Koopsompolissen als winterkoninkjes

Zoals in de zomer de aardbeien als zomerkoninkjes worden aangeprezen lijken de koopsompolissen (lijfrenteverzekeringen) op `winterkoninkjes'. Let op voor u toehapt. Van bedorven vrachten kun je ziek worden.

Een lijfrenteverzekering kent in het algemeen twee fasen. Eerst spreekt u met een verzekeringmaatschappij af dat er over een x aantal jaren een kapitaal beschikbaar komt. Dat kapitaal kunt u niet meer zomaar opeisen; het dient als het ware als (eenmalige) premie voor de lijfrente-uitkeringen. Daarbij keert de verzekeraar – die dat kapitaal heeft ontvangen – periodiek (meestal per maand of kwartaal) een afgesproken bedrag uit. Maar alleen als de verzekerde (het lijf) op het moment van de uitkering nog leeft. Is het verzekerde lijf overleden dan kan de verzekeraar stoppen met uitkeren. Verder stelt de fiscus de nodige regels aan de lijfrenten. Voldoet u daaraan niet dan volgen er fiscale straffen. Wie in een lijfrenteverzekering stapt kan dus niet meer vrijelijk over dat geld beschikken.

Over de uitkeringen moet inkomstenbelasting betaald worden. Daarom is de premie of koopsom (= eenmalige premie) aftrekbaar. Dit geeft ook direct aan dat een lijfrentepremie geen echte `aftrekpost' is, zoals vaak gesuggereerd wordt. Er is sprake van belastinguitstel.

De hoogte van de lijfrenteaftrek is gemaximeerd. Vóór 1992 was dat zo'n 17.000 gulden. Daarna ongeveer 6.000. Voor gehuwden en samenwonenden kon dat het dubbele zijn. Het kon meer zijn als men volgens bepaalde regels aantoonde onvoldoende pensioenopbouw te hebben. Vanaf 2001 is het `zonder-nadenken-aftrek-bedrag' nog lager: 2.283 gulden (1.036 euro) per persoon. Let op! Betaalt u vanuit een bedrijfsspaarregeling vrijwillig een bijdrage aan de pensioenregeling bij een werkgever, dan gaat dat van die 2.283 gulden af.

Maar ook volgens het nieuwe belastingstelsel kan bij onvoldoende pensioenopbouw eventueel meer aftrekbaar gesteld worden en wel volgens de zogenoemde `jaarruimte'. Het gaat dan om onvoldoende pensioenopbouw in het betreffende belastingjaar en niet – zoals ook vaak gesuggereerd wordt – bij niet voldoende pensioen over het gehele werkzame leven bezien. Het jaarruimtebedrag wordt bepaald volgens het volgende recept: neem 17 procent van de premiegrondslag en trek daarvan af de FOR-dotatie (een fiscale aftrekmogelijkheid voor zelfstandigen) en 7,5 keer de pensioenopbouw in het belastingjaar. De premiegrondslag is het inkomen uit `werk' minus 21.808 gulden. Ook moet de uitkomst verminderd worden met het bedrag dat als `basisaftrek' is afgetrokken.

Wie alleen zonder nadenken (maximaal) de basisaftrek van 2.283 gulden wil benutten moet de lijfrenteverzekering voor 1 januari 2002 gesloten en betaald hebben. Verzekeraars zullen niet nalaten daarop te wijzen. Maar met enig rekenwerk kunt u – indien gewenst – meer premie aftrekbaar stellen en hoeft u dat niet meer per se dit jaar te regelen. Bijvoorbeeld: wie van baan verandert zit meestal in een jaar wachttijd voordat deelname aan een pensioenregeling open staat. Degene, die op die manier in 2001 geen pensioen opbouwt en een salaris heeft van meer dan 35.237 gulden heeft een hogere aftrek dan de basisaftrek. Immers: 17 procent van 35.237 gulden minus 21.808 gulden is 2.283 gulden.

Wie wel pensioen opbouwt doet dat meestal niet ten opzichte van het hele salaris. In veel regelingen is namelijk bepaald dat het in een jaar op te bouwen pensioen 1,75 procent is van het salaris, waarbij een deel van dat salaris niet meetelt. Dat niet meetellende deel wordt franchise genoemd. Vaak is die franchise hoger dan de 21.808 gulden uit de jaarruimte-berekening. Ook mag de fiscale bijtelling voor de auto-van-de-zaak niet meetellen voor de pensioenopbouw. Wie dus een pensioenregeling heeft met een hoge franchise en met autobijtelling geconfronteerd wordt, zit ruimer in de mogelijkheid voor lijfrenteaftrek.

Als in de zeven jaar vóór het belastingjaar niet de maximale aftrek voor lijfrentepremie is benut dan kan er nog meer aftrekbaar zijn volgens de zogenoemde `inhaalruimte'. Wie gebruik maakt van de jaarruimte en de inhaalruimte zit dus niet onder tijdsdruk; u kunt nog heel het volgende jaar een lijfrenteverzekering sluiten en die over 2001 aftrekbaar stellen.

De premie voor een lijfrenteverzekering kan in één keer (= koopsom) of volgens afspraak ieder jaar (of iedere maand of kwartaal) betaald worden. De afgelopen jaren besteedden verzekeraars en adviseurs veel tijd en geld aan marketing om ieder jaar weer koopsommen `zonder-rekenwerk' van 6.000 binnen te slepen. Als ze nu dezelfde inspanningen moeten doen om iedere klant eenvoudig 2.283 gulden te laten betalen is het logische gevolg dat de kosten per polis relatief stijgen. Zij zoeken daarom naar wegen om de klant langer aan zich te binden. Die wordt dan ook overgehaald om bijvoorbeeld `een abonnement' bij de verzekeraar te nemen. Voor verzekeringsadviseurs is een koopsompolis tegen basisaftrek helemaal onaantrekkelijk. De provisie op een koopsom is ongeveer 7 procent. Bij 2.283 gulden koopsom is de opbrengst dus 160 gulden. Voor een langduriger overeenkomst krijgt hij 3 tot 4 procent van de premie vermenigvuldigd met de beoogde duur van de verzekering. Bij een verzekering van 20 jaar en een jaarpremie van 2.283 gulden dus zo'n 1.600 gulden. Hierbij schuilt een addertje onder het gras. Want als u als langduriger klant toch eerder van de overeenkomst af wil – of moet – dan worden de gemaakte kosten (inclusief een groot deel van die provisie) in mindering gebracht op uw poliswaarde.

Als u geen verzekering wilt tegen een relatief lage koopsom van ruim 2.000 gulden, maar zich ook niet voor meer jaren premiebetaling aan een verzekeraar wilt binden, kunt u aan het volgende denken. Wie nu snel kan berekenen dat er over het belastingjaar 2001 volgens de jaarruimte een aftrek van ten minste 2.283 gulden in zit, betaalt in 2002 een koopsom van 4.500 gulden. Voor 2.283 gulden wordt aan de Belastingdienst gevraagd om over het jaar 2001 aftrek toe te staan op grond van die jaarruimte. (Dat kan, want over 2001 is de 2.283 basisaftrek immers nog niet benut). Over 2002 trekt u de rest af op grond van de dan geldende basisaftrek. U kunt uw belastingvoordeel al halen via de zogenoemde `voorlopige teruggaaf loonbelasting'. Zo bent u in een klap voor 2001 en 2002 klaar. In 2004 kan de actie desgewenst herhaald worden.

    • Rob Goedhart