak, maar voornamelijk op anabole steroïden'.

De waarheid ligt ergens in het midden, maar de haastig gepubliceerde interviews in De Telegraaf en Vrij Nederland illustreren dat Mick Jagger als zanger van de Rolling Stones oneindig veel nieuwswaardiger is dan als de middelmatige solist van Goddess In The Doorway. In wezen is er geen groot verschil met de manier waarop de Rolling Stones hun recente platen maakten, want ook bij de sporadische groepsinspanningen werd een beroep gedaan op marktwaardige producers als Don Was en The Dust Brothers.

Op Goddess brengt Mick Jagger scherpgesneden songs die lonken naar het hitsucces van U2 of Lenny Kravitz, maar die nergens datzelfde niveau halen of dat van de oude Stones-favorieten. Bij alle publiciteit rond zijn solocarrière haast Jagger zich te vermelden dat de Rolling Stones nog steeds bestaan, en dat er ongetwijfeld een moment komt waarop hij weer met Keith Richards aan het componeren zal slaan. Nog onlangs speelden ze samen tijdens het benefietconcert voor brandweer en politie in New York, waar de `Glimmer Twins' troost en verstrooiing brachten met hun oude lied Salt of the earth.

De liefde voor authentieke blues, rock & roll en country waar het op de beste Stones-platen altijd om draaide, is te midden van de gestroomlijnde producersrock van Goddess In The Doorway uit het zicht geraakt. Wie Mick Jagger op zijn best wil horen, is aangewezen op de moeilijk vindbare bootleg-cd The Famous Blues Session waarop hij bluesklassiekers van onder anderen Muddy Waters en T. Bone Walker vertolkt. De sessies met de ruige Amerikaanse bluesgroep The Red Devils stammen uit 1992, toen Jagger met producer Rick Rubin werkte aan het voorlaatste solo-album Wandering Spirit.

Jagger liet zich niet verleiden om de als opwarmertje bedoelde bluessessies op een reguliere cd uit te brengen, omdat deze superieure muziek de aandacht zou afleiden van het zelfgeschreven materiaal. Ook het beruchte Stones-nummer Cocksucker blues leidt al jarenlang een illegaal bestaan, op bootlegs of als MP3-bestand. Het is opmerkelijk dat de zakelijk uiterst slimme Jagger geen lering heeft getrokken uit het voorbeeld van The Beatles, die met de Anthology-reeks op uiterst lucratieve wijze de archieven van hun onuitgebrachte opnamen exploiteerden.

Het roemruchte muziekverleden van de Rolling Stones werd onlangs opgerakeld op de postume cd Phillips 66 van John Phillips, de eerder dit jaar overleden zanger van The Mama's & The Papa's. In een aan countryzanger Gram Parsons opgedragen nummer maakt Phillips melding van `cockney gangsters with electric guitars/ they stole every note in his head'. Hij doelde op het feit dat Gram Parsons in sterke mate verantwoordelijk was voor de country-invloeden die hij Keith Richards en Mick Jagger eind jaren zestig bijbracht. Van de nummers Dead flowers en Wild horses wordt gefluisterd dat niet Jagger & Richards, maar Parsons de ware auteur was. Op het van authentieke blues of country verstoken Goddess In The Doorway schemert de country-invloed nog een klein beetje door in het nummer Too far gone, nota bene het nummer waarin Jagger zijn afkeer van nostalgie betuigt.

In Being Mick, de documentaire die deze week op de Britse en Amerikaanse televisie in première gaat, steekt Mick Jagger de draak met zijn imago van rock & roll-outlaw. Voorafgaand aan een ontmoeting met prins Charles zegt hij gekscherend dat Paul McCartney en Elton John zich `Sir' mogen noemen, maar dat het lidmaatschap van de prestigieuze Order of the British Empire er voor hem nooit in heeft gezeten. De guitige Jagger meet zich een overdreven upperclass-accent aan, als hij beweert dat hij die koninklijke onderscheiding minstens zo hard heeft verdiend. Hij mag de eeuwige jeugd in pacht hebben, maar het is een raadsel waarom hij niet eens gewoon een mooie bluesplaat maakt.

Goddess In The Doorway verschijnt vandaag bij Virgin.

    • Jan Vollaard