IMF bestrijdt terreur, vergeet armoede

Bestrijding van het terrorisme ging dit weekeinde in Ottawa soepel. Het bestrijden van de mondiale armoede niet.

Cynischer kan het contrast nauwelijks zijn. Terwijl de internationale gemeenschap dit weekeinde in de Canadese hoofdstad Ottawa soepeltjes overeenstemming bereikte over het bestrijden van de financiering van het internationale terrorisme, kwam de machinerie om de negatieve gevolgen van 11 september voor ontwikkelingslanden te verzachten knarsend tot stilstand.

Wereldbankpresident Wolfensohn schetste tijdens de bijeenkomsten van de groep van 20 (G20), het Internationale Monetaire Fonds en de Wereldbank de schade die ontwikkelingslanden lijden als gevolg van de wereldwijde vertraging van de economische groei, die een extra tik heeft gekregen door de aanslagen van 11 september. De grondstoffenprijzen die toch al onder druk stonden, zijn na die datum nog eens met 6 tot 8 procent gedaald. Koffie, katoen en andere producten en grondstoffen waar ontwikkelingslanden in Azië, Afrika en Latijns Amerika voor een flink deel van afhankelijk zijn brengen steeds minder op. Het toerisme is wereldwijd met een kwart gedaald. De terugloop naar exotische bestemmingen in de Derde Wereld is nog veel groter. Bovendien loopt de kapitaalstroom naar deze landen met een derde terug, nu westerse ondernemingen en beleggers zich op de eigen markten terugtrekken.

Het directe eigenbelang, in de vorm van het bestrijden van de terroristische bedreiging thuis, bleek dit weekeinde makkelijker te behartigen dan het bestrijden van de armoede ver van huis.

Minister Herfkens (Ontwikkelingssamenwerking) zei zaterdag dat zij weliswaar tegen het leggen van een direct verband tussen terrorisme en armoede is. ,,Maar je merkt na 11 september wel dat wij niet veilig zijn in een wereld waarin anderen niet veilig leven.''

De Wereldbank schetst dat de huidige omvang van de stroom van ontwikkelingshulp, wereldwijd 54 miljard dollar, zal moeten verdubbelen om in 2015 te voldoen aan de doestellingen die de Verenigde Naties zich hebben gesteld: onder meer het halveren van de wereldwijde armoede en wereldwijd toegankelijk maken van onderwijs.

Wolfensohns `50 miljard' was een bedrag dat in Ottawa gemakkelijk een eigen leven kon gaan leiden. De Britse minister van Financiën en tijdelijk voorzitter van het IMF, Brown, noemde het. Zijn Canadese ambtgenoot en voorzitter van de G20, Paul Martin, noemde het. Maar aan de sound bite kleven bezwaren.

Er is Amerikaanse weerstand tegen het `zomaar gooien met geld'. Minister van Financiën O'Neill wil eerst een onderzoek naar de effectiviteit van de ontwikkelingshulp tot nu toe. O'Neill prefereert een al aangekondigd Amerikaans plan om de helft van de zachte leningen van IDA, een tak van de Wereldbank, om te zetten in schenkingen. Daarmee wordt het beroep op een nationale Amerikaanse financiële inspanning geneutraliseerd. [Vervolg EXTRA HULP: pagina 11]

EXTRA HULP

Hulp arme landen geen prioriteit

[Vervolg van pagina 1] Ander bezwaar van de `50 miljard', door onder meer minister Zalm van Financiën naar voren gebracht, is dat dit bedrag niet concreet is en geen verplichting in zich draagt. Wie gaat welk deel van die 50 miljard ophoesten? Het Nederlandse kabinet heeft, op aandragen van Herfkens, hoger ingezet. Sinds een half jaar spant de regering-Kok zich om de begin jaren zeventig in VN-verband afgesproken norm voor ontwikkelingshulp van 0,7 procent van het bruto binnenlands product nieuw leven in te blazen. In EU-verband is dit op de afgelopen top van Göteborg aanvaard, en vorige week spraken de Europese ministers van ontwikkelingssamenwerking ook af te werken aan een tijdpad om de norm te gaan bereiken. Die norm is nog ver weg. De ontwikkelingsorganisatie Oxfam stelt dat internationaal gemiddeld op dit moment slechts 0,22 procent wordt besteed. Enkel Nederland en de Scandinavische landen halen de norm. In de woorden van Herfkens: ,,Een paar gekken schokken het geld wel, en de rest rijdt op de treeplank mee.''. Herfkens riep de internationale gemeenschap tijdens het diner van zaterdagavond op om ,,nu eindelijk de handen uit de mouwen te gaan steken'', en ook Zalm gebruikte zijn spreektijd tijdens de IMF-vergadering voor het onderwerp. Dat de 0,7 procentsnorm moeilijk gehaald zal worden, realiseerde het Nederlandse kamp zich wel: de verdubbeling met 50 miljard die wordt bepleit zou het percentage gemiddeld nog maar op nog geen 0,5 procent brengen.

En er zijn meer beren op de weg. Zalm merkte, ondanks Herfkens' enthousiame, op dat de ministers van Financiën van de EU zich nog niet over het in Europees verband afgesproken tijdpad naar het bereiken van de 0,7 procentsnorm hebben gebogen. Die ministers van Financiën hebben een majeure andere zaak aan hun hoofd: de scherpe vertraging van de wereldwijde economische groei hakt in hun begroting, en het opvoeren van ontwikkelingshulp komt daarbij extra ongelegen.

Die terughoudendheid zorgde dit weekeinde in bredere internationale kring voor een onderstroom van terughoudendheid. Waarmee het onderwerp, met al zijn controverses, in feite door werd geschoven naar de grote VN-conferentie Financing for Development, die in maart wordt gehouden in het Mexicaanse Monterrey. In de tussentijd zal de roep vanuit de internationale instituties om een grotere financiële inspanning ten aanzien van de wereldwijde armoedebstrijding niet verstommen. Elk groot plan legt, in de woorden van Herfkens, nu eenmaal een lange weg af, en dit plan heeft in ieder geval krachtige voorstanders. Waarvan IMF-directeur Köhler niet de minste is. ,,Er is een probleem bij het gevecht tegen de armoede,'' zei hij dit weekeinde, ,,en dat is het egoïsme van de rijke landen''. Dat zijn krachtige woorden voor een doorgaans voorzichtige topfunctionaris.