Korankritiek

De Encyclopedie van de Koran is een project van westerse én islamitische geleerden. Maar bijna alle moslimauteurs hebben academisch onderdak in het westen.

In de tweede videoboodschap van Osama bin Laden, door al Jazira uitgezonden op 3 november, citeerde zijn rechterhand, de Koeweiti Soelaimaan Aboe Ghaith, uit de koran. Het ging om de achtste soera, vers 59 en 60: `Zij die ongelovig zijn moeten er niet op rekenen [Ons] te vlug af te zijn; zij kunnen er niets tegen doen. En maakt tegen hen zo goed als jullie kunnen de bewapening en de inzetbare paarden gereed om Gods vijand en jullie vijand daarmee vrees aan te jagen [...].'

Hoe moeten we dit duiden? ``Mensen als Osama bin Laden hebben een zeer simpele visie op de koran'', zegt Fred Leemhuis, koranvertaler en arabist aan de Rijksuniversiteit Groningen. ``Je moet niet vragen `hoe?' maar `wat?', alles draait om de letterlijke tekst van de koran. Toch verraadt die videoboodschap een interpretatie: de kring rond Bin Laden heeft duidelijk een apocalytische kijk op de koran. Net als de eerste islamitische gemeenschap in de zevende eeuw lijkt Bin Laden van mening dat de eindtijd nabij is, dat de spasmen van de overgang naar het heilsrijk zijn aangebroken. Wie weet, denkt Bin Laden, heeft God mij uitverkoren om een belangrijke hulp van de Mahdi te zijn, de door God geleide die de gerechtigheid op aarde zal herstellen.''

Inspiratie voor die opvatting, aldus Leemhuis, haalt Bin Laden uit de koran. ``Maar gezien zijn kleding en gedragen Arabisch heb ik sterk de indruk dat hij en zijn makkers de films naspelen die in de jaren zeventig en tachtig in Egypte over de bloeitijd van de vroege islam zijn gemaakt, films die met de ramadan in de hele Arabische wereld op de televisie te zien waren. Ik zat toen op het Nederlands Instituut in Kairo en als ik Osama bin Laden voor die grot zie staan een verwijzing naar Mohammed op de vlucht maar Medina dan roept dat sterke associaties op met die films.''

In het onlangs verschenen eerste deel van de Encyclopaedia of the Qur'an heeft Leemhuis het lemma `Apocalypse' voor zijn rekening genomen. Ook `Codices of the Qur'an' is van zijn hand, een heikel onderwerp (zie kader). Leemhuis, naast auteur lid van de Advisory Board, promoveerde in 1977 op verbaalstammen in het Arabisch van de koran, maar raakte zo gefascineerd door de hevige discussies die commentatoren de eerste eeuwen na het tot stand komen van het boek voerden dat hij de taalkunde verruilde voor de studie van de inhoud van de koran. Leemhuis: ``De koran bleek niet de gladde tekst zoals hij zich voordoet, er is ontstellende ruzie om gemaakt. Dan wil je weten wat de koran in de begintijd voor de eerste moslims heeft betekend, wat zijn invloed was op het islamitisch recht, welke rol hij speelde bij het ontstaan van de verschillende vormen van islamitische vroomheid.''

Het plan voor een Encyclopedie van de Koran stamt van een congres in Calgary, in de jaren tachtig. Onder koranwetenschappers groeide de behoefte aan een naslagwerk, vergelijkbaar met encyclopedieën voor bijbelstudie. Brill, die sinds jaar en dag de Encyclopedie van de Islam uitgeeft, ontfermde zich over het project en Jane McAuliffe uit Washington werd hoofdredacteur. Er komen vijf delen, in 2005 moet het klaar zijn. De encyclopedie wil een brede groep koranonderzoekers bedienen en geeft per lemma de belangrijkste literatuur. Leemhuis: ``Stel je moet iets opzoeken over Hamza, de oom van Mohammed, of je wilt weten hoe het ook alweer zat met de tweede zeven leeswijzen van de koran. Dan kun je natuurlijk terecht bij de Arabische bronnen maar dat zijn er heel veel en de encyclopedie zet de belangrijkste verwijzingen op een rijtje. Dat is handig.''

