Een terrorist valt niet onder het oorlogsrecht, of wel?

De Verenigde Staten hebben een wet aangenomen om terroristen door een militaire rechtbank te laten berechten. Een gevaar voor de rechtsstaat?

,,De Grondwet van de Verenigde Staten is een wet voor regeerders en volk, gelijk in tijd van oorlog als vrede, en beschermt alle categorieën mensen, te allen tijde en onder alle omstandigheden''. Dit verklaarde het Hooggerechtshof van de VS in december 1866 tijdens de nasleep van de Amerikaanse Burgeroorlog. Het vernietigde het doodvonnis tegen een zekere Lambdin P. Milligan wegens samenzwering dat was uitgesproken door een speciaal militair tribunaal.

Dit precedent lijkt weinig goeds te beloven voor de speciale milititaire tribunalen die president Bush wil vormen voor de berechting van internationale terroristen in het kielzog van 11 september. President Lincoln had tijdens de Burgeroorlog zijn militaire commandanten weliswaar ruime bevoegdheden gegeven door zogeheten ,,militaire commissies'' in te stellen tegen de Copperheads (een opstandige beweging genoemd naar een venijnige slang) waartoe Milligan behoorde. Maar rechter David Davis verklaarde namens een unaniem hof dat een rebel net zoveel aanspraak had op de normale rechtsgang die is voorzien in de grondwet als degenen die vochten om hem te handhaven.

Toch is de zaak-Milligan een uitzondering in de Amerikaanse rechtsgeschiedenis gebleven. Volgens juridische commentatoren was de unanimiteit van het hof in 1866 al minder sterk dan hij leek. En tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft het Hooggerechtshof in de zaak-Quirin een zestal executies gebillijkt van Duitse saboteurs die bij de Amerikaanse kust waren gesnapt. Het verschil tussen Quirin en Milligan was volgens het hof in 1942 dat deze laatste geen combattant was en dus niet onder het oorlogsrecht viel. Geldt dat echter ook niet voor Al-Qaeda?

De aanslagen op Amerika zijn ,,veel erger dan daden van oorlog'', is het antwoord van de juristen Neal A. Richardson en Spencer J. Crona. Eind september bepleitten zij in de Los Angeles Times dat ,,vijandelijke infiltranten die een illegale oorlog voeren niet moeten worden berecht door burgerlijke rechtbanken maar door een militaire commissie''. Zij betoogden dat er geen plaats is voor een ,,mega-zaak'', met alle kosten, publiciteit, gevaren voor juryleden en beroepsmogelijkheden van dien, zoals in het geval van de eerste aanslag op het World Trade Center.

Richardson en Crone beroepen zich op het ,,constitutionele equivalent van een verklaarde oorlog'' en lijken in elk geval een veelbelovende bondgenoot te hebben, opperrechter William Rehnquist. In 1998 publiceerde deze een boek onder de veelzeggende titel All The Laws But One: Civil Liberties in Wartime. Militairen hebben volgens hem weliswaar net zo min de beroepsvaardigheden hebben om een proces te voeren als zeelui of schaapherders, maar dat staat volgens hem speciale procedures niet in de weg voor ,,zaken die betrekking hebben op nationale veiligheid in oorlogstijd''.

Een aardig vraagje: wat is ,,een zorgvuldig beperkte categorie zaken''? Bush zegt dat hij als president bepaalt wie er onder de militaire commissies vallen. Er is nog een andere juridische hinderpaal. Zowel de opperrechter als Richardson en Crone lijken er van uit te gaan dat er een aparte wet voor nodig is. Bush heeft de tribunalen echter ingesteld bij decreet. Dit baseert hij op zijn constitutionele functies als president en opperbevelhebber en een algemeen beroep op Amerikaanse wetten.

Maar juist bij militaire rechtspraak lopen de rollen van Congres als wetgever en president nogal door elkaar. En anders is er nog de nationale noodtoestand die Bush op 14 september heeft afgekondigd om een speciale rechtsgang op te baseren. Dat is krachtens het Europees verdrag voor de mensenrechten ook in ons deel van de wereld een mogelijkheid.

Militaire rechtspraak of niet, de basisvereisten van een eerlijk proces vervallen niet door het oorlogsrecht, betogen deskundigen op het gebied van het internationale humanitaire recht. Bush wijkt met zoveel woorden af van de normale bewijsvoering die in strafzaken wordt gevolgd. Het laatste woord ligt zowel volgens Milligan als Quirin bij het Hooggerechtshof van Rehnquist en dat is in elk geval niet een speciaal tribunaal. De militaire commissies zijn alleen maar ,,een optie'', liet een woordvoerder van de regering weten.

    • F. Kuitenbrouwer