Grijs IQ

Hendrik Spiering schrijft in zijn artikel `Grijs IQ' (W&O, 10 nov.) dat verschillen in intelligentie (zoals gemeten in een IQ-test) sterk erfelijk zijn bepaald en dat al jaren uit tweelingenonderzoek bekend is dat zo'n 60 à 80 procent van de variatie in intelligentie is terug te voeren op erfelijke factoren.

Bij dit tweelingenonderzoek zijn enkele kanttekeningen te plaatsen. Zo is het nog maar zeer de vraag of dit percentage van de variantie in intelligentie van monozygoten (een-eiigen) die in aparte gezinnen opgroeiden is terug te voeren op erflijke factoren. Deze tweelingen deelden immers tijdens zwangerschap en geboorte een sterk overeenkomende omgeving. En ook al groeiden ze apart van elkaar op, de omgeving waarin ze opgroeiden kent sterke overeenkomsten. Bij monozygoten worden prikkels (informatie) uit de omgeving op genetisch identieke wijze verwerkt en opgeslagen in het geheugen. Dat er een variantie in intelligentie wordt gemeten van 60 à 80 procent is de uitkomst van de genetisch identieke verwerking van gelijksoortige informatie uit de omgeving. Gedragsgenetici vermelden dit doorgaans niet. Erfelijke determinantie is ook evolutionair gezien onlogisch. Hoe geringer de erfelijke determinantie hoe makkelijker een organisme zich aan snel wisselende instabiele omstandigheden kan aanpassen.