Overgeleverd

De Encyclopedie van de Koran hanteert een westerse, rationele aanpak. Zo'n kritische, objectieve houding geeft in islamitische landen vaak problemen. Orthodoxe moslims is een analytische benadering, het minutieus ontrafelen en becommenteren van een tekst vreemd. Een tekst, zo menen zij, is correct omdat hij zo is overgeleverd. Men schrijft hoe het zou moeten zijn, niet zoals het is. Koranwetenschappers uit de moslimwereld die aan de encyclopedie meewerken hebben dan ook vrijwel allemaal academisch onderdak in het westen. Leemhuis: ``Onder neo-orthodoxe en fundamentalistische moslims klinkt het verwijt dat oriëntalisten de koran bestuderen met het oogmerk de moslimwereld kapot te maken. Als westerse koranwetenschappers constateren dat Hamza, de oom van de Profeet, na de slag bij Badr in 624 feest viert met drank en vrouwen en voor dat vergrijp niet wordt gestraft vanwege zijn moed iets wat in de hadieth, de overgeleverde traditie, gewoon staat vermeld dan vinden fundamentalisten dat vuilspuiterij. In zo'n klimaat kan ik me voorstellen dat moslimgeleerden hun liberalere standpunten wel op congressen en in tijdschriften willen uiten maar in een breder medium als de Encyclopedie van de Koran daarmee liever niet voor de dag komen.''

Niettemin acht Leemhuis de bijdragen van de islamitische korangeleerden in de encyclopedie van onschatbare betekenis. ``In dertien eeuwen islam zijn uiterst zinnige, heel diepe en acute studies verschenen die door moslims geschreven zijn. De kennis van die bronnen, vergaard door geleerden die op traditionele manier daarmee omgaan, kun je absoluut niet ontberen. Er heeft dan ook een behoorlijk aantal Arabieren aan de encyclopedie meegewerkt. Wel moet hetgeen zij opschrijven op een objectieve manier controleerbaar zijn. Niet `ik geloof en dus is het zo' maar `deze feiten draag ik aan'. Bij het toewijzen van de lemma's hebben we steeds gekeken wie de laatste tijd over een zeker onderwerp heeft gepubliceerd. Daarbij is het een zegen dat de dwarsverbindingen tussen westerse en islamitische koranwetenschappers de laatste twintig jaar enorm in aantal zijn toegenomen. Iedereen uit het westen heeft wel een aantal jaren in een islamitisch land doorgebracht en daar met counterparts contacten gelegd en gediscussieerd. De scheiding tussen `wij' en `zij' is diffuus geworden, ik ken geen niet-islamitische collega die ook maar het idee heeft dat hij bezig is de koran te weerleggen. Islamitische korangeleerden bieden zeer waardevolle informatie. Dat een enkeling soms wat wollig formuleert en een kolommetje meer nodig heeft dan strikt nodig, neem je voor lief.''

Dat de islamitische wereld nog altijd wacht op de rationele aanpak die in de loop van de negentiende eeuw de bijbelstudies transformeerde, berust volgens Leemhuis op een groot misverstand. ``De grote tragiek van de islam is dat die benadering al lang geleden is toegepast. Een grote commentator als Al-Tabari, die heel veel bronnen heeft verzameld, gaat rond 900 zeer nauwgezet te werk. Hij pakt teksten bij de kop, kijkt naar de context, gaat na wat er zoal over geschreven en overgeleverd is, controleert of de uitleg klopt en bekijkt de zaak ook van de taalkundige kant. Dat is normaal in die tijd en het is dezelfde kritische aanpak die aan het begin van de negentiende eeuw bij bijbelstudies in zwang raakte.''

