Zachtmoedige maar slinkse antiheld

De eerste vraag is of ze er in het Spiderman-spel nog wel staan: de getorpedeerde tweelingtorens van New York. De producenten van de film haalden na 11 september ijlings de trailer uit de bioscoop waarin Spiderman een web spant tussen de torens van het World Trade Center. Op de filmpjes van de cd-rom bestaat de skyline van de getroffen stad uit louter gezichtsloze en dus WTC-achtige zilverblokken.

Spiderman (bedacht in 1962) is de nummer drie van het rijtje wereldberoemde superhelden. Stamvader is Superman (1938) en Batman is de eerste en aardigste epigoon. Net als hem is Spiderman in het gewone leven een brave burger. De fotograaf Peter Parker is ooit gebeten door een `radioactieve spin' en kan zich, eenmaal omgekleed, verplaatsen door webdraden te spuiten en zich daaraan razendsnel op te trekken en voort te slingeren. Dat Spiderman tussen alle andere striphelden een succes werd, is zowel te danken aan diens imago van huilebalk, als aan zijn gevoel voor ironie.

In dit actiespel huilt de antiheld niet om ieder verdrietje; wel levert hij sarcastisch commentaar. Bij weer een nieuwe lading boeven verzucht hij: ,,Wat is dit? The Bad Guys Olympics?'' Naar goed gebruik onder superhelden zijn de vijanden, Rhino, Venom en Scorpion, veelal buitenissig.

Het basisgegeven van het spel is dat een nep-Spiderman een nieuwe uitvinding steelt. Daardoor moet de echte in ruim dertig levels niet alleen talloze misdaden oplossen en slechteriken bestrijden, maar wordt hij in een zeer spannende episode ook nog achtervolgd door de politie. Roepen dat hij de slechterik niet is, helpt dan niet, want `New Yorks finest' schieten veel en raak. Dan dus maar vluchten. Begeleid door het geratel van de heli's en een jachtige soundtrack van chemical beats springt en slingert hij van dak naar dak. Dat zwieren aan webdraden wordt realistisch overgebracht door de meebewegende camera.

Het spel begint met een relatief simpel stelletje bankrovers, waarover vriendin Felicia Hardy, alias Black Cat, hem informeert. Langs patrouillerende bruten van het type Bruce Willis, arriveert Spiderman bij de bank waar hij gijzelaars moet bevrijden en een bom onschadelijk moet maken. Bij die eerste uitdaging wordt Spiderman geleid door zijn spinnenintuïtie, in het spel handig weergegeven door een kompasnaald onderin beeld.

In het bankgebouw kan hij zijn kwaliteiten als muurtijger en plafondplakker optimaal gebruiken. Als het moet bokst en schopt hij boeven neer, vangt hij ze in een webnet of gooit een harde webbal. Ook in gevechten is Spidey in aanleg een zacht ei: hij beschikt niet over wapens en zal nooit iemand neerknallen – een eigenschap die hem in de wereld van de games tot een aangename randfiguur maakt.

Zijn tegenstrevers mogen niet worden onderschat. Het gevecht met Scorpion lijkt op een slopende echtelijke ruzie, want huisvrouwtje Spiderman kan alleen winnen door met de inboedel te gooien. Tegenover Rhino is Spiderman de toreador. Door op te springen loopt de beneushoornde dommekracht zich in de muur vast.

Wie een paar dagen speelt stoort zich aan de herhalingen in het plot: weer een (te) lang één-op-één-gevecht, veel geren, veel geslinger. Bij de uitgebreide episodes wreekt zich dat het spel en niet de speler bepaalt wanneer een bereikte positie kan worden opgeslagen.

De fraaie grafische weergave van stadsbeelden en de ironische terzijdes zorgen voor de beste momenten in het spel. Zijn bedenker Stan Lee noemt Spidey graag de Woody Allen onder de superhelden. Alleen een stoïcijnse superheld als Spiderman zegt als hij wordt opgetild en platgedrukt door de monsterlijke Venom: ,,Oew! Get a breath-mint!''

Spiderman PC. Uitgever Activision. Voor minimaal Windows 95, Pentium II 266 Mhz, 64 MB Ram en 4-speed cd-rom. Adviesprijs 99,95 gulden.

    • Ron Rijghard