Dappere helden

Een half uurtje in de tijdmachine voor Sonja Barend. Ze was meisjesachtig, een tikje dweperig zelfs, en dat was de charme van haar interview met tijdgenoot Mick Jagger van de Rolling Stones op vrijdag. Haar koele compagnon Paul Witteman had het nooit zo naturel kunnen doen. Barend 61 bekende ze – Jagger ,,niet helemaal'' 59 en ze deden of het 35 jaar terug was. Hun haarkleur is nog als toen, alleen kost het meer moeite om het zo te houden. De oude rocker met een grijs leren jasje, een dikke dos donker lang haar maar meer rimpels, en een grote ingevallen plooi door de wang, de interviewster het roodkleurige haar opgestoken. Zij glimlachte naar hem en hij knipperde terug met de ogen. Ik krijg haar wel under my thumb, dacht hij toen hij zei: ,,Je ziet er nog goed uit voor je leeftijd.'' Sonja reageerde met laatdunkend scheel kijken alsof ze wilde zeggen: ,,Zo ken ik er ook nog wel een.''

Kon Jagger wel tot zijn zestigste zo jeugdig blijven doorspringen op het toneel, vroeg ze. ,,Wordt dat niet wat ziekelijk?''

Nou, antwoordde Jagger, ,,ik spring niet meer. Ik ben definitief aan het rennen op het toneel.''

,,Ik hou van dat rennen'', zei Barend. ,,Maar kun je er ook mee ophouden?''

Jagger: ,,Ik zou in een theater kunnen stilstaan en zingen. Maar ik speel altijd in een groot stadion en dat vind ik leuk.'' Om zo energiek te blijven, houdt hij drie maanden vóór een toernee op met roken en drinken en gaat hij trainen. Oefent, oefent, kijkt op de video welke loopjes verkeerd zijn, welke gebaren overdreven.

Jagger is zo anders dan een Amerikaanse popzanger. Die zou zijn ,,boodschap'' aan het publiek afdraaien maar bij Jagger leek het alsof het nieuw klonk. Hij speelde Britse bescheidenheid – heeft ook met dat hoge accent te maken – bewoog soms bijna verlegen met zijn schouders op en neer, feminien op een manier die voor sommige vrouwen aantrekkelijk is. Aan het slot van het gesprek luisterden ze naar zijn nieuwe nummer Hideaway. Ze zoenden elkaar twee keer op de wang en terwijl hij de cafézaal uitliep, zag ik twee donkere schaduwen zich losmaken uit het publiek, een met een walkietalkie, zijn lijfwachten. Haar held. Nou ja, held. Vanaf zijn 19de is hij een succesvolle popzanger, typische babyboomer, en die hebben anders dan sommigen uit de oorlogsgeneratie geen heldenverleden.

Dat geldt ook voor de politieke lijsttrekkers op één na, Ad Melkert. Die heeft een échte heldendaad verricht, geurde het interviewprogramma van de zondagmiddag copyright Mens. Voorlichters: dat programma is een mooie manier om de mens achter uw baas te laten zien. Fragmenten zijn bruikbaar voor campagnespots. De interviewster Annemiek Schrijver is niet uit op onthullingen, maar bij haar haardvuur kan de politicus zichzelf zijn zonder zich bloot te geven. Melkert had een vrijetijdstrui aan, maar die was gezaghebbend zwart. Verder zwarte sokken, zwarte schoenen, maar een beige katoenen broek om geen priester te lijken. Hij kon bescheiden tegenstribbelen, terwijl Schrijver het ene compliment op het andere smeerde.

Op zijn veertiende had Melkert zijn broertje van drie uit het water gered. Die was met zijn rode plastic scootertje in het water gevallen en werd bijna verzwolgen door een grote golf. Zonder na te denken had Melkert zich gestort in het water, waar de straat eindigde. Ik had wel een paar vragen. Was het water diep of kon hij daar staan, bijvoorbeeld. Maar Schrijver vroeg bewonderend: ,,Wat heeft dat met je gedaan? Dat moet toch iets met je doen?'' Nee hoor, Melkert vond het niet meer dan normaal. Ben ik helemaal met hem eens.

Of Melkert niet gefrustreerd raakte dat niet iedereen zo slim was als hij, vervolgde Schrijver. Nee, antwoordde die. ,,Is macht niet lekker?'', vroeg Schrijver. Melkert: ,,Nee, ik ben helemaal niet gefascineerd door macht. Ik vind het soms zelfs gênant.''

Voor onthullingen moest de kijker bij Barend en Van Dorp zijn waar de linkse jongens erin slaagden het nog linksere geweten van minister Pronk zodanig te bewerken dat hij afstand nam van de bombardementen op Afghanistan. Dapper doet Pronk mee met de oorlog en toch niet.

    • Maarten Huygen