Slappe knieën

De ommekeer in de militaire situatie in Afghanistan heeft deze week de verwezenlijking van enkele primaire doelstellingen van de Verenigde Staten en hun bondgenoten, de val van het Talibaanregime en de uitschakeling van het terroristische hoofdkwartier van Bin Laden, dichterbij gebracht. Met deze voorlopige successen is het gevaar van het internationale terrorisme bij lange na niet bezworen. Dat zal pas het geval zijn als de wereld bevrijd is van de angst voor de terreur. Hoe diep die angst zit bleek maandag wel na het vliegtuigongeluk in New York.

Voor mij staat vast dat terroristen nooit kunnen winnen, tenzij anderen bereid zijn zich te laten terroriseren. Helaas zijn de terroristen in staat gebleken de meningsvorming, vooral in Europa, over het Israëlisch-Palestijnse conflict te beïnvloeden. Het is niet eens de onderhuidse anti-Israël-stemming, maar meer nog de oorverdovende onverschilligheid met betrekking tot het bestaan zelf van de joodse staat die zorgwekkend is. Zelfs Nobelprijswinnaar Günter Grass, een baken van integriteit, heeft zijn morele gezag aangewend om de Israëlische politiek in de bezette gebieden aan te wijzen als oorzaak van het internationale terrorisme. Dat is iets anders dan kritiek op de regering-Sharon, het is een poging Israël al dan niet rechtstreeks de schuld te geven van het ontstaan van een voedingsbodem voor het islamitische terrorisme. Al met al behoort dit tot de meest gehoorde argumenten tegen ondersteuning van het Amerikaanse gewapende optreden.

Uiteraard willen mensen die tegen de bombardementen op Afghanistan zijn niet de misdaden van de Bin Ladens van deze wereld goedpraten (aan vrijblijvend medeleven met de slachtoffers van de aanval op Amerika geen gebrek). Maar hun redeneringen draaien wel uit op pleidooien om het hoofd in de schoot te leggen en de Amerikanen alsmede Israël in de steek te laten.

Op een rijtje gezet luiden de daarvoor aangevoerde argumenten als volgt:

- De oorlog in Afghanistan kan het probleem van het internationale terrorisme niet oplossen.

- Het gewapende optreden van de VS is buiten proportie omdat het uitgaat boven de opsporing van een handvol criminelen en een heel land tot oorlogsdoel maakt.

- Het verscherpt de toch al catastrofale humanitaire situatie in Afghanistan.

- Het oorlogsdoel en de strategie om dit te bereiken zijn onduidelijk.

- Er is geen realistisch alternatief voor het Talibaan-regime, gegeven de etnische tegenstellingen in het land.

- De militaire actie vergroot het gevaar van escalatie en dreigt andere landen in de regio mee te slepen.

- De VS nemen het risico van een conflict tussen het westen en de islamitische wereld op de koop toe.

- Het gevaar dreigt dat de terroristen martelaren worden en daarmee aanhang winnen.

Deze bezwaren tegen een, zelfs maar symbolische, deelname van Duitsland, Nederland, Italië enz. aan de militaire actie komen, elk afzonderlijk en in hun onderlinge samenhang, neer op niets anders dan een oproep tot capitulatie. Een weigering gehoor te geven aan Amerikaanse verzoeken om steun, zou betekenen dat de Europese landen zich demonstratief afkeren van de strijd tegen het terrorisme. Dit is de positie die in Duitsland door een deel van de Groenen is betrokken, wat het land aan de rand van een regeringscrisis heeft gebracht, en die in Nederland sinds dinsdag wordt ingenomen door GroenLinks in navolging van (en vrees voor kiezersverlies aan) de SP.

Ach, klonk het meewarig toen GroenLinks dinsdag een `steunpauze' afkondigde, in Washington zal men er heus niet van wakker liggen als een kleine partij in het kleine Nederland plotseling last krijgt van cold feet. Dat is natuurlijk ook zo, maar op de achtergrond speelt een principieel debat over afzijdigheid versus betrokkenheid in de strijd tegen het terrorisme. Groot of klein, regeringspartij of oppositie, links in Europa moet in het reine komen met de instinctmatige behoefte om zich te distantiëren van ieder gebruik van geweld, ook als dat onvermijdelijk en noodzakelijk is. In GroenLinks hebben pacifistische sentimenten de overhand gekregen op medeverantwoordelijkheid voor de internationale rechtsorde. De partij geeft de antwoorden van gisteren op de vragen van vandaag. Wie zich wil spiegelen aan de Vietnam-oorlog maakt zich er te makkelijk van af. Toen werd Amerika niet aangevallen, maar waren de Amerikanen de agressors. Nu gaat het om de vraag of betrokken, linkse mensen het met hun idealen en hun geweten in overeenstemming kunnen brengen af te zien van medeverantwoordelijkheid in de strijd tegen het terrorisme.

Hopelijk zal de discussie in de partijraad van GroenLinks daar vandaag over gaan. Ook al zal George Bush er niet van wakker liggen, de vrees zich medeplichtig te maken aan een niets ontziende oorlogsmachine is authentiek en de tegenstanders van Nederlandse militaire steun verdienen het serieus te worden genomen. Dat vergt inhoudelijk debat in plaats van de potsierlijke gelegenheidsargumentatie waar Paul Rosenmöller deze week het land mee amuseerde. Eerst klagen dat de bombardementen geen effect hadden en alleen burgerslachtoffers maakten en dan, nog geen 24 uur later, beweren dat de militairen juist te snel waren met de verdrijving van de Talibaan uit Kabul. Eerst de steun `opschorten' zolang de Verenigde Naties geen plan hadden voor een nieuwe Afghaanse regering, vervolgens niet reageren op het plan van de Verenigde Naties voor een interimbestuur en een VN-macht. Daar gaat geen overtuigingskracht van uit. Het is duidelijk dat eigenbelang – het bezweren van interne verdeeldheid, de achteruitgang van GroenLinks in de peilingen – bij Rosenmöller prevaleert boven een geloofwaardige politieke stellingname.

Met zijn zwakke, verwarde, argumentatie heeft Rosenmöller zich doen kennen als een politicus met slappe knieën, die het niet aandurft principieel een eerder ingenomen standpunt te verdedigen als dat in eigen kring op tegenstand stuit. Iemand die het partijbelang en zijn eigen positie meer waarde toekent dan het volgen van een consistente politieke lijn. Hij hangt liever zijn huik naar de wind. Wel sneu dat de wind ineens bleek te zijn gedraaid. Wie zo achter de feiten aanhijgt, zet zichzelf voor schut. Net het Jongeren Lagerhuis van Marcel van Dam.

    • Elsbeth Etty