Lakmoesproef voor Europese Unie op het wereldtoneel

De EU wil een grotere rol spelen op het wereldtoneel. Maar in de strijd tegen terrorisme spelen de grote lidstaten de eerste viool. Groeistuipen of schisma?

De door de Verenigde Staten geleide strijd tegen het terrorisme stelt de Europese samenwerking danig op de proef. De onderonsjes van de Grote Drie – Groot-Brittannië, Frankrijk en Duitsland – hebben veel kwaad bloed gezet bij de kleinere lidstaten, en sloegen het ambitieuze Belgische voorzitterschap de regie uit handen.

Premier Kok sprak van ,,groeistuipen'' in het Europese buitenlands en veiligheidsbeleid. Zijn Oostenrijkse collega Wolfgang Schüssel toog naar Brussel om namens acht landen zijn verontrusting te ventileren over ,,dreigende tweedeling'' in de Europese Unie.

,,De keuze is aan ons zelf'', zei voorzitter Prodi van de Europese Commissie deze week in een toespraak in Brugge. ,,Gaan we door op het pad van de integratie, of geven we er de voorkeur aan dat Europa langzaam maar zeker inhoudelijk niets meer voorstelt?''

Zelf is Prodi optimist. Hij kiest graag een metafoor uit de bouw. Wanneer je een huis gaat bouwen, aldus de Commissie-voorzitter, dan zijn er verschillende belangrijke telefoonnummers: van de opdrachtgever, de architect, de aannemer, de intallateur, de dakdekker, enzovoorts. Maar wanneer het huis eenmaal klaar is, dan is er alleen nog het telefoonnummer van de bewoner. ,,Zo zal het in de toekomst ook voor de Europese Unie zijn'', zei hij onlangs in het Berlijnse dagblad Der Tagessspiegel.

Eerst zien, dan geloven, reageert Europa-watcher Christian Hacke, hoogleraar politicologie in Bonn. Hij ziet in de gang van zaken rond de Europese deelname aan de strijd tegen het terrorisme veeleer de bevestiging van een volgens hem al langer bestaande trend naar ,,renationalisering'' binnen de EU. Het zwaartepunt in de besluitvorming verschuift geleidelijk weer meer naar de hoofdsteden van de (grote) lidstaten ten koste van gemeenschappelijke besluitvorming. Dit fenomeen verlamde volgens Hacke in december vorig jaar op de top in Nice ook het overleg over een nieuwe verdeling van de zeggenschap in de Unie ná toetreding van Oost-Europese landen. Ook daar liep de scheidslijn tussen groot en klein, ook daar kreeg het optreden van de grote landen een slechte recensie van de kleine, en ook toen hielp dat weinig.

Zulke verdeeldheid tast de besluitvaardigheid aan en schaadt de belangen van de EU, zegt Hacke. ,,Meer eenheid is wenselijk, maar in conflictsituaties blijkt dat keer op keer een illusie. De Amerikanen richten zich niet tot de gemeenschappelijke instellingen, maar tot de sleutelmachten achter deze instellingen. Als het er op aankomt bellen ze niet met Brussel, maar met de grote hoofdsteden. ,,Zíj blijven het beslissende adressaat, alle retoriek over verdieping van de samenwerking op buitenlands- en veiligheidsterrein ten spijt.''

Hacke's Britse collega Heather Grabbe, directeur onderzoek van het Center for European Reform (CER) in Londen, verwacht daarentegen dat de internationale alliantie tegen terrorisme juist ,,een geweldige impuls'' zal geven aan verdere Europese integratie. Op korte termijn vertaalt zich dat volgens haar vooral in nauwere samenwerking van politie en justitie en in harmonisatie van het asiel- en migratiebeleid. ,,De eerste resultaten inmiddels geboekt'', zegt Grabbe verwijzend naar de invoering van een Europees arrestatiebevel.

Ook in het verdere verschiet bespeurt Grabbe geen tekenen van `renationalisering' binnen de EU. Onderonsjes van grote Europese landen zijn uitzonderlijk, zegt ze, ,,maar oorlog is ook een uitzonderlijke situatie, en dat vraagt om een uitzonderlijke aanpak''. Dat hoeft het Europese buitenlands en veiligheidsbeleid niet ondermijnen; dat vergt nu eenmaal meer tijd en geduld. Parallel aan dat proces ziet Grabbe de NAVO evolueren van een militair naar een meer politiek georiënteerd bondgenootschap.

Zolang de buitenlandse politiek een intergouvernementele aangelegenheid is en ,,effectieve operationele structuren'' ontbreken, zullen we nog wel vaker zien dat ,,afzonderlijke lidstaten het voortouw nemen'', zegt Jan Rood, hoofd onderzoek van het Nederlands instituut voor internationale betrekkingen `Clingendael'. ,,Logisch toch, dat de VS de tegenaanval niet afhankelijk willen maken van landen die daarvoor de wil en de middelen niet hebben. Het had moeilijk anders kunnen gaan.''

Rood beschouwt het weinig coherente optreden van de Europese Unie na de aanslagen van 11 september als ,,een noodzakelijke en onvermijdelijke tussenstap'' op weg naar een Europees buitenlands en defensiebeleid. Om te voorkomen dat de `groeistuipen' van Kok in een schisma binnen de Unie uitmonden, zou volgens hem een Europese Veiligheidsraad, met permanente en roulerende leden uitkomst kunnen bieden.

Zo'n directorium staat bij sommige landen in een kwade reuk, omdat het de gemeenschappelijke structuren zou uithollen. In zijn algemeenheid deelt Rood die vrees, maar als het over buitenlandse beleid gaat niet. ,,Het buitenlands en veiligheidsbeleid is nog steeds een zaak van de nationale regeringen. Een directorium op dit gebied houdt danook geen renationalisering in, want je draait niets terug.''