Euthanasie 1

Na lezing van het artikel over euthanasie (NRC Handelsblad, 10 november) begrijp ik het niet meer. Nederland legaliseert als eerste land in de wereld euthanasie. De kritische vragen uit binnen en buitenland kunnen worden beantwoord met tal van argumenten. Een daarvan is het feit dat juist door een bijna dertigjarige constructieve samenwerking van artsen (KNMG), juristen (zittende en staande magistratuur) en `gewone' mensen (NVVE) een zeer zorgvuldige euthanasiepraktijk is ontstaan; een praktijk gebaseerd op jurisprudentie die vrijwel ongewijzigd in de nieuwe wet kon worden vertaald. Dit alles met het doel de patiënt het recht op het doen van een verzoek om levensbeëindiging te bieden en tegelijkertijd de arts die dat verzoek wil honoreren daarvoor de maatstaven te verschaffen waarmee hij niet langer het risico loopt in een strafzaak te worden verwikkeld.

In de loop van die discussie is de palliatieve zorg (voordat het zo heette gaven huisartsen terminale zorg en stervensbegeleiding) terecht in de belangstelling gekomen. Was er vroeger nog sprake van een polarisatie (je was of voor euthanasie of voor palliatieve zorg), omdat in Nederland over dat soort zaken altijd openlijk wordt gesproken, veranderde dat in een model waarbij het één niet zonder het ander kon worden gezien (dus en/en). De wens van de patiënt `om niet zo verder te willen leven' kan zo het best worden gehonoreerd, waarbij een goede en door hem geaccepteerde (palliatieve) zorg wel eens het vervagen van de wens tot levensbeëindiging tot gevolg kan hebben.

En wat ik niet begrijp is, hoe het mogelijk is dat de in het artikel sprekend opgevoerde patiënt Hans van Hassel door `de voorhoede van Nederland' zo in de kou blijft staan met zijn wens; in de kou omdat de palliaters en de euthanasiedeskundigen zich weer terug lijken te hebben getrokken in hun gepolariseerde stellingen, en het te druk hebben met elkaar om echt te luisteren naar de wens van de patiënt. En beide deskundigen zeggen toch dat belang in het oog te willen houden?