Friezen schrijven in taal van het hart

In een Amsterdamse cultuurtempel luisterden honderden liefhebbers een middag lang naar Friese literatuur. ,,Fryslân boppe'', aldus de organisatie.

,,Fries is de taal van het hart, Nederlands de taal van de bijbel.'' Zo verklaarde dichter Harmen Wind gistermiddag zijn liefde voor zijn moedertaal, het Fries. Hij deed dat in de goedgevulde Amsterdamse cultuurtempel Felix Meritis, waar op de manifestatie `Vers uit Friesland' de Friese literatuur centraal stond. De Friestalige dichters, romanciers, muzikanten en theatermakers dwongen respect af bij het voornamelijk randstedelijke publiek.

Aanleiding voor de dag, geïnitieerd door het Nederlands Literair Produktie- en Vertalingenfonds, was de kleine hausse aan Friese boeken die dit najaar in Nederlandse vertaling op de markt komt. Een daarvan, de dichtbundel Jij bent zacht als zomerregen, zorgde vorige week voor commotie, toen bekend werd dat dichter Eeltsje Hettinga de broer van Tjêbbe eist dat de complete oplage wordt vernietigd, omdat een gedicht van hem zonder toestemming werd gebruikt.

Samensteller Jabik Veenbaas en Eeltsje voorkwamen echter dat er Frysk bloed de Keizersgracht invloeide. Er hing een gemoedelijke sfeer. Dat kwam door het Friese boekenmarktje en de boekenbus voor de ingang, maar ook door de dame met op haar wollen trui de Friese vlag, compleet met pompeblêden. Het ruim tweehonderdkoppige publiek boven verwachting groot was jonger dan bij een gemiddelde literaire bijeenkomst. Ook leken er aardig wat niet-Friezen te zijn. Toen presentator Gryt van Duinen, bekend van Omrop Fryslân, vroeg of de mensen die in Friesland woonden hun hand wilden opsteken, bleken dat er slechts dertig te zijn. Het aantal Friestaligen lag op ruim honderd.

Maar Friestalig zijn betekent nog niet dat je het ook kunt schrijven, benadrukte de jonge dichter Tsead Bruinja (1974). Om het beperkte idioom van gesproken Fries te illustreren citeerde hij een denkbeeldige dialoog in de supermarkt: ,,Hé jo, hoe ist? / Ja, bêst. / Hoi. / Hoi.'' Dichter Margryt Poortstra sprak van een ,,onbekend gebied, wat je niet als spreektaal hebt meegekregen en zelf moet leren.'' Grote afwezigen bij het dichtersoptreden waren Albertina Soepboer en Tjêbbe Hettinga. Die laatste was door ziekte geveld te zien op video, net als de oude Theun de Vries.

De romanciers lazen, net als de dichters, voor in het Fries, terwijl de Nederlandse vertaling boven hun hoofd werd geprojecteerd. Een mooie oplossing, want daardoor werd duidelijk hoe melodieus de Friese taal kan zijn. Trinus Riemersma kreeg voor zijn optreden het eerste exemplaar van de vertaling van zijn roman Na de klap (Nei de klap) uitgereikt. Riemersma, een man met een woeste baard en tatoeages, wist zich nauwelijks raad met de aandacht. Ook Durk van der Ploegs verhaal De brief, over een oude man en zijn herinneringen, vormde een hoogtepunt.

Het gesprek tussen schrijver Kees 't Hart en Foppe de Haan, coach bij SC Heerenveen, ging over sport en strips, en dan met name over de wondermidvoor Kick Wilstra. Het is een bewijs van de veelzijdigheid van de middag, die ruim zes uur duurde. Na het optreden van toneelgezelschap Tryater verdween het publiek langzaam van de zaal naar de bar, waardoor de muzikanten niet de aandacht kregen die ze verdienden. De randstad was onder de indruk van de Friese cultuur. Zoals Friezin en Produktiefonds-directeur Rudi Wester het verwoordde: ,,Fryslân boppe!''

Tsead Brunja, fragment uit Brêgeman (Brugman / Bruidegom) uit de te verschijnen bundel De man dy't rinne moat (De man die lopen moet):

wyldfrjemd wie sy net dy't my it nijs brocht

fan dyn oankommend ferstjerren ik tocht

dan sil ik sjonge sjonge om wat

ik noch fan dy wit foar de helsdoarren

wei te skuorren krij ik it ferjitboek

op skoat en begjin út dit deade skrift

dat ik net machtiger bin as

hokker taal ek dy op te fiskjen

Nederlandse vertaling:

wildvreemd was zij niet die mij het nieuws bracht

van je aanstaand sterven ik dacht

dan zal ik zingen zingen om wat

ik nog van je weet voor de poorten van de hel

weg te slepen pak ik het vergeetboek

op schoot en begin uit dit dode schrift

dat ik niet machtiger ben dan

welke taal dan ook je op te vissen

Fragment uit Tsead Bruinja, Frêgeman (Brugman / Bruidegom), uit de te verschijnen bundel De man dy't rinne moat (De man die lopen moet).