Een verdwaalde voetbalman

Man, zo heet het glossy magazine waarvoor ik werd gevraagd een interview met Ruud Krol te maken. Want Krol was een man, een trotse man, een man die zich graag naar de laatste mode kleedde. Zijn verhaal over voetbal, mode, kunst, reizen en zijn vierjarig verblijf in Napels diende als omlijsting van een fotoserie met de 83-voudige international en drievoudige Europa-Cupwinnaar in modieuze, maar vooral chique kleding.

Krol voelde zich gevleid. Maar het gesprek verliep minder vloeiend dan de fotosessie, mede omdat hij meer geïnteresseerd was in het etaleren van zijn strakke lijf in stijlvolle kostuums dan in het blootgeven van zijn ervaringen. Toen hem na afloop een colbert van Italiaanse snit ter waarde van zo'n tweeduizend gulden werd aangeboden, vroeg Krol in onvervalst Amsterdams: ,,Mot daar geen broek bij?''

Was het nu die Amsterdamse mond of was het zijn gevoel voor stijl en perfectie die hem midden jaren tachtig dreef tot deze spontane dankbetuiging? Ik weet het niet. Ruud Krol was voor mij het symbool van trots, van stijl en van onverzettelijkheid geweest. Zoals hij eerst als linksback en later als libero een grootheid was geweest. Een man die er stond, een man die snel en behendig was, die perfecte slidings maakte, die meedogenloos maar fair was en over een traptechniek beschikte die weinigen hem hebben nagedaan. Een voetbalman!

De herinneringen aan de jaren zeventig, waarin hij met Ajax triomfen vierde en met het Nederlands elftal bijna de wereld veroverde, leven nog altijd voort. De jongen uit Amsterdam-Noord, zoon van VVA-crack Kuki Krol, die de eerste Europa-Cupzege van Ajax miste door een gebroken been. De jonge voetballer die zich als rechtsbenige onder Rinus Michels ontwikkelde tot een van 's werelds beste linksbacks. De jonge man die zich met zijn staccato-Mokums staande hield in Napels en daar in het hemelsblauwe shirt van Napoli vier jaar lang als door God gezonden werd aanbeden in het immense Stadio San Paolo.

Ruud Krol stond open voor nieuwe inzichten. Na de door verkoop van kroketten verworven rijkdom liet hij zich inwijden in de kunst. In Cannes, waar hij twee jaar een Franse tweededivisieclub diende, werd hij overmeesterd door schoonheid en cultuur. Wie voor Ajax, de Vancouver Whitecaps, AS Napoli en AS Cannes heeft gevoetbald weet toch al een beetje wat de wereld te bieden heeft. Had Krol het kunnen verwoorden, dan had hij al lang een roman geschreven of een praatprogramma op televisie gekregen.

Trainer zijn van KV Mechelen, Servette Genève en Egypte is hem niet licht gevallen. Ruud Krol spreekt geen trainerstaal, hij is de man van het gevoel en de verworven inzichten die nauwelijks zijn over te dragen. Assistent-bondscoach is hij sinds bijna twee jaar. Waarom? Ik kan het niet verdragen. Zo'n trotse man en zo'n bereisde man die zich heeft verlaagd assistent van bondscoach Van Gaal te zijn. Vroeger droeg hij geen sokken in zijn schoenen. Nu is hij de slippendrager van een man die spoken najaagt en zichzelf niet meer kent.

Ruud Krol, wie is dat? Dat is die man die op de trainersbank zichzelf niet meer lijkt, die opstaat als zijn baas opstaat, die moet applaudisseren omdat zijn baas applaudisseert, die het uniform draagt dat zijn baas draagt. Hij doet net alsof zijn huidige baas zijn baas van vroeger is. Maar zijn huidige baas is niet Rinus Michels. Zijn huidige baas is niet Johan Cruijff of Velibor Vasovic die hem vroeger de baas waren in het veld, zijn huidige baas is een man die hem slechts verbaal de baas is. Ruud Krol verdient meer. Wie in Stadio San Paolo van Napels heeft geschitterd is een icoon. Hij verdient in het dak van de Amsterdam Arena een meterslang fresco – liefst van Jan Cremer.