Mediacratie

Het artikel van Herman Vuijsje kent een onderstroom van verbazing en irritatie over hoe Nederland zich in de afgelopen decennia heeft ontwikkeld. In toenemende mate leven we in een paradox waarbij gezagsdragers en pers de mythe levend houden dat het goed gaat Nederland, terwijl de gewone burger dagelijks zaken waarneemt die op gespannen voet staan met de mythe. Op het woord om deze situatie aan te duiden, de mediacratie, lijkt een taboe te rusten. Het gevolg is dat pers en politiek elkaar in een wurggreep hebben, terwijl de burgerij moet toekijken.

Burgers hebben zich een passieve consumerende houding laten opdringen waardoor kenmerken als solidariteit en verantwoordelijkheid verloren zijn gegaan. Het gevolg is dat de burgerij zich van de politiek afkeert, hetgeen tot uiting komt in de toename van zwevende kiezers, het wegblijven uit stemhokjes en de veel gehoorde vraag `op wie moet ik volgend jaar stemmen'. Verkiezingsprogramma's zijn niet meer dan menukaarten, politici naar zweet ruikende obers. Een keer in de vier jaar wordt de burger gevraagd steun te betuigen aan de mythe dat de burgerij invloed uitoefent op het beleid.

Het nieuwe element is de toenemende agressie met 11 september als nieuw ijkpunt, waardoor grenzen in zicht beginnen te komen waarbij de burgerij niet langer altijd bereid is de rol van slachtoffer te spelen. Islamitische kinderen op scholen die drie minuten stilte hebben gebruikt om lawaai te maken zonder dat de leraar of school optreedt, een agente in Den Haag die niet aan drie minuten stilte wenst mee te doen. Nieuw is dat er expliciet over wordt gepraat als schandelijk, een uiting van een reflectie op waarden die wij dachten te delen. Natuurlijk staat onze grote susser, premier Kok, vooraan om alles te relativeren en het tegendeel te beweren. Nee, er komt een einde aan het relativeren, de burger roert zich.

Agressie kan niet met redelijke middelen worden bestreden, de symmetrie in een op redelijke argumenten gebaseerde relatie wordt door de agressor doorbroken, het `Amerikaanse' antwoord is de enige optie. Niemand wil echter het voortouw nemen, wij hopen dat het aan ons voorbij zal gaan, burgers zijn verworden tot slachtoffers van de situatie, tolerantie is verworden tot een uitingsvorm gedreven door angst en onverschilligheid. Een toename van turbulentie lijkt in het verschiet te liggen, waarbij de grenzen van tolerantie wederom verlegd worden of - om het op z'n Hollands te zeggen - wat ,,gewoon normaal is'' simpelweg wordt opgerekt.

Gelukkig hebben wij nog de troost van ons geloof dat het goed gaat in Nederland.

    • N. Bloemendaal