Lang leve de literatuur

Het vak Nederlands legt te veel nadruk op vaardigheden. Terwijl het juist gaat om het vergroten van het wereldbeeld van de leerlingen. Vinden de Neerlandici.

Geen leuker vak dan Nederlands, vindt Rosanne (17), zesdeklasser van het Johan de Witt-gymnasium in Dordrecht. ``Wij krijgen heel veel literatuur. We leren hoe je aan een boek kunt zien tot welke stroming het behoort. En wat de filosofie is achter zo'n stroming. Het klinkt misschien saai, maar het boeit ons allemaal. Het scheelt natuurlijk dat onze leraar zo gepassioneerd kan praten over boeken en over schrijvers.''

Niet alle 6-vwo'ers krijgen Nederlands zoals dat op het Johan de Witt-gymnasium wordt gegeven. Op andere scholen gaat het vaak heel anders, weten Rosanne en haar klasgenoten. ``Als ik vrienden vertel wat wij bij Nederlands doen, reageren ze verbaasd'', zegt Maaike. ``Hun leraar vertelt hen niet zoveel over boeken. Ze maken opdrachtjes in de klas.'' Marijn weet wat Maaike bedoelt: ``Dan moeten ze bijvoorbeeld een opstel schrijven of ze maken grammaticaopdrachtjes of iets met spelling.''

Dat is precies de reden waarom de Landelijke Vereniging van Neerlandici (LVVN) zaterdag 24 november het congres 'Zorg om het schoolvak Nederlands' organiseert. De vereniging vindt dat Nederlands op veel scholen niet veel meer is dan een taalvaardigheidstraining. De nadruk is te veel komen te liggen op `kunnen' en dat gaat ten koste van het `kennen'. Jan Stroop, congresvoorzitter en universitair hoofddocent taalkunde aan de Universiteit van Amsterdam, vindt dat er rare dingen staan in het examenprogramma Nederlands voor havo en vwo. Het examenprogramma bestaat uit zes onderdelen en vier daarvan gaan over taalvaardigheid: schrijfvaardigheid, mondelinge taalvaardigheid, leesvaardigheid en in argumentatieve vaardigheden. Maar volgens Stroop hebben al die vaardigheden in feite niets met het vak Nederlands te maken. ``Leren argumenteren kun je ook bij Engels of Duits. En een presentatie houden kun je net zo goed bij aardrijkskunde of geschiedenis. Waarom moet dat ten koste gaan van het vak Nederlands? Nederlands behoort te bestaan uit het bestuderen van de Nederlandse taal en de Nederlandse literatuur. Daar is nu amper tijd voor.''

Het huidige examenprogramma is vijf jaar geleden vastgesteld door de toenmalige staatssecretaris van onderwijs Netelenbos. De commissie Braet adviseerde de staatssecretaris om behalve voor literatuur ook plaats in te ruimen voor taalkunde. Terecht, vindt Stroop. ``Het gaat om onderricht aan onze toekomstige cultuurdragers. Die moeten toch iets weten over de systematiek van onze taal, waar de taal vandaan komt en hoe het Nederlands zich in de loop der tijd heeft ontwikkeld?''

Maar Netelenbos sloeg het advies van de commissie in de wind. Geen woord over taalkunde in het examenprogramma en kennis van de Nederlandse literatuur is slechts een van de zes domeinen. Stroop: ``Bij de presentatie van het nieuwe examenprogramma zei Netelenbos: zou het niet prachtig zijn als alle leerlingen straks alle werken van W.F. Hermans op kunnen zoeken? Wat een onzin! Dat zijn alleen maar kunstjes. Leerlingen moeten eerst weten wie Hermans is en of zijn titels de moeite waard zijn om op te zoeken.'' Oriëntatie op studie en beroep is domein nummer zes bij Nederlands. Maar daar wil Stroop eigenlijk geen woord aan vuil maken. ``Daar praat je met je ouders over, dat behoort toch geen examenonderdeel te zijn.''

De LVVN wil een herbezinning en hoopt daarvoor tijdens het congres in de Uithof in Utrecht brede steun te vinden. De vereniging pleit voor een commissie die, vergelijkbaar met de commissie De Rooy bij geschiedenis, het vak Nederlands inhoudelijk evalueert. De tekst voor een petitie aan minister Hermans van onderwijs ligt klaar.

Bas Jongenelen, leraar Nederlands op het Johan de Witt-gymnasium, merkt in het contact met collega's van andere scholen ook dat literatuur bij hen soms op een laag pitje staat. ``Ik sprak een leraar die het grootste deel van zijn lestijd kwijt is aan opstellen en referaten. Hij komt nauwelijks toe aan boekbesprekingen.'' Jongenelen merkt dat heel wat collega's het examenprogramma letterlijk nemen. Zelf doet hij dat niet. ``Er staat nergens dat je elk domein evenveel aandacht moet besteden. Het is goed als leerlingen een paar keer een opstel schrijven. Natuurlijk. Ik zorg ook dat iedereen een keer een verhaal heeft gehouden voor de klas. Ik maak daar goede lessen van. Maar ik houd het wel kort. Wij leveren toch geen tekstschrijvers af? Of presentatoren?''

Jongenelen heeft in z'n lessen volop aandacht voor stromingen in de literatuur, boeken, schrijvers, overeenkomsten en verschillen tussen boeken en schilderkunst en de ontwikkeling van de Nederlandse taal. ``Wij zijn er als docenten voor om het wereldbeeld van onze leerlingen te vergroten'', vindt hij. ``Dat lukt niet als we ze alleen maar vaardigheden aanleren.''

In de gang op de eerste verdieping botst Jongenelen bijna tegen zesdeklasser Nickjan. Hij duwt hem een gloednieuw boek in handen. ``Wil je die hebben? Wel een recensie schrijven hè?'', zegt Jongenelen. Dat vindt Nickjan nou zo leuk, dat ze bij Nederlands af en toe een boek krijgen. ``Gewoon gratis. Het enige wat we hoeven doen is er een stukje over schrijven voor de schoolkrant.'' Jongenelen krijgt de boeken via uitgeverijen. ``Er was laatst een uitgeverij die wat begon te sputteren. Of er nou wel wat met die boeken werd gedaan. Ik heb ze gezegd dat hun lezers van morgen hier vandaag op school zitten. Ik heb er niets meer over gehoord.''

De zesdeklassers zijn blij dat literatuur bij hun op school geen plaats heeft gemaakt voor vaardigheden. ``Die vaardigheden leren we gaandeweg wel'', zegt Marijn. ``We schrijven regelmatig betogen over een literair onderwerp. De meesten lukt dat wel. We hoeven er geen speciale lessen aan te wijden.'' Maaike zegt: ``We hebben die boeken ook hoor. Waarin staat hoe je een samenvatting moet schrijven en hoe een betoog in elkaar steekt. Eentje heet Textuur. Maar we doen er niets mee.'' Opgewekt voegt ze eraan toe: ``Het ligt bij mij thuis stoffig te worden.''

Maar zo makkelijk komen de zesdeklassers van het Johan de Witt-gymnasium er nu ook niet vanaf. Maaike weet niet wat leraar Jongenelen wel weet: ``De komende tijd werken we naar het examen toe en gaan we even hard trekken aan schrijfvaardigheid en spreekvaardigheid. Dat boek gaat nog helemaal doorgewerkt worden.''

Landelijke Vereniging van Neerlandici: www.lvvn.nl

    • Martine Zuidweg