Hollands Dagboek: Hans de Herder

Hans de Herder (1954) is directeur van de stichting Nationaal Fotorestauratie Atelier. Hij was de afge- lopen week in Georgië voor een omvangrijk fotorestauratieproject. Hans de Herder woont in Den Haag samen met freelance journaliste Josephine van Bennekom.

Woensdag 7 november

Ik begin de dag in spagaat: vandaag moet de container met de volledige nieuwe depotinrichting aankomen in Tbilisi en ingeklaard worden.

Het is een bizar avontuur. Aan de ene kant is het vrijwel onmogelijk om er achter te komen wat de protocollen zijn bij de douane (mistigheid is natuurlijk het meest opportuun voor een intens corrupte organisatie). Aan de andere kant is zo ongeveer alles toegestaan mits de waarde van de goederen niet hoger is dan vijfduizend dollar. Wato Tsereteli, mijn steun en toeverlaat in Georgië, instrueerde me al dat ik (buitenlander staat gelijk aan geld) beter niet mee kan gaan naar de douane.

Tegelijk moet ik vandaag met de directeur van het Janashia State Museum in de slag. We moeten een modus vinden hoe we dit project, dat nog zes jaar gaat duren, in een vorm kunnen gieten die voor ons beiden acceptabel is. Hij wil invloed op het project om dit prachtige fotoarchief uit het begin van de Georgische fotografie (1860 tot 1916) te conserveren, te catalogiseren en toegankelijk te maken voor het publiek en het internet. Het archief, zo bijzonder omdat het nog helemaal compleet is met alle glasplaten, afdrukken, stereokaarten, albums, camera's en fondslijsten, heeft bijna honderd jaar onder embargo gestaan gedurende de sovjetoverheersing van Georgië. Al die jaren is er weinig of niets aan de collectie gedaan. Dat betekent dat het achteruit gaat. Vooral de albums verkeren in deplorabele staat. De banden zijn kapot, de boekblokken liggen los, maar het is vooral het gebrek aan kennis en de liefdeloosheid die het archief parten spelen.

Ik wil dat graag veranderen. Daartoe wil ik een jonge generatie fotorestauratoren opleiden. Dat moet tactvol worden aangepakt. Maar gelukkig weet ik ondertussen dat de roddel in Georgië ook zo zijn eigen wegen gaat. Sinds we bezig zijn met de verbouwing in het museum en het fotoarchief opnieuw inrichten, gaat in de stad het verhaal dat Levan Chilashvili, de directeur, het archief aan Holland heeft verkocht. We hebben elkaar dus nodig.

Ik stel hem voor om volgende week de nieuwe ambassadeur van Nederland, Harry Molenaar, te vragen het archief feestelijk te openen. We halen de pers erbij, tv, kranten, radio, kortom: de aanval is de beste verdediging. Levan vindt het een uitstekend idee, dus ik ga vanavond een persbericht schrijven. Om vier uur komt de container aan zonder verdere problemen.

Donderdag

Vanochtend begonnen met het inrichten van de depotruimte met de spullen uit de container. Everything Dutch made, ja, ja. Maar het is voor mij ook een feest. De inrichting is de materialisatie van een jaar werk en de afronding van de eerste fase van het project. Het is een genot om op te bouwen, het past allemaal en ziet er strak en overzichtelijk uit, daar hou ik van.

De grootste angst vandaag bespeurde ik bij museumpersoneel dat de stofzuiger en allerlei schoonmaakmiddelen zag. Daar hebben we toch een werkster voor? Ik heb geprobeerd uit te leggen dat de mensen die in het archief gaan werken ook de ruimte stofvrij houden en zelfs de ramen zemen. Daar heb ik iedereen opnieuw mee op de (nieuwe) kast gekregen. De werkster is een oude mevrouw die met een stok en letterlijk één emmer water (een groot conservenblik) al het vuil van linksboven in het museum naar rechtsonder smeert, waarschijnlijk tot ze er dood bij neer zal vallen. Zo gaat dat hier, geen pensioen, dus je moet wel.

