Kamerlidmaatschap

In NRC Handelsblad van 13 november betoogt mevrouw Marjet van Zuijlen dat het Kamerlidmaatschap een baan is als elke andere baan: er is een profiel en daar moet de kandidaat aan voldoen. Als geen ander ben ik het met haar eens dat juist Kamerleden onderworpen moeten worden aan een gedegen selectieprocedure.

Het profiel dat Van Zuijlen schetst (een goed analytisch vermogen, creativiteit, overtuigingskracht, stevigheid, sensitiviteit, gevoel voor politiek-bestuurlijke verhoudingen, enz.) kan daarbij een goede leidraad bieden.

In haar analyse onderschat zij echter de kracht van de politieke mechanismen rondom de functie van Kamerlid. Waar het in andere functies gaat om de vragen: `wil ik deze baan?' en `ben ik geschikt voor deze baan?' gaat het bij de functie van Kamerlid ook (en vooral) om de vraag `wordt het je door anderen gegund?' Uitgaande van rationele overwegingen is dat wellicht verwerpelijk, maar geconstateerd kan worden dat dergelijke mechanismen kenmerkend zijn voor de politiek. De politieke mechanismen beginnen dus al bij de selectie van de kandidaten.

Om goed om te kunnen gaan met de politieke processen rondom de functie van Tweede-Kamerlid is liefde voor het vak en liefde voor de politiek onontbeerlijk. Een Kamerlid dat alleen uitgaat van ratio (`ik ben toch geschikt voor deze baan?') zal zichzelf snel genoeg tegenkomen en tot de conclusie komen dat zijn bestemming ergens anders ligt.

Een ideaal Kamerlid zal dus én het juiste profiel hebben én zich `geroepen' voelen. Pas dan kan een Kamerlid het beste uit de functie halen en overleven in de jungle die politiek heet.