Schadeclaim bij Joegoslavië tribunaal

De advocaten van drie Bosnische Kroaten die vorige maand door het Joegoslavië-tribunaal zijn vrijgesproken zullen miljoenen guldens schadevergoeding eisen van de Verenigde Naties.

De drie mannen – de broers Zoran en Mirjan Kupreskic en hun neef Vlatko Kupreskic - hebben vier jaar gevangen gezeten in het VN-cellenblok in Scheveningen. Ze werden veroordeeld voor betrokkenheid bij oorlogsmisdaden in midden-Bosnië, maar in hoger beroep werd dat vonnis vernietigd wegens onvoldoende bewijs.

Het is voor het eerst dat het Joegoslavië-tribunaal te maken krijgt met een eis voor schadevergoeding. Bij de oprichting in 1993 is hierin niet voorzien. ,,Ik hoop dat het tribunaal zich een waardig verliezer toont'', zegt Ranko Radovic, advocaat van Zoran Kupreskic. Als het tribunaal betaling weigert, zullen de advocaten zich richten tot de VN-commissie voor de mensenrechten in Genève, het Europese Hof in Straatsburg, of het Internationaal Gerechtshof in Den Haag.

Volgens Göran Sluiter, docent internationaal recht aan de Universiteit van Utrecht, hoort genoegdoening bij een ,,evenwichtig strafproces''. Een probleem is dat het proces tegen de Bosnische Kroaten nu is afgerond. Sluiter: ,,Formeel kan het tribunaal zeggen: de procedures voorzien er niet in. Maar in het verleden bleek men heel creatief in het aanpassen van procedures. Wil het tribunaal geloofwaardig blijven dan moet het fair omgaan met dit verzoek.''

Jadranka Slokovic, advocaat van Mirjan Kupreskic, wil dat alle kosten worden vergoed die haar cliënt en zijn familieleden tijdens de gevangenschap hebben gemaakt. Ze eist een tegemoetkoming voor gederfde inkomsten, en een vergoeding van `immateriële schade'. ,,Deze mannen zijn gepresenteerd als zware misdadigers. Ze hebben veel geleden.''

Volgens Slokovic hadden de Bosnische Kroaten in de gevangenis ieder zo'n duizend gulden per maand nodig om naar huis te bellen en extra eten te kopen. De vrouwen waren voor vliegtickets en hotels per jaar zo'n 56.000 gulden kwijt, zegt Slokovic. ,,En wat de immateriële schade betreft: volgens de Kroatische wetgeving zouden ze recht hebben op zo'n 170.000 gulden, maar wij vragen meer. Het is veel moeilijker om zo ver van huis, in een andere cultuur, gevangen te zitten.''

De woordvoerder van het tribunaal, Jim Landale, zegt dat er in overleg met het hoofdkantoor van de Verenigde Naties in New York een beslissing genomen zal moeten worden over een mogelijke vergoeding.

    • Cees Banningen Petra de Koning