Waar was Kok?

Niet alleen in Berlijn werd vergaderd over militaire steun aan de acties tegen het terrorisme; hetzelfde gebeurde afgelopen donderdag in Den Haag. Zeker in het licht van het turbulente debat dat gisteren in de Bondsdag werd afgesloten was het debat in de Tweede Kamer over hetzelfde onderwerp een uitermate matte vertoning. Uit niets bleek dat de Tweede Kamer een cruciaal besluit fiatteerde.

Toch wordt bijvoorbeeld in het militaire apparaat het besluit van het kabinet van vorige week om 1.400 militiaren beschikbaar te stellen voor de gezamenlijke inspanningen van de internationale gemeenschap wel degelijk als zodanig beschouwd. Terecht. Door niet langer alleen in woord steun te betuigen, maar ook in daad is Nederland, ondanks de bescheiden en geclausuleerde bijdrage direct betrokken bij een gewapend conflict. Dat kan gerust als een historische beslissing worden gemarkeerd. Al was het maar omdat als gevolg van de actieve betrokkenheid Nederland zich letterlijk kwetsbaar opstelt.

Het kabinet had goede redenen om tot dit besluit te komen. Maar juist bij dit soort beslissingen die uiteindelijk zeer verstrekkende gevolgen kunnen hebben, is het van het grootste belang dat de urgentie ook blijkt uit de wijze van parlementaire afhandeling. Daarvan was echter geen sprake. Dit zou nu bij uitstek een geschikt debat voor fractievoorzitters zijn geweest in aanwezigheid ook van de minister-president. Maar alleen PvdA-fractievoorzitter Melkert en zijn GroenLinks-collega Rosenmöller voerden het woord; de overige fracties lieten het debat over aan hun specialisten.

Van de zijde van de regering was minister-president Kok de opvallende afwezige. Natuurlijk is zijn positie in het Nederlandse staatsbestel een andere dan die van de Britse premier Blair of bondskanselier Schröder. Maar Kok heeft zelf de precedenten geschapen. Echter, waar hij eerder in de Tweede Kamer als eerste het woord voerde toen het ging over de gevolgen van de aanslagen van 11 september, liet hij deze week verstek gaan bij de concretisering van de Nederlandse solidariteitsbetuigingen. De Tweede Kamer had het niet nodig geacht hem bij het debat uit te nodigen, verklaarde hij gisteren. Maar heeft Kok een kleine twee weken geleden de Britse premier Blair niet laten zien dat hij zeer wel in staat is zichzelf uit te nodigen?

Het is al vaker geconstateerd. De Nederlandse politiek en zeker het Nederlandse parlement moeten het niet hebben van drama of grote woorden. Dat is op zichzelf een prettige en vooral geruststellende constatering. Maar er zijn momenten dat regering en parlement ook door hun stijl van opereren het belang van te nemen besluiten kunnen onderstrepen. Van die mogelijkheid hebben een meerderheid van de Tweede Kamer en de regering ten onrechte geen gebruik gemaakt. Het beschikbaar stellen van 1.400 militairen is geen `business as usual'.