Blunders

Aan het begin van de dynastie van de Abbassiden, in de achtste eeuw, kwam de beweging van de moe'tazilieten op, een rationele stroming die lange tijd heeft gebloeid. Leemhuis: ``Die hebben de orthodoxe leer van de koran als eeuwig ongeschapen woord Gods aangevochten. In hun opvatting moest de boodschap van de koran begrepen worden uit de interactie tussen de tekst en de maatschappij waarbinnen hij functioneerde. Voor de moe'tazilieten gaf de koran eerder de richting aan dan dat hij letterlijk voorschreef. Helaas hebben ze toen een strategische blunder begaan. Zo overtuigd waren ze van hun gelijk dat ze zich met de staatsmacht der Abbassiden verbonden hebben. Dat was goed voor de wetenschap geleerden die de Griekse filosofie kenden kwamen naar Bagdad en een groot gedeelte van die Griekse filosofie en andere wetenschappen werd in het Arabisch vertaald maar wel moest iedere staatsambtenaar zich achter hun ideeën scharen op straffe van een beroepsverbod. Zelfs kwam er een inquisitie. Uiteindelijk moesten ze in de tiende eeuw het veld ruimen voor de orthodoxe visie die trouwens later werd overvleugeld door de mystieke benadering van de islam. Vervolgens is heel lang de rationalistische visie van staatswege onderdrukt. Pas midden negentiende eeuw doen de eerste neo-moe'taziliten weer hun intrede.''

Een voorbeeld van zo'n neo-moe'taziliet is de Egyptische koranwetenschapper Nasr Aboe Zaid. In de Encyclopedie van de Koran neemt hij enkele lemma's voor zijn rekening en ook zit hij in de Advisory Board. Sinds 1995, nadat hem het wetenschappelijk en het burgerlijk leven in Egypte onmogelijk was gemaakt, is hij verbonden aan de Universiteit Leiden. Op de letterenfaculteit in Kairo, die een lange traditie kent van eigenzinnig denken, kon hij als gevolg van bedreigingen door fundamentalisten alleen nog werkgroepen geven in bijzijn van gewapende agenten, weinig bevorderlijk voor een open discussie. Omdat Nasr Aboe Zaid vindt dat je zonder de toetssteen van studenten geen wetenschap kunt bedrijven, besloot hij te vertrekken. Overigens verkopen zijn boeken in Egypte goed en zijn er in dat land volgens Leemhuis minstens vijftien miljoen moslims die zich bij een mystieke orde hebben aangesloten en zo een tegenwicht vormen naast het fundamentalisme.

Herkauwen

In de opvatting van Nasr Aboe Zaid is de koran een boodschap die begrepen moet worden. Daarbij plaatst hij als gelovig moslim God, die niet bestudeerd kan worden, `buiten haakjes'. ``God openbaarde zich aan de Profeet'', aldus Nasr Aboe Zaid in een interview met deze krant. ``Zijn boodschap is neergelegd in de koran, in het Arabisch, en wordt door de islamisten die de islam tot politieke ideologie versmallen verondersteld eeuwig, onveranderlijk en ongeschapen te zijn. Maar een tekst spreekt niet uit zichzelf, dat doet hij door de lezer. Die decodeert de koran en zet hem terug in het taalkundige en culturele milieu dat het zijne is. Zo ging het in de dagen van de eerste kaliefs, en zo gaat het nog. Alleen, ons begrip van de islam is blijven steken op het niveau van de twaalfde eeuw. Sindsdien herkauwen we dezelfde interpretatie. Wat nodig is, is een frisse uitleg, refererend aan ontwikkelingen die de menselijke geest heeft doorgemaakt, aan kennis en methodes die de sociale wetenschappen, linguïstiek, semiotiek en stilistiek hebben opgeleverd.''

Aan die frisse uitleg is in de meeste moslimlanden voorlopig weinig behoefte. Leemhuis: ``De gemeenschap van gelovigen wéét daar al hoe het zit. We kennen de uitspraken van de Profeet, is de redenering, we hebben de traditie, dikke delen vol. En dan komen jullie ons vertellen dat die en die uitspraak uit de derde eeuw niet klopt. Kom nou!''

Encyclopaedia of the Qur'an. Volume One A-D. Geïll., 557 blz., Brill 2001. Prijs: ƒ396,67. ISBN 90 04 11465 3.

    • Dirk van Delft