Ik heb in Rotterdam alle Nederlandse properheid in de container gedaan, stofdoekjes, zeep, poetsdoekjes en vuilniszakken. Er is vanmiddag een kraanwagen geweest om de meegekomen dieselgenerator op zijn plek te zetten, in de leeuwenkooi, zoals ik het noem. De machine is zijn gewicht in goud waard in een land waar 's winters een groot gebrek aan stroom is en iedereen zich aan straalkacheltjes warmt.

De generator moet dus goed beveiligd worden tegen diefstal. Het aftappen van stroom, het jatten van diesel en alles wat je verder maar bedenken kunt. Maar dat is de sport in Georgië, wie is het creatiefst? Het energiedistributiestation in Telasi is vorig jaar door de Amerikanen overgenomen, zij zouden het wel even regelen. De ongeschreven regel is hier dat de meteropnemer een deal sluit met zijn klanten: je betaalt maar twee derde van het geheel, waarvan een derde voor hem is en een derde voor de elektriciteitsmaatschappij. Daar hadden de Amerikanen niet aan gedacht.

Vrijdag

Het depot verder ingeruimd en geluncht met Levan in zijn favoriete cafeetje. De tafelregels in Georgië zijn zeer strikt, of, zoals hij fijntjes opmerkte, ook aan tafel regeert de bureaucratie. Hij zit voor als tafelspreker, dus hij brengt de eerste toast uit, met toespraak. Ik mag niet eerder drinken dan wanneer hij uitgesproken is en daarvoor het teken geeft. Er moet eerst met cha-cha, een soort wodka, ad fundum getoast worden. Daarna stappen we over op de wijn, geroemd in Kachetië, het oosten van het land, maar door ons zeer matig bevonden. We toasten vervolgens op de geest van Ermakov, de herwonnen vrijheid van Georgië op de Sovjet-Unie, op de warme relaties met Nederland en ten slotte op ons zelf.

Waggelend gaan we terug naar het museum. PieterJan Smit en Nino komen langs, ik ken ze uit Rotterdam, PieterJan is filmer en Nino fotografeert en komt uit Tbilisi. We spreken de politieke situatie door. Het lijkt allemaal meer op een afrekening in het drugscircuit dan een vrijheidsstrijd om Abchazië. Met Wato en zijn vrouw Ingrid en PieterJan en Nino heerlijk Mingrelisch gegeten. Het is nog steeds lekker weer en dus zijn we te voet teruggelopen naar mijn hotelletje.

Zaterdag

Op mijn akkertje naar het museum gewandeld. We hebben vandaag een aantal kasten overgepakt en albums op hun nieuwe plek gelegd. De avond relaxed doorgebracht bij het open vuur met pikzwarte wijn en lokale hapjes bij PieterJan en Nino. Ik mag bij volgende bezoeken hun huis huren, fantastisch, ik hou dan veel meer geld over voor het project en kan me meer onder de bevolking begeven, boodschappen doen, zelf koken en niet zo uit de koffer leven. Ik zie er naar uit, midden in de oude stad op een steenworp van het werk, mooier kan het niet.

Morgen ga ik mee naar David Gareda, de woestijn ten zuidoosten van Tbilisi op de grens met Azerbajdzjan. Toen ik hier drie weken terug tevergeefs op de container zat te wachten (die, ondanks een bevestiging, niet doorgeladen bleek op Malta), begon hier net het filmfestival met als opening de film `Magonia'. Ineke Smits (regie) en Arthur Japin (boek) waren de eregasten. Het tweede deel van de film speelt zich af in dit landschap. In het hotel beantwoord ik mijn mail en stuur ik wat digitale fotootjes van het nieuw ingerichte depot naar Josephine. Hopelijk kan ze de volgende keer weer mee.

