Serviërs willen dit Kosovo niet

Kosovo kiest vandaag een nieuw parlement. De Servische minderheid twijfelt over deelname. `Ik kan niet één goede reden bedenken om te gaan stemmen.'

Het lemen huisje ligt aan de rand van de stad. Het aangestampte erf, met kippen, ganzen en een varkentje, is het einde van zijn wereld. De Servische Tomica is bang voor de Albanezen in de stad. Hij slijt zijn dagen rond het erf. Zijn vrouw Ivana wil niet toegeven aan de dreiging van Albanese aanslagen op Serviërs in Kosovo en gaat nog wel eens naar het centrum van de stad. ,,Ik ben laatst naar een Albanese tandarts geweest'', zegt ze met enige trots.

Een krappe honderdduizend Serviërs wonen nog in Kosovo; Ivana en Tomica zijn een van hen. Ze leven in Kosovo Polje, op tien minuten rijden van de Kosovaarse hoofdstad Priština. Maar in Priština zijn ze de afgelopen tweeënhalf jaar, na de binnenkomst van de NAVO, niet meer geweest. ,,Te gevaarlijk'', zegt Tomica en schudt zijn hoofd.

Circa tweehonderdduizend Serviërs hebben Kosovo sinds het einde van de NAVO-luchtoorlog in juni 1999 verlaten, uit angst voor de wraak van de terugkerende Albanezen. De achterblijvers wonen in getto's en worden bewaakt door soldaten van de NAVO geleide vredesmacht KFOR. Hun toekomst is uitzichtloos; Tomica heeft geen werk, Ivana doet af en toe klusjes voor een internationale organisatie in Kosovo Polje. Het echtpaar is, net als de meeste Serviërs in Kosovo, zelfvoorzienend. De kippen leggen eieren, de ganzen bewaken het erf en het varkentje wordt straks, tijdens het orthodoxe kerstfeest in januari, opgegeten.

Een ding weet Ivana zeker; het lot is haar ongunstig gestemd. Aan het begin van de jaren negentig verliet de jonge Servische haar geboorteplaats, de Bosnische hoofdstad Sarajevo. Het was de enige keer dat ze, onbewust, geluk had; Ivana vertrok voor het beleg van Sarajevo, dat drie jaar zou duren. Maar ze koos haar bestemming ongelukkig. Ivana vertrok naar Kroatië, de ex-Joegoslavische deelrepubliek die streed om een deel van Bosnië. De Servische Ivana was in die strijd niet gewenst; in 1995 werd ze, met tal van andere Serviërs, Kroatië uitgejaagd. Zo belandde ze in Servië waar ze in een truck van een vluchtelingenkonvooi werd geduwd. ,,Ik had geen idee waar we gingen heen'', aldus Ivana. Toen ze uitstapte, bleek ze in Kosovo te zijn beland. ,,Stom toeval'', zegt ze.

In Kosovo stuitte ze op Tomica – en op nieuw geweld. In deze autonome provincie van Joegoslavië vocht de Albanese bevolking tegen onderdrukking door het regime in Belgrado, onder leiding van de Joegoslavische ex-president Slobodan Miloševic. Het leidde uiteindelijk tot ingrijpen door de NAVO. In het voorjaar van 1999 bombardeerde het bondgenootschap Servië en Kosovo.

Ivana en Tomica konden nergens heen. Ivana's geboorteplaats Sarajevo was inmiddels in handen van de Bosnische moslims. Tomica was een eenvoudige jongen uit Kosovo Polje – hij had een lemen huisje naast het onderkomen van zijn ouders gebouwd. Daar woont het echtpaar tot op de dag van vandaag achter ramen die zijn verschaft door de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR.

De verkiezingen in Kosovo vinden ze een farce. ,,Ik kan niet een goede reden bedenken om te gaan stemmen'', zegt Ivana. De Albanese meerderheid in Kosovo mag opgewonden zijn over de eerste parlementsverkiezingen in het nieuwe Kosovo die vandaag worden gehouden, de meeste Serviërs zijn sceptisch over de volksraadpleging. Ze geloven niet dat het nieuwe parlement ook maar iets zal veranderen aan hun ellendige situatie.

Bovendien geloven de Kosovo-Serviërs dat de verkiezingen onherroepelijk leiden naar een onafhankelijk Kosovo. Het is de weg die wordt bewandeld door alle Albanese politieke partije, maar die de Serviërs niet willen gaan. In een onafhankelijk Kosovo, zo zeggen ze, zal voor hen zeker geen plaats zijn.

De deelname van de Kosovo Serviërs aan de verkiezingen is een heikel punt. Circa 170.000 hebben zich laten registreren, maar het is onzeker of ze daadwerkelijk gaan stemmen. Het VN-bestuur in Kosovo, de provincie is de facto een internationaal protectoraat, heeft hun deelname tot graadmeter voor het succes van de verkiezingen gemaakt.

,,Ten onrechte'', zegt Peter Palmer van de onafhankelijke International Crisis Group in Priština. ,,Het zou teleurstellend zijn als de Serviërs thuis blijven; dat is louter in hun nadeel. Ze zullen voorlopig geen zeggenschap hebben in de de toekomst van Kosovo. Maar dat is niet te wijten aan de internationale gemeenschap.'' Die gemeenschap heeft wel geprobeerd de Kosovo-Serviërs over te halen. De hoogste VN-bestuurder in Kosovo, de Deen Hans Haekkerup, heeft de Joegoslavische president Vojislav Koštunica na lang aandringen weten te bewegen om de Kosovo-Serviërs op te roepen te gaan stemmen.

Maar de Serviërs zijn niet overtuigd. ,,Stemmen?'', vraagt een oudere Servische vrouw in Kosovo Polje, niet ver van Ivana's en Tomica's huis. ,,Ik heb wel iets anders aan mijn hoofd. Of ik mijn pensioen krijg en of ik meel vind om een brood te bakken.''

    • Yaël Vinckx