Hardere aanpak terrorisme bepleit

De financiering van terrorisme zal internationaal krachtiger worden bestreden. Overeenstemming over het fors opvoeren van ontwikkelingshulp om de gevolgen van 11 september voor de armste landen te verzachten is nog ver weg.

Dat zijn de belangrijkste uitkomsten van de vergaderingen van het Internationale Monetaire Fonds, de Wereldbank en de G20, een groep van grote landen die zich buigt over internationale financiële en economische stabiliteit. De G20 besloot tot vergaande maatregelen om de financiering van terrorisme tegen te gaan. Landen zullen beter samenwerken, een gespecialiseerde nationale instantie opzetten en de namen en bedragen van verdachte instanties en personen publiceren. De meeste grote industrielanden, waaronder Nederland, voldoen al aan deze maatregelen. Nieuw is de toezegging van andere G20-landen waaronder China, India en Saoedi-Arabië.

Hoewel tijdens de vergaderingen door diverse landen en instanties werd aangedrongen op een verdubbeling van de huidige ontwikkelingshulp van wereldwijd ruim 50 miljard dollar, werd daarover geen overeenstemming bereikt. Met name de Amerikaanse minister van Financiën O'Neill was zeer terughoudend. Hij herhaalde het door hem als ,,eerlijk'' getypeerde plan van de Amerikaanse president Bush om als antwoord op de verhoogde noden in de Derde Wereld de helft van de huidige zachte Wereldbank-leningen om te zetten in schenkingen.

De Britse minister van ontwikkelingssamenwerking Clare Short, die zich samen met de Nederlandse minister Herfkens sterk had gemaakt om het verhogen van de uitgaven aan ontwikkelingshulp op de agenda te krijgen, noemde het Amerikaanse plan in een reactie niet ,,eerlijk'' maar ,,waanzinnig''.

Het Nederlandse kabinet is al een half jaar bezig met een offensief om het oorspronkelijke doel van de Verenigde Naties om rijke landen 0,7 procent van hun bruto binnenlands product aan ontwikkelingshulp te laten spenderen, breed geaccepteerd te krijgen. Op dit moment voldoen enkel Nederland en de Scandinavische landen aan dat doel. Internationaal ligt het gemiddelde op 0,22 procent.

    • Maarten Schinkel