Zondag

De tocht voert ons langs Rustavi, een desolate industriestad waar 80.000 mensen werkten. Nu liggen stad en het staalcomplex er als een industrieel kadaver bij. Het is een echte sovjetstad, gebouwd door de Georgiër Josef Stalin. Zijn afbeeldingen hangen nog overal en hij lijkt zeker niet vergeten. De flats staan midden in de weiden waar wat vee graast en varkens rondrennen. Er is iets vreemds met zo'n stad, die begint niet met buitenwijken en een aanloop, die staat daar in één keer. Een uur later komen we bij het klooster. De omgeving is betoverend mooi, overal grotten met fresco's en waterkelders. We klimmen rond en zijn er de dag mee zoet. Eten doen we onderweg, Kachetisch deze keer. Voortreffelijk.

Maandag

De week begonnen met het tweede deel van de missie: het trainen van twee mensen om aan het archief te werken. Leren determineren, catalogiseren en vooral inventariseren. Het is een pilotproject waarbinnen we alles zullen testen. Pridon is me door Wato aanbevolen, Elena is door Levan voorgesteld, ze zijn beiden zeer gemotiveerd. Het zijn Georgiërs die begrijpen dat ze veel voor hun land kunnen betekenen in plaats van emigreren. De helft van de jonge beroepsbevolking vertrekt naar `betere' werelden. De training kunnen we geven dankzij een beurs van het Prins Bernhard Cultuurfonds, waar ik heel blij mee ben, ik hoop ze allebei komend jaar in Rotterdam een vervolgtraining te kunnen geven.

Levan is er niet en ik zit geweldig met de persconferentie omhoog, er is nog niemand uitgenodigd, ook niet voor de opening. Iedereen zegt dat het hier zo gaat, geen probleem, maar ik voel me uiterst ongemakkelijk en vooral Nederlands, alles op afspraak!

Dinsdag

Vandaag de training vervolgd en de genodigden gebeld. De agenda's laten het kennelijk toe, iedereen zegt te komen. Bij een fotoverzamelaar op bezoek geweest om foto's van Tsjetsjenië te lenen. Het IKV maakt een tentoonstelling en ik heb toegezegd hier rond te neuzen. Ermakov is er zijdelings geweest, maar er zijn weinig beelden. Ik zie de Tsjetsjenen toch meer als een volk dat naar zelfstandigheid snakt dan als een stelletje terroristen. Hier denkt men er net zo over. Ik krijg twintig prachtige drukjes mee uit de 19de eeuw en een portret van Sjamil, de grote leider.

Mijn laatste tactische zet gedaan richting museum, Levan wordt de wetenschappelijke adviseur van het project. Hij glom en ik kreeg direct twee flessen wijn uit zijn eigen voorraad. Ik heb hem formeel voorgesteld aan Pridon en Elena en hiermee lijkt voorlopig de laatste hobbel genomen. Ik hoop dat het beklijft.

Woensdag 14 november

Vanmiddag hebben we de persconferentie gehouden. Ik verbaasde me over de gemiddelde leeftijd van de aanwezigen, die toch zeker rond de zestig was. Wato vertelde me dat het allemaal museumpersoneel is. Ik besluit het de volgende keer op z'n Nederlands te doen. Toch wordt de bijeenkomst een succes. Het is voor het eerst dat de staf wordt ingelicht over het project en er komen veel vragen. Ik deel veel pluimen uit en dat slaat aan, iedereen is tevreden.

De ambassadeur komt om drie uur en ik praat hem bij. Hij is bijzonder aardig en informeel, ik stel hem voor aan Levan en we worden gedrieën door de tv geïnterviewd. Langzaam loopt de nieuwe archiefruimte vol met genodigden. Ze zijn er uiteindelijk allemaal, directeuren van andere musea, de Academie van Wetenschappen en culturele centra van andere landen. De directeuren willen allemaal dat ik hen van advies voorzie. Ik stel een deal voor: advies in ruil voor het digitaliseren van hun collecties. Het slaat aan. Mijn missie is een succes.

    • Hans de Herder