Hondertbord

In het artikel `Het hondertbord blijft knagen' (W&O, 3 nov.) wordt gesproken over een hondertbord, dat genoemd wordt in een middeleeuwse rekening genoemd uit Dordrecht over het opknappen van een schip. `Wij hebben geen idee wat dat zou kunnen zijn. Het enige dat we erover kunnen zeggen is: het zit aan zo'n schip en het is van hout', zegt de woordenboekenmaker Willy Pijnenburg over dat bord.

Het hondertbord was de calculator van de Oudheid en de Middeleeuwen. Vooral handig om berekeningen te maken in Romeinse cijfers en bij gelijktijdig gebruik van 10 en 12-tallig stelsel. Met de komst van de Arabische cijfers, in de zestiende eeuw, raakte het wat in onbruik. Maar onder de naam honderdveld komt het nog steeds voor in de catalogi voor onderwijsmateriaal. Het telraam met 10x10 kralen is er mee vergelijkbaar.

Een hondertbord is een matrix, een schaakbord met 100 velden. Je kunt er op rekenen door kraaltjes te verschuiven. Professionele financiële rekenaars gebruikten penningen: rekenpenningen (ghostmoney).

Een hondertbord was van hout, of werd ergens op getekend. Op een teltafel (comptoir, hiervan: kantoor) werd een grijs laken gelegd. In de Spaanse landen werd dit wegens de grijze kleur een ezel genoemd: burro, vandaar bureau. Met een wit krijtje werd er een schaakbord van 100 velden op getekend, in het Latijn: escacarium. Hiervan is afgeleid de benaming in het Engels van de persoon die rekende: de exchequer. To check betekent dus heel verklaarbaar in het Engels zowel schaken als berekeningen uitvoeren.

De resultaten werden soms opgeschreven op perkament dat werd opgerold tot een rotulus. Desgewenst werd er een tegenrekening opgemaakt: de contrarotulus. Het checken van de rotulus aan de contrarotulus heet dan ook controleren.

Op schepen kwamen en komen ook hondertborden voor. Het zijn houten luiken gemaakt van 11x11 latjes in halfhoutverbinding met daartussen dus 100 vierkante openingen.

    • Chris Streefkerk