Borst: palliatie geen alternatief voor euthanasie

Hoe goed de hulp aan mensen in hun terminale fase ook is, deze kan niet voorkomen dat op een gegeven moment alle middelen zijn uitgeput en er sprake is van ondraaglijk en uitzichtloos lijden. In zo'n geval is euthanasie het waardige sluitstuk van een ziekteproces met goede palliatieve zorg.

Dit heeft minister Borst (Volksgezondheid) vandaag gezegd bij het aanreiken van het advies dat over de integratie van de hospicezorg (hulp in sterfhuizen) in de `reguliere' zorg. Borst steunt de aanbeveling van de projectgroep om de deskundigheid van de hospices op het gebied van de palliatieve (leedverzachtende) zorg te laten delen met die welke in de thuiszorg, verpleeg- en verzorgingshuizen en in de ziekenhuizen aanwezig is. Volgens de projectgroep heeft een proef in tien regio's geleerd dat intensieve samenwerking betere palliatieve zorg tot gevolg heeft.

Vorige week zeiden huisartsen met veel ervaring in de euthanasiepraktijk in deze krant dat Nederland met de euthanasiewetgeving ,,de omgekeerde weg'' heeft bewandeld. Volgens hen krijgen mensen vaker dan noodzakelijk euthanasie, uit onkunde over de palliatieve zorg. De directeur van de KNMG, P. Rijksen, erkende dat de aandacht voor palliatieve zorg onder huisartsen recentelijk opvallend toeneemt en sprak van ,,voortschrijdend inzicht''. Huisartsen noemen het aannemen van de Euthanasiewet dit voorjaar een belangrijke oorzaak van hun groeiende reserves. Een toenemend aantal patiënten ziet de euthanasie volgens hen nu ten onrechte als een recht.

Volgens Borst is de laatste jaren sprake van aantoonbare verbeteringen in de palliatieve zorg. Maar het is nog wel nodig de verschillende programma's die tot betere hulp en meer samenwerking moeten leiden voort te zetten. Zij is het met de projectgroep eens dat de palliatieve hulp ,,geen aparte tak van sport'' is in de gezondheidszorg. De hulp moet naadloos aansluiten bij andere vormen van zorg, zodat terminale patiënten krijgen waar zij recht op hebben: de best mogelijke vorm van ondersteuning.

Om zicht te krijgen op wat dit dan precies is, moet nader onderzoek worden gedaan naar de behoeften en voorkeuren van de terminalen en hun naasten, aldus de projectgroep. Zij wil ook dat de minister haar visie op de zorg geeft aan deze mensen en zegt welk beleid zij wil voeren. Ook zou onder meer de vergoeding voor hulp aan terminalen in thuiszorg en verpleeg- en verzorgingshuizen moeten worden verhoogd.

Kennis van palliatieve zorg hoort volgens Borst tot het standaardpakket van de arts. Zij herhaalde dat ,,het nooit zo mag zijn dat een arts en een patiënt samen beslissen over euthanasie, terwijl de arts onvoldoende op de hoogte is van wat palliatieve zorg kan bieden''.